Obama: het succes van 'strategisch geduld' ?
Tegenover de juridische schade van de illegale inval in Irak, uitgevoerd om een reden die achteraf ook feitelijk vals bleek te zijn (massavernietigingswapens) wordt de zorgvuldige koers geprezen die Obama koos door netjes te wachten op toestemming van de VN Veiligheidsraad om in Libië in te grijpen. Om een reden waaraan geen mens kon twijfelen, want Khadaffi riep op tot moord op zijn eigen bevolking en iedereen kon op de tv zien hoe een daadwerkelijk bloedbad in Benghazi dreigde. Tegenover het unilateralisme van Bush, die zelf uitmaakte met welke partners hij op oorlogspad ging en die oude bondgenootschappen bruuskeerde, wordt nu het glas geheven op de rehabilitatie van de NAVO en het succes van samenwerking. Tegenover het schimpen op luie NAVO-partners die meeliftten op het Amerikaanse leiderschap of zelfs helemaal niet meededen (Frankrijk in Irak) wordt nu de hoofdrol van de Fransen en Britten geroemd, die broederlijk voorop gingen in de strijd. Tegenover het gedraal en de weinig fraaie bombardeerdiplomatie uit de jaren negentig (geen grondtroepen willen spenderen aan Servië en Kosovo, maar het met tomeloos air pounding forceren van halve oplossingen aan de onderhandelingstafel), wordt nu de geraffineerde taakverdeling gevierd tussen NAVO-vliegtuigen in het Libische luchtruim en de Libische verzetssoldaten die hun eigen oorlog tegen de Khadaffi-clan mochten winnen. Tegenover de gigarekening van de oorlogen in Irak en Afghanistan, nu al opgelopen tot duizend miljard dollar, wordt handenwrijvend vastgesteld dat regime change in Libië de Amerikaanse schatkist maar éen miljard dollar heeft gekost.
Kortom, tegenover de dure, cowboyachtige en weinig effectieve bemoeizucht van oud-interventionisme, wordt ons nu al het succesvolle model van strategic patience van Barack Obama ten voorbeeld gesteld. Bij alle reflectie op het Libische succes lijkt er nu zelfs ruimte voor morele zelfkastijding met de vraag of de NAVO misschien heeft meegeholpen aan het plegen van een oorlogsmisdrijf door het konvooi van de Libische dictator aan te vallen, in plaats van hem naar Den Haag te brengen.
Er zit zeker een kern van waarheid in al die tevreden evaluaties, maar op alle felicitaties valt ook wel het nodige af te dingen. De Amerikaanse bijrol was niet slechts een uiting van nieuwe buitenlandspolitieke bescheidenheid, maar ook van belangencalculatie en geld. Libië is geen Saoedi-Arabië, in Amerikaanse ogen is het een tweederangs land waar je gerust from behind kunt interveniëren. Ook de enorme bezuinigingen waar de VS mee kampt verklaren veel van het zogenaamde strategische geduld van Obama. Binnenlandspolitieke redenen dwingen hem een eind te maken aan de militaire aanwezigheid in Irak (2012) en Afghanistan (2014) en dat zou je eerder strategisch ongeduld dan geduld kunnen noemen. NAVO-succes? Duitsland en Polen weigerden mee te doen, acht van de achtentwintig lidstaten deden het vuile werk. Amerikanen op de achtergrond? Na een tien dagen durend openingsoffensief waarin de Libische luchtafweer grondig werd uitgeschakeld, bleef de VS ook logistiek en op inlichtingengebied een hoofdrol spelen. Later werden ook weer drone-aanvallen uitgevoerd. Schoon was de totale interventie ook zeker niet: de NAVO had uiteindelijk 9634 luchtaanvallen op gronddoelen nodig voor Khadaffi werd gevonden. Juridisch zuiver? Daar zal nog over worden nagepraat. Resolutie 1973 mag best rekbaar worden genoemd, want stond alle maatregelen toe om de burgerbevolking te beschermen, met uitzondering van het doden van de familie-Khadaffi. Maar wat mij betreft versprak de Franse minister Juppé zich toen hij in reactie op de dood van de dictator zei: 'De operatie kan nu worden beëindigd, want ons doel was om de troepen van de Nationale Overgangsraad te helpen bij de bevrijding van haar land, en die is nu bereikt.' Eerlijk en realistisch, maar zoiets heet regime change.