Research
Op-ed
Nucleair systeemrisico
Je kunt al met al zeggen dat een derde van alle staten in de wereld is omgevallen of halverwege is, dus dat het systeemrisico om de hoek ligt. Het systeem knarst, maar de schotten tussen Euro-Amerika en de rest houden het net. Of moeten we zeggen: hielden het?
Hoewel een staat niet failliet kan gaan, lijkt hij veel op een bank. Wij beschaafde Noord-Atlantische onderdanen vertrouwen gevoelige risico's aan onze staten toe en rekenen erop dat het vertrouwen niet wordt beschaamd. Wie zich onveilig voelt, belt 112 en de overheid snelt te hulp. In falende staten komt de overheid zijn verplichtingen niet na en het resultaat is er dan ook naar: de markt neemt de risico's over en de lokale krijgsheren en milities noteren je als klant. Zij rekenen een hoge, flexibele rente en zijn ook nog eens niet erg betrouwbaar in hun condities. Evenmin vallen ze onder een nationale toezichthouder, dus ze beloven gemakkelijk meer dan ze kunnen waarmaken. Niet erg geruststellend. In het uiterste geval vallen angstige onderdanen maar terug op self-help. De kalashnikov onder het bed, als parallel van de oude sok met je spaargeld.
In sommige falende staten zijn particuliere milities, pardon: marktpartijen, zo groot dat degene die zich overheid noemt ze 'systeemrelevant' noemt en nationaliseert. Dan heten ze voortaan 'leger'. Zie Irak. Of de Republika Srpska, waar je zelfs twee legers hebt. In Afghanistan zal het er ook eens van moeten komen, al had je daar meer dan achttienhonderd rollebollende milities die misschien allemaal nog eens een nationaal uniform zullen aantrekken.
Als er in dat internationale veiligheidssysteem al sprake is van een toezichthouder, dan is het Amerika. Wie onraad bespeurt krijgt bij 112 geen gehoor, maar kan Bush bellen. Tenminste, als je je veiligheidsrisico's bij Amerika hebt ondergebracht en elk jaar trouw je rente betaalt (politieke steun aan Iraqi Freedom, troepen leveren aan ISAF in Afghanistan, de andere kant uit kijken als de Grote Toezichthouder zelf een keer door rood licht rijdt). Dan helpt de toezichthouder, die daarbij zijn eigen belang overigens niet vergeet. Dat laatste kun je de toezichthouder misschien niet eens kwalijk nemen, al is het voor het hele systeem wel zo prettig als iedereen gelijk wordt behandeld.
Vorige week gebeurde er iets waarover je wel je twijfels kunt hebben. Terwijl alles in Amerika zelf fout ging - het woord systeemcrisis viel elk uur, bankinstellingen vielen ook, niemand luisterde nog naar de president - durfde de regering-Bush op woensdag 1 oktober ook nog feestje te vieren. De Senaat had net ingestemd met het nucleaire akkoord dat de VS met India had gesloten.
Het is veelbetekenend dat het akkoord een 'succes' wordt genoemd.
India weigert sinds jaar en dag ratificatie van het non- proliferatieverdrag tegen kernwapens. Wie dat weigert, zet zichzelf buitenspel, laat geen inspecties van het Atoomagentschap toe en verspeelt dan ook het recht op de import van buitenlandse nucleaire technologie. Nu heeft Amerika besloten dat de buitenspelregel voor India niet bestaat. De toezichthouder verandert het systeem, ter wille ván het systeem - beweert hij. Hij heeft andere landen onder druk gezet de andere kant op te kijken. Volgens de Financial Times werd Balkenende door Bush gebeld. Ook Nederland ging ten slotte door de knieën.
In feite is het nucleaire akkoord met India niet meer dan een gok, speculeren op een goede relatie van de tanende toezichthouder met een rijzende grootmacht. Voor de toekomst van het non-proliferatieverdrag was het niks geen succes, maar geeft het wel jaloerse landen: trouwe klanten die zich bekocht voelen, buitenstaanders die dezelfde behandeling eisen. Private banking van de slechte soort. Het was Black Wednesday, het verstrekken van een subprime hypotheek aan een grote dubieuze klant. Geen garantie op meer veiligheid van de wereld, maar een nucleair systeemrisico.