Intellectueel leiderschap verschuift van lidstaten naar Brussel, maar in die denktankcultuur is Nederland weinig zichtbaar.
In Washington zijn door bedrijven gesubsidieerde denktanks zeer invloedrijk. Tegenover conservatieve denktanks staan progressieve. Gezamenlijk zorgen ze voor verdieping, debatten en legitimiteit. Ook Brussel kent een levendige denktankcultuur. Nederland speelt op denktankniveau echter nauwelijks een rol. Nederland kan wel van alles willen met de EU, of juist niet, maar als we niet in alle relevante politieke debatten zitten in Brussel dan missen we invloed.
Dit vereist investeringen juist van het bedrijfsleven.
Voor Nederland is veel te winnen of te verliezen. Een uitdaging is bijvoorbeeld: hoe kan de Europese concurrentiekracht worden versterkt? Zo zijn er meer strategische vragen: moet het EU budget omhoog zodat er meer ruimte voor Europese investeringen komt? Moet het Europese Parlement meer grip krijgen op het economische beleid van lidstaten. De Fransen concluderen uit de vluchtelingcrisis dat een Europese grensbewaking nodig is: willen we dat?
Zelfgenoegzaam zeggen Nederlanders vaak dat Nederland het kleinste van de grote landen is en het grootste van de kleine. Dat was misschien zo maar helaas zit Nederland in een restgroep met Luxemburg, Finland en de Baltische staten. Spanje is het nieuwe Nederland als middelgroot land. Wil Nederland invloed houden dan moet het slimmer zijn dan de rest. Nu verschuift het intellectuele leiderschap van de lidstaten naar de Europese instellingen. ECB president Mario Draghi stelt onomwonden dat de Europese instellingen de eurocrisis hebben opgelost, ondanks onwillige lidstaten.
Beleidsvisies op EMU en vluchtelingencrisis komen van de Commissie en het EP. Op minder dan twee km2 in Brussel zitten de kantoren van de Europese Commissie, het EP en de dependance van de Europese Centrale Bank. Er werken ongeveer 35.000 EU-ambtenaren.
Op zich niet veel om de EU te besturen, maar in vergelijking met wat lidstaten aan Europese denkkracht hiertegenover kunnen stellen is het enorm. In de EU gelden Nederlandse ambtenaren als slim, handig en sociaal vaardig, maar door de bezuinigingen hebben we het over een handje vol per ministerie. Voor het echte strategiewerk moeten we toch naar ‘Brussel’ kijken.
Nederland mag het gebrek aan invloed en intellectueel leiderschap zichzelf aanrekenen door niet te werken aan Nederlandse zichtbaarheid in de Europese denktankwereld. Belangrijke Europese hoofdsteden hebben goedgevulde denktanks in Brussel. De Duitse Bertelsmann Stiftung heeft een expliciet federalistische missie en een budget van € 80 mln waarvan een deel direct gericht is op EU-projecten. Daarnaast zijn er meer grote Duitse EU-gerichte denktanks.
Anders dan Duitsland, Frankrijk of het Verenigd Koninkrijk kennen wij amper een denktankcultuur.
De les van de afgelopen jaren is dat een onvoldragen euro of lekke buitengrenzen gevaarlijk en kostbaar zijn. De eurocrisis is nog verre van opgelost en zoals het herhaalde uitstel van de Franse hervorming bewijst is het dubieus of er eigenlijk wel genoeg veranderd is in het bestuur van de eurozone. Ideeën over hoe economische hervormingen af te dwingen zijn ook vanuit het bedrijfsleven schaars gebleven. Af en toe komt nog een opmerking langs over het belang van het Europese ‘level playing field’, over de gevaren van sancties tegen Rusland, of over de economische voordelen van vluchtelingen, maar veel intellectueler wordt het niet. De focus ligt waarschijnlijk bij de belangen van de eigen aandeelhouders in 2016 maar dat is ‘penny wise’.
Nederland als zeventiende economie in de wereld en zevende exportland heeft én goede ambtenaren én denktanks én een ondersteunend bedrijfsleven nodig.
Invloed en zichtbaarheid zijn nu hard nodig en dat vereist investeringen in onafhankelijke transparante Europese kennis en Europese scenario’s. De Europese belangen zijn te groot voor de Nederlandse overheid alleen. Voor het bedrijfsleven staat meer op het spel in de EU dan kortetermijnbelangen.