Research

Articles

Missie moet met genoeg soldaten, en anders niet

10 Jan 2006 - 00:00
Na het drama in Srebrenica werd een toetsingskader ontworpen om militaire uitzendingen te

toetsen - tegen de schijnveiligheid, zegt Jaïr van der Lijn.

Behaalde resultaten uit het verleden bieden geen garantie voor de toekomst. Toch maakt men tot op heden bij de beoordeling van mogelijke uitzendingen van Nederlandse militairen gelukkig gebruik van het toetsingskader. Dit kader steunt op lessen uit het verleden. Het zijn echter emoties die het huidige debat rond de uitzending van Nederlandse militairen naar het Afghaanse Uruzgan domineren, en niet die lessen. Bovendien zijn er kanttekeningen te plaatsen bij de emotionele argumentatie waarom een relatief kleine eenheid Nederlanders samen met circa tweehonderd Australiërs in het kader van de NAVO-operatie ISAF naar Afghanistan moet worden uitgezonden om de vrede uit te bouwen.

Zo stelt minister Kamp: 'Het staat de Kamer vrij Afghanistan te laten afzakken richting Taliban en Al Qa'ida.' Men kan zich echter afvragen of dit niet hetzelfde is als wat tussen 1991 en 2001 met Afghanistan is gedaan. Toen was de Kamer niet echt betrokken bij de Afghanen; waarom nu opeens wel Bovendien is de kans klein dat het land van een halfslachtige operatie als deze uitbreiding van ISAF veel beter wordt.

Kamp vraagt ook: 'Laten we het aan andere landen over de democratisch gekozen regering van dit doodarme land te ondersteunen' Uiteraard ziet Nederland voor zichzelf een rol weggelegd bij het creëren van een betere wereld. Nederland kan de Britten, Canadezen en Australiërs dus eigenlijk niet in de steek laten. Maar, mogen wij dan ook niet van Duitsland, Frankrijk en andere belangrijke Europese en Atlantische partners meer inzet verwachten

Clingendael-deskundige De Wijk constateert: 'Nee betekent dat Nederland de beschikking houdt over een voor vredesoperaties over-gedimensioneerde krijgsmacht' (Forum, 6 januari). Maar men moet zich wel afvragen of het feit dat erover wordt beschikt ook inhoudt dat per definitie die krijgsmacht moet worden ingezet.

De Amerikaanse politicoloog Daalder wijst erop dat, bij Nederlandse afwezigheid, het Pentagon over het nut van de NAVO gaat twijfelen. De Volkskrant kopt hierover: 'Nederlands nee zou zware wissel trekken op de NAVO'.

Naast dit soort emotionele argumenten ontbreekt een goede functionele analyse conform de aandachtspunten uit het toetsingskader. Niettemin voldoet de uitzending grotendeels aan de vereisten. Zo is gekeken naar de risico's voor de uitgezonden militairen en de operatie gebeurt binnen een evenwichtig internationaal samenwerkingsverband. Het kader hamert echter ook op de politieke haalbaarheid en de rol van de militaire operatie in het politieke proces. Ook telt zwaar dat de operatie militair haalbaar moet zijn.

Operaties die als politiek doel hebben vrede uit te bouwen in een relatief rustige en veilige omgeving, hebben relatief weinig militairen nodig. Als de operatie in Uruzgan aan de bovenstaande omschrijving voldeed, waren inderdaad slechts 1100 soldaten nodig. Hoewel de veiligheid van de Nederlandse eenheden uiteindelijk redelijk wordt gegarandeerd, wordt daarmee tegelijkertijd ook voorkomen dat de militairen vredesopbouwende taken kunnen uitvoeren. De missie is namelijk zo klein, dat de hoofdtaak de beveiliging van zichzelf zal zijn.

Het werkelijke politieke en militaire doel van de Nederlandse militairen is binnen Enduring Freedom nieuw te pacificeren gebied te stabiliseren. Voor die taak in Uruzgan zijn evenwel veel meer militairen nodig, zeker tien keer zo veel. In het verleden deed de Sovjet-Unie eenzelfde poging in Afghanistan, maar had aan ruim honderdduizend manschappen nog niet genoeg. Het is dus niet verstandig te denken dat een veel kleiner ISAF wel kan slagen.

Ook naar Srebrenica zonden wij onze jongens en meisjes, omdat we de Bosniërs niet in de steek wilden laten. Dit leerde ons dat de uitzending van militairen op basis van emoties een grote kans maakt niet het gewenste resultaat te leveren of zelfs averechts te werken. In Srebrenica kreeg de lokale bevolking slechts schijnveiligheid geboden. Deze lessen werden de basis van het toetsingskader. Om werkelijk kans van slagen te hebben, moeten in Uruzgan de militaire middelen op de politieke doelen worden afgestemd: óf we gaan niet, óf we gaan met een tienvoud aan manschappen en moeten nog meer landen troepen bijdragen. Als Den Haag toch besluit met slechts 1100 man te gaan, wordt het toetsingskader een farce.