EU Forum

Nationale verankering Europese afspraken belangrijker dan boetes

25 May 2012 - 00:00

Zorg ervoor dat de lidstaten de nieuwe regels van Europees toezicht goed neerzetten in hun eigen land. Dat is de belangrijkste taak van de Europese Commissie, zegt Bart van Driel, econoom bij de SER. Tegelijkertijd raadt hij de Commissie aan zuinig te zijn met boetes, vooral in het ´huidige populistische klimaat´.

[[{"type":"media","view_mode":"media_large","fid":"1969","attributes":{"height":224,"width":149,"class":"media-image media-element file-media-large"},"link_text":null}]]

De Europese Commissie zag in 2001 de bui al hangen. Nadat een brede groep lidstaten was toegelaten tot de euro, dreigde de prikkel tot verdere begrotingsconsolidatie te doven. De Commissie constateerde een onvoldoende bereidheid om de implicaties van de EMU voor het begrotingsbeleid op nationaal niveau te erkennen. Vanuit deze achtergrond heeft de Commissie toen tal van voorstellen gedaan om de coördinatie van het begrotingsbeleid te versterken te versterken (zie COM (2001) 82 en COM (2002) 668). Onderdeel van deze voorstellen was een Europees semester waarbij de lidstaten elkaar vooraf informeren over hun voornemens wat betreft het economisch beleid en de wijze waarop ze daarin omgaan met de gezamenlijke verantwoordelijkheid voor een stabiele euro. Ook stelde de Commissie meer controle voor op de statistieken en groeiprognoses die de lidstaten in het kader van de begrotingsafspraken aanleveren. Deze en andere voorstellen om tot een betere verankering van Europese afspraken in het nationaal beleid te komen haalden het toen niet. Achteraf gezien valt dat zeer te betreuren. De schuldencrisis heeft duidelijk gemaakt wat er mis kan gaan als de lidstaten zich niet aan Europese afspraken houden. Pas met die harde les is ingestemd met een versterking van de economische beleidscoördinatie en is er nu bijvoorbeeld een Europees semester en zijn er meer mogelijkheden voor inspecties van de begrotingsstatistieken.

De nieuwe spelregels van de EMU – het sixpack – hebben vier kenmerken: ze zijn minder intergouvernementeel, ze verbreden het macro-economisch toezicht, ze bevatten een meer geleidelijker systeem van sancties en ze zijn gericht op een betere nationale verankering van de Europese afspraken. Sluitstuk van het laatste is het begin dit jaar gesloten Verdrag inzake stabiliteit, coördinatie en bestuur in de EMU, dat nu op ratificatie wacht in de 25 lidstaten die het hebben ondertekend.

Met name de betere nationale verankering van de Europese afspraken is van groot belang. Het legt de basis voor een internalisatie van de normen voor verstandig economisch beleid. Het vastleggen van de Europese afspraken in nationale wetgeving kan ook de binnenlandse kosten voor het niet overtreden van deze normen verhogen. Een Nederlands kabinet dat zich niet houdt aan de toekomstige wet houdbare overheidsfinanciën, die de Europese afspraken vastlegt in de Nederlandse wetgeving, heeft niet alleen iets uit te leggen in Brussel, maar ook en vooral in de Tweede Kamer. De bereidheid om de implicaties van de EMU voor het nationale beleid te erkennen kan niet alleen van buiten worden opgedrongen via de financiële markten of door sancties uit Brussel. Financiële markten worden geplaagd door kuddegedrag waardoor ze te traag en daarna te heftig reageren. De meer geleidelijk oplopende sancties en de grotere rol van de Europese Commissie in de besluitvorming zijn een verbetering: ze zijn meer geloofwaardig en van heldere oordelen en aanbevelingen gaat een duidelijk signaal uit naar financiële markten – die zorgen voor een soort indirecte boete. Het grote winstpunt is dat de besluitvormingsregels zo gewijzigd zijn dat dit soort heldere oordelen eerder naar buiten komen. Toch zal de Europese Commissie terughoudend moeten zijn met het voorstel om een boete uit te delen. In het huidige populistische klimaat kan dit de legitimiteit van de Europese instituties ondermijnen. De PVV zou er dankbaar gebruik van kunnen maken om de politieke onvrede te mobiliseren en te richten op overheersing door ‘Europa’.

Het Verdrag inzake stabiliteit, coördinatie en bestuur in de EMU is daarom meer dan een concessie aan Duitsland om in te stemmen met verhoging van de noodfondsen. Het is het logische sluitstuk van de gezamenlijke afspraken voor versterking van het bestuur van de EMU en de aanscherping van de randvoorwaarden voor het economisch beleid. Materieel gezien voegt het niets toe aan deze gezamenlijke afspraken. Het biedt dan ook dezelfde ruimte voor maatvoering ten aanzien van het tempo en de wijze waarop begrotingstekorten moeten worden teruggedrongen. Niet vergeten moet worden dat Nederland en andere lidstaten drie jaar de tijd hebben gekregen om het overheidstekort onder de drie procent te brengen. Ook het verder terugbrengen van het tekort naar structureel begrotingsevenwicht vereist maatwerk.