Research
Articles
Onafhankelijk Kosovo is fout signaal
In 1999 werd het Westen geconfronteerd met de Servische president Milosevic, die op een nieuwe etnische moordpartij leek uit te zijn. In Bosnië had hij eerder getoond geen lieverdje te zijn. In veel westerse hoofdsteden was de angst groot als er weer zou worden toegekeken als zich een genocide zou voordoen, zoals in Rwanda (1994). Ditmaal zou de slachting zich echter aan de buitengrens van Europa voltrekken en dat zou niet nog eens aan de kiezers kunnen worden verkocht. Dus werd besloten preventief militair in te grijpen.
Het besluit tot 'humanitaire interventie' werd echter genomen zonder de goedkeuring van de Veiligheidsraad. Rusland was niet bereid zijn Servische bondgenoot af te vallen. Omdat de interventie zonder VN-resolutie doorging, liet men het eerste belangrijke principe varen: er wordt slechts met de goedkeuring van de Veiligheidsraad militair ingegrepen. Het was geen onbelangrijk feit dat dit ingrijpen zonder gevolgen voor de interveniërende partijen mogelijk was. De 'slechteriken' en 'foute regimes' vreesden dat het Westen hiermee een vrijbrief zou krijgen om iedere tegenstander of elke onwelgevallig regime uit de weg te ruimen. Aan hen die tot dan toe geen vrienden van het Westen waren, restten toen nog maar twee mogelijkheden. Of zij konden kiezen voor het westerse kamp, het Khadaffi-scenario, of zij opteerden voor zelfverdediging en werden zo gedwongen waar mogelijk naar nucleaire middelen te grijpen, het Iran/Noord-Koreascenario.
Intussen was het Kosovo-probleem nog niet opgelost. De Servische autonome provincie was intussen onder internationaal toezicht geplaatst. De Kosovo-Albanezen wilden echter meer: onafhankelijkheid. Dat was voor de Serven onverteerbaar omdat zij dit niet alleen als een aantasting van hun soevereiniteit beschouwden, maar ook als het verlies van de historische geboortegrond van de Servische natie. In Kosovo deed het Servische volk voor het eerst in een 'heldhaftig' tegen de Turken verloren veldslag op het Merelveld (1389) van zich spreken.
Met het Ahtisaari-plan is de facto gekozen voor een onafhankelijk Kosovo. Hoewel het niet zo wordt genoemd, vertoont Kosovo bij de uitvoering van dit plan alle kenmerken van een onafhankelijke staat. Met een eigen volkslied, vlag, constitutie, 'veiligheidsmacht'(leger) van 2.500 man en lidmaatschap van internationale organisaties moet zoals de Engelsen zeggen iets dat eruit ziet als een eend, loopt als een eend en kwaakt als een eend, hoogstwaarschijnlijk ook een eend zijn. Als Kosovo inderdaad onafhankelijk wordt, wordt een tweede belangrijk principe aan de kant geschoven: afvallige provincies kunnen niet zomaar onafhankelijkheid verkrijgen. Met het overboord gooien van dit principe wordt een doos van Pandora geopend. Vele gebieden in de wereld zijn deel van een land terwijl de meerderheid van de bevolking van zo'n gebied liever deel zou uitmaken van een ander land of onafhankelijk zou willen zijn. Bij een onafhankelijk Kosovo blijkt dat het wel degelijk mogelijk is om als beloning voor het opnemen van de wapens onafhankelijkheid cadeau te krijgen.
Dit kan tot gevolg hebben dat vele onafhankelijkheidsbewegingen, zoals die van de Serven in Bosnië, Transdniestrië in Moldavië of die van de Tsjetsjenen, nieuwe moed vatten en het vuur opnieuw opstoken. Waarom zouden zij immers niet dezelfde rechten hebben als de Kosovo-Albanezen?
Hoewel het Ahtisaari-plan net als de eerdere humanitaire interventie wellicht de voor de hand liggendste korte-termijnoplossing voor het Kosovo-conflict lijkt, zou het op de lange termijn wel eens rampzalige gevolgen voor de wereld kunnen hebben. Want hoewel het plan wellicht één conflict kan oplossen, zou het wel eens kunnen leiden tot veel meer conflicten die vervolgens ieder ook weer om nieuwe oplossingen zullen vragen. Het is de vraag of de 'oplossing' van het Kosovoconflict dat waard is. Een betere oplossing, waarbij geen belangrijke principes hoeven te sneuvelen, zou zijn dat ex-Joegoslavië zo snel als mogelijk in zijn geheel lid van de Europese Unie wordt. De keuze om nieuwe grenzen op de Balkan te creëren, is in het verleden al contraproductief gebleken. Met open grenzen en minder macht in de regionale hoofdsteden kan veel meer ruimte voor duurzame oplossingen ontstaan. Helaas is de EU hier nog niet aan toe.