Research
Articles
Nederlandse publieksdiplomatie verdient modernisering
Voor het ministerie van Buitenlandse Zaken (BZ) is het de hoogste tijd om deze naar buiten gerichte vorm van diplomatie tot prioriteit te maken.
In de eerste plaats kan Nederland van de VS leren hoe het niet moet. Duidelijk is dat publieksdiplomatie in de regel niet werkt op de korte termijn en dient te beschikken over een flinke dosis bescheidenheid. Voor overheden is er slechts een rol in de marge weggelegd en intelligente publieksdiplomatie werkt waar het even kan met geloofwaardige partners. Die conclusie wordt ook steeds vaker op BZ getrokken: burgers staan in de regel met een gezonde dosis scepsis tegenover door de overheid verstrekte informatie. Daarnaast dienen traditioneel naar binnen gekeerde diplomatieke diensten nieuwe kennis en vaardigheden buiten de eigen beroepsgroep op te doen. Diplomaten zijn weliswaar eeuwenlang getraind in de dialoog met gelijken, maar ze kunnen nog veel leren over de omgang met het grote publiek.
Het inhuren van pr-specialisten, marketing adviseurs en marktonderzoekbureaus ligt soms voor de hand, maar gebeurt nog weinig.
Het diplomatieke handwerk wordt er niet gemakkelijker op: het is voor diplomaten veel comfortabeler om zaken te doen met de elite van een ander land. Steeds vaker echter schiet de diplomatie die zichzelf opsluit hopeloos tekort. Lippendienst bewijzen aan contacten met 'civil society' is onvoldoende en menig diplomaat moet nog van zijn of haar krampachtige houding tegenover de omgang met buitenstaanders worden verlost. Met goedbedoelde initiatieven als open dagen komen ministeries van buitenlandse zaken er niet meer. Er is een onmiskenbare trend naar meer 'publieke inmenging' in internationale zaken als gevolg van de geleidelijke vervaging van het onderscheid tussen binnenlands en buitenlands beleid, de steeds grotere rol van de media en de opkomst van niet-gouvernementele organisaties (ngo's). Nederland heeft een inhaalslag dan ook hard nodig. Opvallend is dat een aantal andere kleine landen met succes veel energie in een strategische aanpak steekt. Onder de grotere landen zijn onder meer Duitsland, Frankrijk, Groot-Brittannië en Spanje ons allang voorgegaan. Het topmanagement van de ministeries van buitenlandse zaken van het VK en Duitsland geeft hoge prioriteit aan publieksdiplomatie. Het is de hoogste tijd dat ook in Nederland een strategie wordt ontwikkeld voor een wijze van diplomatie bedrijven die steeds meer op de voorgrond zal treden. De Britse ex-diplomaat Shaun Riordan spreekt in dit verband van de omslag naar een 'collaborative model of diplomacy'.
Modernisering van publieksdiplomatie vraagt wel om keuzes die lastig zijn in het altijd naar een consensus zoekende Nederland. Welk beeld wil Nederland bijvoorbeeld in het buitenland uitdragen? Daarover bestaat nog onvoldoende duidelijkheid. Het is bij uitstek een discussie waarin Buitenlandse Zaken als spil zou kunnen fungeren - zonder koudwatervrees en zonder angst voor het meekijkende parlement en de pers. Hier ligt voor BZ een prachtige kans om in samenwerking met maatschappelijke partners een reeks verhalen over Nederland op te stellen.
Buitenlandse Zaken zou daarnaast prioriteitslanden kunnen aanwijzen. In plaats van pappen en nat houden is radicale differentiatie tussen doellanden een bittere noodzaak. Hoe belangrijk zijn bijvoorbeeld Bern, Lissabon en Wellington? BZ zou zijn middelen moeten inzetten waar het van cruciaal belang is dat het bestaan van Nederland wordt opgemerkt en waar het kweken van begrip voor Nederlandse standpunten het zwaarst weegt. Ten slotte zou Buitenlandse Zaken veel voortvarender 'niches' in de internationale diplomatie kunnen identificeren waarmee Nederland zich kan profileren. Canada en Noorwegen wijzen hier de weg naar een vorm van 'win-win'-publieksdiplomatie waarmee veel krediet kan worden opgebouwd. De thema's lijken vooral te liggen op het gebied van veiligheid en de internationale rechtsorde, evenals de bevordering van het maatschappelijk middenveld in instabiele regio's.
De grote uitdaging zit evenwel in het fijne handwerk. Daar moet het meest in worden geïnvesteerd. Wil de Nederlandse diplomatie zich blijven vernieuwen, dan dient Buitenlandse Zaken publieksdiplomatie als naar buiten gerichte variant tot een geïntegreerd onderdeel van het buitenlands beleid te maken. Daar ligt een uitgelezen kans voor een departement dat op verschillende fronten terrein aan het verliezen is.