Research
Op-ed
Nieuwe lagen in verhaal Pakistaanse atoomspion Khan
Als vader van de Pakistaanse atoombom werd Khan vereerd als hoeder van een nationale afschrikkingsmacht tegen het reusachtige India. Nederland was laks geweest, want de beveiliging van de toptechnologie had te wensen overgelaten. Maar curieus genoeg was de dagvaarding van de rechtbank jegens Khan even slordig geadresseerd ('Khan, Pakistan') dus als onbestelbaar geretourneerd. Einde proces.
Khan bouwde onverdroten voort aan een internationaal netwerk van illegale leveranties aan landen die lid waren van het non-proliferatieverdrag (Libië, Iran, Noord-Korea), waarbij altijd is betwijfeld of hij dat buiten medeweten en medewerking van de Pakistaanse regering deed. In 2004 trok hij ineens het boetekleed aan. Hij verklaarde alleen zichzelf, niet de Pakistaanse regering, schuldig. Dat kwam hem op huisarrest te staan. Aan het vrijwillige karakter van de schuldbekentenis is altijd getwijfeld - de militaire leider Musharraf zou onder Amerikaanse druk een toneelstukje hebben verzonnen. Tegelijk trok Musharraf een rookgordijn op, omdat elk contact met Khan, ook verhoren door het Internationaal Atoomagentschap, werd verboden.
Na de val van Musharraf verviel in februari dit jaar het strenge huisarrest en begon Khan gestaag aan een operatie-zelfrehabilitatie. Lastig om nu meteen te geloven dat hij tegenwoordig wél de waarheid spreekt, maar het is interessant om de steeds nieuwe dubbele lagen uit het Khan-verhaal bij te houden.
Op 31 augustus verklaarde Khan voor de Pakistaanse televisie dat hij in 2004 door Musharraf tot de zelfbeschuldiging gedwongen was. Ook over het Nederlandse verleden deed hij een boekje open. In september 1974 had hij president Ali Bhutto vanuit Holland geschreven dat hij zijn land snel aan de atoombom kon helpen. Bhutto gaf hem alle ruimte. Begin 1983 kon Pakistan zelf uranium produceren dat gebruikt kon worden in een bom. Op 10 december 1984, precies vijfentwintig jaar geleden, kon Khan dictator Zia melden dat de bom desgewenst binnen een week getest kon worden. Dat de klus zo snel geklaard was, was volgens Khan mede te danken aan het feit dat de Amerikanen er wel niet zo blij mee waren, maar Pakistan te hard nodig hadden in hun oorlog tegen de Sovjetbezetting van buurland Afghanistan. En passant vertelde Khan voor de televisie ook dat Pakistan wenste dat Iran over een nucleair tegenwicht tegen Israël zou beschikken, en de ayatollahs daarom hand- en spandiensten verleende. Zo ook Libië, en Noord-Korea, dat geïnteresseerd was in raketsamenwerking.
In september (in de Sunday Times) en vorige week (in de Washington Post) verschenen follow-ups. Nu zegt Khan - woedend tegengesproken door Pakistan - dat Pakistan in 1982 een geheime deal met China uitvoerde: China leverde vijftig kilo verrijkt uranium, genoeg voor twee atoombommen, en een eenvoudig ontwerp voor De Bom. Dit in ruil voor technologie en hulp bij het maken van 'Chinese' ultracentrifuges in Hanzhong in Midden-China. De deal zou in 1976 zijn beklonken tussen partijleider Mao Ze Dong en Ali Bhutto: de Chinezen zagen in de Europese ultracentrifugetechniek een kans om hun achterstand op dat terrein weg te werken. Er vlogen '135 C-130 vrachtvliegtuigen met machines en onderdelen heen, onze teams bleven er weken om te helpen en omgekeerd', aldus Khan.
De Verenigde Staten roken onraad, maar besloten het China niet lastig te maken. China had het non-proliferatieverdrag toen nog niet getekend en ach, de high politics van die dagen maakte de dooi tussen China en de Verenigde Staten, en de strijd tegen de Sovjets in het laatste bedrijf van de Koude Oorlog (Afghanistan) belangrijker. Zo kwam Nederlandse ultracentrifugetechniek dus wellicht ongestraft in Chinese handen. Dat werpt weer nieuw licht op de onthulling op Tweede Kerstdag 2004 dat de CIA de atoomspion Khan liever volgde dan hem te arresteren, een bewering die acht maanden later door ex-premier Lubbers min of meer werd gesteund toen deze voor de VPRO-radio zei dat 'de Amerikaanse inlichtingendienst er de voorkeur aan gaf om de man niet vast te zetten, maar te volgen'.
Ons kleine land moest zich klein houden. Op het moment dat China de Hollandse ultracentrifugegeheimen ontving, moest Den Haag voor Peking door het stof kruipen omdat we de brutale moed hadden gehad om twee onderzeeërs aan Taiwan te verkopen.