Research

Articles

Niemand wil met Van Rompuy op de foto

17 Feb 2010 - 09:54
Europese Unie EU-president is voor Berlijn en Parijs niet meer dan een anti-Turkse buikspreekpop

Zolang de EU een hybride bestuursstructuur houdt, blijft zelfs Balkenende voor Amerika belangrijker dan president Van Rompuy, schrijft Alfred Pijpers.

De weigering van president Obama om in mei een Europese top in Madrid te bezoeken, is mede terug te voeren op de rivaliteit tussen de nieuwe vaste voorzitter van de Europese Raad, Herman van Rompuy, en de Spaanse regering, die als roulerend EU-voorzitter ook taken claimt. Obamas besluit is een klap in het gezicht van Brussel, en dwingt de EU tot een nieuwe bezinning op de positie van de Europese president.

Het was al bekend dat de relatie met de EU niet de hoogste prioriteit geniet in de huidige Amerikaanse buitenlandse politiek. China en Rusland zijn momenteel belangrijker. Obama was onlangs tien dagen in China, terwijl hij niet eens de moeite nam om in Berlijn de val van de Muur te herdenken. In ieder geval heeft Washington nog steeds geen hoge pet op van het veelkoppige EU-leiderschap. Door de bonte verzameling EU-instellingen, -voorzitters en -commissarissen, die elkaar verdringen om internationale aandacht, is onduidelijk wie precies de lakens uitdeelt, waar de bevoegdheden liggen, en welke agenda er wordt gevoerd. Dat irriteerde Obama al tijdens de Euro-Amerikaanse top vorig jaar in Praag.

Het pas ingevoerde Verdrag van Lissabon had hier uitkomst moeten bieden, vooral door middel van de semipermanente voorzitter van de Europese Raad. Die leidt, stimuleert, zorgt voor continuïteit en samenhang, en zet Europa op de wereldkaart. Oud-NRC- columnist Luuk van Middelaar meende dat deze voorzitter zou kunnen uitgroeien tot de hoogste leider van Europa, die als zodanig op gelijke voet komt te verkeren met de Amerikaanse of Russische president.

Maar dat zal de eerste president van Europa niet lukken. De Belgische politicus Van Rompuy was voor het grote Europese publiek een totaal onbekende. Hij heeft geen slopende campagne hoeven voeren, is in zijn huidige functie niet democratisch verkozen, is geen verantwoording schuldig aan welke Europese volksvertegenwoordiging ook, en is nog nooit het publieke debat aangegaan. Een Birmese juntaleider beschikt waarschijnlijk over een grotere democratische legitimiteit dan deze mediaschuwe haiku-dichter. Zijn functie kent nauwelijks bevoegdheden, en is op geen enkele manier te vergelijken met de macht van de Amerikaanse of Russische president. Die hoeven dus ook niet zo nodig met hem op de foto. Voor Parijs en Berlijn is hij hooguit een nuttige anti-Turkse buikspreekpop. Van Middelaar, die inmiddels tekstschrijver is geworden van de kersverse Europese president, kan dus nog even vooruit.

Zolang Brussel een hybride bestuursstructuur houdt, doet Washington liever zaken met individuele regeringsleiders of staatshoofden, vooral die van de grotere EU-lidstaten. Sarkozy, Merkel, en Brown zijn de toonaangevende Europese gesprekspartners voor Obama. Die kunnen immers de beslissingen nemen die voor de VS belangrijk zijn, bijvoorbeeld op militair gebied. Ook iemand als Berlusconi telt in Washington zwaarder mee dan Van Rompuy. En dat geldt zelfs voor Balkenende wanneer het om Afghanistan gaat. Heel begrijpelijk dat die Europese regeringsleiders deze waardevolle bilaterale contacten niet willen afdragen aan een functionaris zonder macht of aanzien.

Het probleem is echter dat Van Rompuy de Europese Unie naar buiten toe formeel op zijn niveau (dat is dus presidentieel) mag vertegenwoordigen. Als zodanig kan hij dus de nationale regeringsleiders naar de kroon steken, bijvoorbeeld op de topconferenties die de EU samen belegt met de VS of Rusland. Hij mag alleen niet in het vaarwater komen van Catherine Ashton, die als aanspreekpunt fungeert voor de Europese buitenlandse politiek, of van de Europese Commissie.

De rivaliteit tussen Van Rompuy en de regeringsleiders van de lidstaten werkt verlammend. Zijn semipermanente functie is ingesteld om de Europese Raad, de directiekamer van de Europese Unie, adequater aan te sturen. Daarvoor heb je echter geen figuur nodig met presidentiële ambities, maar veeleer een soort directiesecretaris, die leiding geeft aan een ambtelijke staf, en de politieke impulsen van de EU-regeringsleiders kan omzetten in daden. Een technisch voorzitter dus, zoals altijd door Nederland bepleit.

Zijn internationale rol moet echter worden teruggedrongen. De buitenlandse politiek moet hij overlaten aan de lidstaten en de Hoge Vertegenwoordiger barones Ashton. Javier Solana heeft die functie tien jaar met verve vervuld, zonder daarbij de lidstaten in de wielen te rijden. Op het niveau regeringsleiders en staatshoofden zou het roulerend voorzitterschap weer informeel kunnen worden hersteld. Er kleefden wel bezwaren aan, maar het weerspiegelde beter dan de huidige formule de feitelijke machtsverhoudingen in de Europese Unie. Voor een Amerikaanse president is dat wel zo handig.