Research

Articles

NAVO moet Rusland aan zich zien te binden

15 Mar 2006 - 00:00
Na de 11de september kijken de VS voor het eerst met andere ogen naar Rusland. Dat komt door de wijze waarop president Poetin zich als constructieve speler op het wereldtoneel heeft geprofileerd. De NAVO doet er goed aan hier lering uit te trekken en een nauwe samenwerking met Rusland aan te gaan. Deze zou moeten leiden tot een pan-Europees veiligheidsforum, vindt Peter van Ham.Ruslands president Poetin heeft niet alleen de zwarte band in judo, maar ook in de diplomatie. Sinds 11 september heeft hij middels behendig manoeuvreren duidelijk gemaakt dat Rusland een onmisbare bondgenoot is binnen het Westerse anti-terrorismebeleid. "Rusland heeft meer gedaan in de strijd tegen het terrorisme dan menig NAVO-bondgenoot'', zei een Amerikaanse diplomaat onlangs. En daarin heeft hij gelijk, aangezien Poetin niet alleen het Russische luchtruim heeft geopend voor de Amerikaanse luchtmacht, maar tevens druk uitoefent op de voormalige Sovjetrepublieken in Centraal-Azië om volledig mee te werken in de Afghanistan-oorlog. Bovendien is er sprake van een ongekende uitwisseling van militaire inlichtingen tussen Rusland en de VS over het Al-Qaedanetwerk.

Dit alles heeft ertoe geleid dat de Verenigde Staten Rusland voor het eerst met andere ogen zijn gaan zien. Poetin heeft de juiste keuzes gemaakt en zich gepositioneerd als een essentiële en constructieve speler op het wereldtoneel waar Washington niet meer omheen kan. Ook al heeft president Bush meermaals gezegd dat de strijd tegen het terrorisme een vanzelfsprekendheid moet zijn die niet gepaard gaat met een quid pro quo, de geopolitieke werkelijkheid ziet er toch wat anders uit. Rusland krijgt wel degelijk iets terug voor zijn welwillende houding na 11 september.

De abrupte stilte rondom het Russische militaire optreden in Tsjetsjenië illustreert de selectieve verontwaardiging van het Westen zolang Rusland maar aan onze kant staat. Poetin heeft slim ingespeeld op de Westerse golf van toorn door de terreuraanslagen in Moskou van 1999 onder te brengen in de categorie ,,islamitisch fundamentalisme''. Nu het Westen ook zelf vuile handen maakt in de strijd tegen het terrorisme, wordt het steeds moeilijker om het Russische bewind in Tsjetsjenië te bekritiseren. Aangezien de VS bovendien bereid zijn om in het kader van het anti-terrorisme de binnenlandse rechtsorde tijdelijk op te schorten, geeft dit ook Poetin de vrije hand om zijn binnenlandse critici (met name de media) de mond te snoeren. Zolang het Westen Ruslands steun nodig heeft, kan het Kremlin doen en laten wat het wil.

Ook economisch gezien legt Poetins beleid geen windeieren. Het zal slechts een kwestie van tijd zijn voordat Rusland toetreedt tot de Wereldhandelsorganisatie (WTO). De Europese Unie werpt zich nu op als de gangmaker van het Russisch WTO-lidmaatschap (wellicht zelfs al in 2003), en toont zich tevens bereid om samen met Rusland één economische ruimte te vormen, een idee dat tijdens het recente bezoek van EU handelscommissaris Lamy aan Moskou weer nieuw leven is ingeblazen.

Maar voor Rusland is een nauwere band met de NAVO de grote hoofdprijs. President Poetin verklaarde enkele weken geleden dat Rusland niet van plan is het NAVO-lidmaatschap aan te vragen, maar wel belangstelling heeft in geïntensiveerde betrekkingen. Met name de VS en Groot-Brittannië zien dit als een historische mogelijkheid om de Koude Oorlog voorgoed te beëindigen, en een nieuw tijdperk van samenwerking te openen. Door Rusland nauwer aan de NAVO te binden hopen de VS ook in de toekomst op Moskous steun in de strijd tegen het terrorisme. Afhankelijk van wat de NAVO Poetin kan bieden, is Rusland daardoor wellicht zelfs bereid om een uitbreiding van de militaire campagne (naar Irak) te gedogen.

De NAVO-top van vorige week heeft de deur voor Rusland op een kier gezet, maar nog niet helemaal geopend. De verwachtingen waren hooggespannen omdat de Britse premier Blair in november een nieuw te vormen Rusland-NAVO-raad in het vooruitzicht had gesteld waarin Moskou medezeggenschap zou krijgen over cruciale deelterreinen van het NAVO-beleid (waaronder crisismanagement en de militaire aanpak van het internationale terrorisme). Onder druk van een sceptisch en behoudend Pentagon is deze nieuwe raad er vooralsnog niet gekomen. Het NAVO-communiqué van 6 december verklaart slechts dat er gezocht moet worden naar ,,nieuwe, effectieve mechanismen voor consultatie, samenwerking, gezamenlijke besluitvorming en actie''. De NAVO heeft nu tot de Reykjavik-top van mei 2002 de tijd om dit institutioneel vorm te geven.

Terwijl dit compromis een politieke deceptie is voor premier Blair, zijn de nieuwe NAVO-leden opgelucht dat Rusland voorlopig nog op enige afstand wordt gehouden. De Tsjechische president Havel waarschuwde onlangs dat een grotere rol van Rusland de NAVO zal verwateren tot een vrijblijvende debating club (à la de OVSE - Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa). Moskou probeert al jaren zo'n transformatie van de NAVO te bewerkstelligen, en ook deze bescheiden stap in die richting is een succes voor de Russische diplomatie. Aangezien Moskous rol alleen maar belangrijker zal worden in het globale anti-terrorismebeleid, is het zo goed als zeker dat zo'n Rusland-NAVO-raad er volgend jaar zal komen.

De vraag is dan wat dit zal betekenen voor de uitbreiding van de NAVO, een heikel thema dat op de agenda staat voor de NAVO-top van november 2002 in Praag. Poetin heeft al te kennen gegeven dat hij uitbreiding niet per se afwijst, mits de NAVO in een "politieke organisatie'' verandert en Rusland zich bij het proces betrokken voelt. Wanneer Rusland binnen de NAVO tot quasi-bondgenoot wordt opgewaardeerd, zal niets de verdere NAVO-expansie in de weg staan. Voor de meeste Midden-Europese kandidaat-lidstaten zal dit echter een Pyrrusoverwinning zijn, want voor hen is een NAVO waarin Rusland mede de scepter zwaait zowel overbodig als ongewenst. NAVO-diplomaten verzekeren twijfelaars dat Rusland ook in de toekomst geen veto krijgt over de toekomstige koers van de Alliantie. Dit is echter een kwadratuur van de cirkel, want zowel Rusland als Polen geheel tevreden stellen is vrijwel onmogelijk.

Desalniettemin heeft de NAVO afgelopen week in een bekoorlijke striptease weer wat Koude-Oorlogs-kleren afgelegd op weg richting coöperatieve veiligheid. Dit is een koene beslissing die ook niet geheel zonder risico's is. Toch moet deze stap worden toegejuicht, en niet alleen omdat Ruslands medewerking in de veldtocht tegen het terrorisme onontbeerlijk is. De praktische relevantie van de NAVO ligt immers niet meer zozeer in het coördineren en uitvoeren van militaire operaties, want ook in Afghanistan schittert de NAVO door afwezigheid. Alleen wanneer Rusland zich bij de NAVO aansluit kan daar verandering in komen.

Om de nieuwe dreiging van internationaal terrorisme en proliferatie van massale vernietigingswapens het hoofd te bieden, moet de NAVO zich omvormen tot een solide pan-Europees veiligheidsforum waarbij in noodgevallen kan worden teruggegrepen op militaire machtsmiddelen. Dit is de nieuwe uitdaging voor de NAVO en nauwe samenwerking met Rusland is daarbij een stap in de goede richting.