Research
Op-ed
Ondanks alles, we worden veiliger
Eerdere versies uit 2005 en 2006 verbaasden al door optimisme: wij leven volgens de opstellers sinds het eind van de koude oorlog in een decade of peace, en die duurt maar voort.
Wie aan de genocides in Rwanda en Darfur denkt, moet die zien als een verschrikkelijke oprispingen van een fenomeen dat vroeger veel vaker voorkwam. Twintig jaar geleden woedden er wel tien genocidecampagnes tegelijk in de wereld.
Wie aan de Balkanoorlogen van de jaren negentig denkt, moet die zien als een uitgestelde epiloog van de 19e eeuw. Na de dood van maarschalk Tito knalde het deksel op de ketel van de Joegoslavische staat er te snel af - de verlamde wereld was klaar voor 21ste eeuwse conflicten, maar had geen rekening gehouden met die oude slapende vulkaan.
Wie aan het bloedvergieten in Irak denkt, moet maar denken dat er een halve eeuw geleden gemiddeld bijna 40.000 doden per oorlog te betreuren waren. Tegenwoordig komen de boekhouders maar tot 600.
Wie aan de War on Terror denkt, moet die term tegenwoordig eigenlijk meteen weer inslikken. We voeren en verklaren geen oorlogen meer, we zijn hooguit betrokken bij 'gewapende conflicten'. En de interland-oorlog lijkt alleen nog op het voetbalveld voor te komen. Op het slagveld telde het Human Security Report er over de afgelopen vijf jaar nul. Ook als je alle grote gewapende conflicten telt, tegenwoordig vooral burgeroorlogen, staat de wereld er veel beter voor dan twintig jaar geleden. Als het een maatstaf is voor veiligheid, is de wereld er met ongeveer dertig stuks nu twee keer zo veilig op geworden.
De onderzoeksgroep dook nog wat verder in de cijfers, want geweld is nu eenmaal een veelkoppig monster. Bij 'conflict' denk je aan twee partijen die elkaar met wapens te lijf gaan en je denkt ook aan soldaten in regeringstenue. Maar dat hoeft niet. Er woeden ook oorlogjes tussen groepen, terwijl regeringen toekijken. Afrika is er in gespecialiseerd, met meer van die conflicten dan in de rest van de wereld bij elkaar. Maar ook daar gaat het de laatste jaren een stuk beter. In de hele wereld zijn er nu nog ongeveer 25 van deze groepsoorlogen. Daarmee komt het totaal, we zouden kunnen zeggen publieke en private oorlogen, nu op een kleine 60.
En dan zijn er nog de conflicten waarbij een van de partijen ongewapend is. In Soedan of Nepal heeft de regering het gemunt op bepaalde onderdanen, in Oost-Afrika vocht het Leger van de Heer tegen ongewapende Oegandezen. Hoe het met dergelijke campagnes verder zal gaan is nog niet geheel duidelijk. Terwijl de heuse oorlogen uit beeld verdwenen daalden, namen de eenzijdige geweldscampagnes in 2004 toe tot veertig. De laatste paar jaar gaat het gelukkig beter en slonk het aantal weer naar 26. Met dank aan Afrika, waar nu veel minder gevochten dan tien jaar geleden.
| Gewapende conflicten in 2006 | |
|---|---|
| interland-oorlogen | 0 |
| gewapende conflicten waarbij een staat partij is | 32 |
| conflicten tussen gewapende groepen | 24 |
| geweldscampagnes tegen ongewapende burgers | 26 |
Als die Afrika-trend nu ook nog even doorzet in Centraal- en Zuid-Azië, dan zou je op basis van deze cijfers met de onderzoekers van het Human Security Report kunnen concluderen dat de wereld sinds 1990 bijna twee keer zo veilig is geworden.
Het liefst willen we natuurlijk een rapport waarin alleen nog nullen staan.
Dat is voorlopig een illusie - de spectaculaire verbetering van de afgelopen tijd vlakt trouwens enigszins af en de tekenen stemmen niet allemaal tot optimisme. Voedseltekorten, waterschaarste, de run op energiebronnen en onheilspellende klimaatveranderingen zijn mogelijke bronnen van nieuw conflict. Honderd jaar geleden voorspelde Norman Angell in zijn beroemde The Great Illusion trouwens ook het eind van de oorlog - hij heeft in de rest van de eeuw niet helemaal gelijk gekregen.
Maar soms beleeft de geschiedenis een primeur. Een oorlog voeren is één ding, ermee stoppen is ook een kunst. Het lijkt er waarachtig op dat de wereld begint te leren hoe je conflicten kunt laten ophouden. De Human Security onderzoeksgroep merkte dat we ergens midden jaren negentig een historisch punt hebben passeerd waarop meer conflicten aan de onderhandelingstafel eindigden dan door een knock out op het slagveld. Aan dat goede nieuws kleefde een triest randje: bij de helft van die onderhandelingsvredes liep het binnen vijf jaar toch weer fout en maakte de oorlog een doorstart. Slagveldvredes, militaire overwinningen dus, waren veel duurzamer. Logisch, want je mag verwachten dat de verslagen partij na de overgave niet veel meer te vertellen heeft. Vredesoverleg zal ook vaker voorkomen tussen gelijkwaardige partijen dan tussen ongelijkwaardige, in het laatste geval vecht de sterkste liever door tot de buit binnen is. Maar ook hier tekent zich iets moois af! In het nieuwe millennium brak al 43 keer vrede uit. In zeventien gevallen kwam dat door succesvolle onderhandelingen. En daarvan zijn er slechts 2 weer opnieuw in geweld losgebarsten, dus we worden steeds betere onderhandelaars.