Research
Op-ed
'Normaal land' Italië
Maar Il Cavaliere begint deel van het establishment te worden. Berlusconi draait al weer veertien jaar mee in de Italiaanse politiek en voetbal is niet langer zijn hoofdbestaan. De ene keer regeert hij met halve nationaal-fascisten, dan weer met de hulp van regionale splinters, dus zo heel vreemd is het ook weer niet dat hij nu met de separatisten van 'Padania' (Noord-Italië) aanpapt. Wel lastig, want Berlusconi denkt nog immer in termen van Forza Italia en wil niks van een regionalisme weten waarin de term Italia juist voor het verguisde en afgeschreven zuiden wordt gereserveerd.
De eerste gevolgen van het verstandshuwelijk zijn al zichtbaar in harde anti-asielzoekersmaatregelen en Berlusconi's toezegging dat hij de belastingopbrengsten voortaan meer zal besteden in de gebieden waar zij zijn opgehaald. Minder noordelijk geld naar bodemloze
zuidelijke putten dus.
Intussen slaagt de premier erin om, ondanks alle strapatsen uit vorige ambtsperioden, ondanks brutale verwijten aan tegenstanders en onsmakelijk gebruik van charme en machismo, gewoon weer als leider van een aanzienlijk land tussen de groten der aarde te poseren. Italië, dat economisch intussen door Spanje is ingehaald, paradeert mee in de G8 en hoort bij de inner circle van EU-landen die door president Sarkozy zijn voorbestemd om de buitenlandspolitieke voorhoede en strijdmacht van de Europese Unie te gaan vormen. Net als in het verleden, toen hij Bush op diens moeilijkste momenten in Irak steunde, gooit Berlusconi nu weer handig de VS een boei toe door steun te betuigen aan de bouw van het raketschild in Europa en - op een moment dat het Pentagon werkelijk kwaad begint te worden over de wij-doen-liever-niet-mee houding van grotere NAVO-landen in de strijd tegen de taliban - door duizend Italiaanse soldaten naar het gevaarlijke zuiden van Afghanistan te laten verhuizen. Zo slaagt hij er steeds in om afstand te bewaren van bijvoorbeeld Duitsland, en de waardering van Washington op te strijken. Geen woord van zorg uit het Witte Huis over het schaamteloze verval van de democratie en de rechtsstaat, de onverwachte hulp van Italië (en Frankrijk) aan de VS tellen nu zwaarder.
Italië is geen Turkije of Roemenië, ook geen Afghanistan of Puntland, maar het heeft trekjes van een falende staat en de maatregelen die de regering-Berlusconi zich permitteert om die te bestrijden, zijn even bedenkelijk als de trekjes zelf. Het vuilnis in Napels stapelde zich op, en om er iets aan te doen moest Napels even tot politiestaat worden uitgeroepen. De misdaad - inderdaad volgens de statistieken onevenredig vaak begaan door buitenlanders - teistert de maatschappij en wordt met dubieuze anti-immigratiemaatregelen bestreden. Zigeunerkinderen moeten vingerafdrukken laten maken. Subsidies aan vrijwilligersorganisaties die zich om het lot van illegale immigranten bekommeren, worden afgeschaft. Bedrieglijk is Berlusconi's bekommernis om de vrijheid: als rechtse politicus hamert hij natuurlijk op het bekende aambeeld van de regelzuchtige overheid en de verstikkende bureaucratie, maar hij heeft ook de rechterlijke macht ingedeeld bij de vijanden van een 'vrij Italië' en het openbaar ministerie tot staatsgevaarlijk kankergezwel uitgeroepen.
De praktijk van telefoons afluisteren, in Italië sterk ontwikkeld, is niet fraai, maar een noodzakelijk kwaad in een land van fraude, afpersing en corruptie. Nu wordt het middel volledig aan banden gelegd en ongeldig verklaard voor delicten waarvoor je korter dan tien jaar achter de tralies gaat. Dat staat volgens sommigen bijna gelijk aan het legaliseren van fraude en afpersing.
De immuniteitsregels, in een race tegen de klok ingevoerd voordat het hof in Milaan een uitspraak dreigde te doen over omkoperijgedoe van de premier, maken het helemaal bont: de premier en nog drie andere hoge ambtsdragers worden zolang ze in functie zijn van justitieel onderzoek gevrijwaard. 'Ik kan niet tegelijk premier zijn en ook nog eens de hele dag voor rechtbanken moeten verschijnen,' is Berlusconi's toelichting.
Bij de trekjes van een falende staat horen natuurlijk ook angstige journalisten. Stel nu dat dit soort zaken door een journalist of columnist wordt beschreven in een Italiaans weekblad, en dat de informatieketen ergens onderweg ook een telefoontap heeft bevat. Dan riskeert het weekblad een boete van negentigduizend euro en de journalist drie jaar cel, ook al wist hij niet eens van die tap. 'Nu kunnen we eindelijk weer een normaal land worden,' zegt Berlusconi na zijn eerste drie maanden.