Na deze ramp nóg veiliger kerncentrales bouwen?

Als de premier van de derde economische macht ter wereld zegt dat zijn land de ergste crisis sinds de Tweede Wereldoorlog beleeft, is er heus iets aan de hand. De Japanse premier Naoto Kan maakte zondag een onuitgesproken verwijzing naar het vallen van de atoombommen op Hiroshima en Nagasaki, indertijd het begin van ontreddering, overgave en uiteindelijk van een wederopbouw die zijn weerga niet kende.
Qua ontreddering en ontwrichting komen de zeebeving en de kettingreactie die daarop volgde (eerst de tsunami, toen de semi-meltdown in de nucleaire reactoren) wel in de gedachten op, maar er is toch een groot verschil. Oorlog is man made, natuurgeweld niet. Dat maakt wanhoop anders. Oorlog kun je een tweede keer voorkomen, Hiroshima en Nagasaki ook, maar natuurgeweld niet. Voor de Japanners is de ramp het bewijs dat het wachten op 'The Big One' geen scenario, maar lotsbestemming is. Bij alle mededogen roemt de hele wereld de Japanse discipline en onderlinge hulpvaardigheid, maar je zou het ook medeleven met de gesublimeerde onderwerping aan het noodlot kunnen noemen.
Laten we de vergelijking toch even aangaan. De beving die op 11 maart de oceaanbodem tien meter optilde, maakte evenveel energie vrij als een simultane kernexplosie van vijftienhonderd zware atoombommen van elk één megaton. Die vijftienhonderd megaton is ongeveer evenveel als het tegelijkertijd laten ontploffen van alle operationele Amerikaanse atoombommen. De zwaarste menselijke explosie ooit veroorzaakt was een Russische waterstofbom boven Nova Zembla in 1958, de Tsar Bomba, een geweldige knal waarbij ongeveer vijfentwintig keer minder energie vrij kwam.
Hiroshima en Nagasaki (beide 'slechts' om en nabij twintig kiloton) veroorzaakten huiver, ontwrichting en een kwart miljoen doden. Aan verder zinloos vergelijken zal ik me niet schuldig maken, al moet ik bekennen dat ik een zekere fascinatie houd voor het ontzaglijke dat aan het Japanse noodlot verbonden lijkt. De zeebeving van vorige week zou volgens een Italiaans instituut de draai-as van de aarde een duwtje van tien centimeter hebben gegeven. We hangen sinds vorige week een beetje schever, of rechter. Aan speculaties of we voortaan een minuut langer winter of zomer overhouden waag ik me maar helemaal niet. Maar wat is het effect op de rest van de wereld en wat ons beweegt?
Je kunt overal beginnen. Laten we het bij de energievoorziening houden. Normaal zou je verwachten dat de nucleaire renaissance, de herleving van kernenergie, onmiddellijk stagneert. Dat gebeurde een kwart eeuw geleden ook. Toen veroorzaakten de ongelukken in Three Mile Island (1979) en Tsjernobyl (1986) een enorme dip in de bouw van kernreactoren. Het aandeel atoom in de wereldproductie van elektriciteit was, en bleef tot voor kort, hangen op ongeveer zestien procent. Maar met het opraken van fossiele brandstoffen en het ontwerpen van veiliger kerncentrales groeide het vertrouwen toch weer. Atoomoptimisten rekenden ons tot 11 maart voor dat de wereld er sinds Tsjernobyl toch alweer dertienduizend 'veilige' reactorjaren had op zitten, dus dat de risico's van ongelukken weer steeds draaglijker leken. En - terecht of niet - zelfs het argument van klimaatveiligheid droeg bij aan de legitimatie van kernenergie, want de elektriciteitsproductie langs deze weg geldt als carbon-low.
En zie, er kwam weer groei in het aantal kerncentrales. Bovenop de ruim vierhonderddertig die er wereldwijd in bedrijf zijn, is er nog een vijftigtal in aanbouw. Die trend zou, nu het rijtje voortaan Three Mile Island-Tsjernobyl-Fukushima heet, in één klap kunnen keren. Alleen al in Japan, maar waarschijnlijk op alle aardbeving- en tsunamigevoelige plaatsen wereldwijd, zal men zich afvragen of kerncentrales de oplossing voor het energieprobleem zijn. Nóg veiliger bouwen? Dat zal na deze ramp echt niet meteen geloofd worden. Alleen al de elektriciteitsuitval in Japan zelf zal tot onmiddellijke prijsstijgingen op de olie- en gasmarkt leiden, maar op wat langere termijn ook tot een wereldwijde terugslag in kernenergie en méér afhankelijkheid van fossiele brandstoffen of alternatieve bronnen. Daardoor zullen economisch herstel, en prijs- en machtsverhoudingen, blijvend veranderen.
En hoe zal Japan reageren? Het heeft geen eigen energiebronnen, dus staat het voor de onmogelijke keuze tussen vooruit vluchten en tsunamibestendige kerncentrales ontwerpen, of massaal energie in het buitenland kopen. Beide opgaven zijn haast onvoorstelbaar. Daar hebben wij, net als voor een tsunami, in het Nederlands geen woord voor. Wij behelpen ons met mega en giga, maar ik begrijp uit de buitenlandse pers dat dat binnenkort zal worden vervangen door gargantuesk.