Research

Articles

Onenigheid over oorzaak broeikaseffect : 'De dag na morgen' duurt nog wel even

15 Mar 2006 - 00:00
In de pas uitgekomen Hollywood-film, The Day after Tomorrow, wordt New York overspoeld door een reuzegolf onmiddellijk gevolgd door een nieuwe ijstijd. En dat allemaal omdat het klimaat ernstig is verstoord door snelle opwarming van de aarde.

Het is een spectaculaire film met poëtische beelden, geweldige computer-animaties en andere speciale effecten. Maar is het verhaal ook realistisch? Men zou zich bijvoorbeeld kunnen afvragen hoe een opwarming van de aarde een nieuwe ijstijd kan veroorzaken? Het antwoord op die vraag ligt besloten inde werking van het volgende mechanisme. Door het feit dat de mens voortdurend broeikasgassen in de atmosfeer brengt als gevolg van het verbruik van fossielebrandstoffen, zal de wereld opwarmen. Het ijs op de polen smelt. Hierdoor zal zoet water in de Noord-Atlantische Oceaan terechtkomen. De Golfstroom bestaat uiteen kringloop - een soort lopende band, in klimatologisch jargon: North Atlantic Thermohaline Circulation - van een bovenstroom vanzuid naar noord, die de warmte van de tropen naar Noord-Amerika en West-Europa brengt, en een onderstroom van noord naar zuid. In het noorden aangekomen zakt het water naar beneden om weer terug te stromen naar het zuiden. Maar zout water zakt gemakkelijker dan zoetwater. Als het zoute water minder zout wordt door toevoeging van het zoete smeltwater van de polen als gevolg van een opwarming van de aarde, zal de ‘lopende band' van de Golfstroom worden afgeremd dan wel onderbroken, hetgeen tot een nieuwe ijstijd in Noord-Amerika en West-Europa zal leiden.

Maar klopt die redenering wel? Verschillende klimaatwetenschappers, waaronder ons ‘eigen' KNMI, achten dit om verschillende redenen hoogst onwaarschijnlijk. Deze kwalificatie is het wetenschappelijk equivalent voor ‘onzin'. De maker van de film de Duitse regisseur, Roland Emmerich, beweert niettemin dat het scenario is gebaseerd op wetenschappelijke inzichten. Hij geeft toe dat de rampen die in de film worden getoond zich in werkelijkheid niet zo snel zullen voltrekken, maar toch...

De hoofdfiguur in de film is een paleoclimatoloog, die de geschiedenis van het klimaat bestudeert, gespeeld door de acteur Dennis Quaid. Als eenling neemt hij het op tegen het Witte Huis. Hij verwijt de Amerikaanse regering alleen maar oog te hebben voor de economie en in gebreke te blijven om de mensheid te redden van de catastrofale gevolgen van de opwarming van de aarde. Zijn tegenspeler in de film is een kalende en bebrilde Amerikaanse vice-President, die grote fysieke gelijkenis vertoont met de huidige echte vice-president, Dick Cheney. Kortom, de film pretendeert een duidelijk politieke boodschap uit te dragen. En de voormalige vice-president van de VS, Al Gore, die zich altijd een groot voorstander heeft betoond van het Kyoto-verdrag om de uitstoot van menselijk broeikasgassen te beperken, heeft de film aangegrepen als aanleiding voor het starten van een nieuwe bewustwordingscampagne om het gevaar van opwarming van de aarde onder de aandacht van het publiek te brengen. De milieubeweging heeft zich overigens enigszins gedistantieerd van de film. Zij vindt het weinig waarschijnlijk dat de daarin vertoonde catastrofes binnen zo'n korte periode zullen plaatsvinden. Maar tegelijkertijd grijpen de groene activisten de film aan als een welkome impuls om het publiek nog eens extra hun onheilsboodschap onder de neus te wrijven. Er bestaat volgens hen een reëel gevaar voor opwarming van de aarde als gevolg van de uitstoot van broeikasgassen door de mens, in het bijzonder CO2 dat vrijkomt bij de verbranding van fossiele brandstoffen. Maar is er nu werkelijk sprake van opwarming van de aarde? En zo ja, zijn menselijke activiteiten daarvan de oorzaak? En zijn alle wetenschappers het daarover eens? Het antwoord op die vragen is drie-maal ‘nee'.

Temperatuurmetingen aan de oppervlakte van de aarde laten inderdaad een opwarming zien. Maardat geldt niet voor de temperatuur in de hogere luchtlagen die met weerballonnen of satellieten worden gemeten. Dat is opmerkelijkwant volgens de hypothese van het door de mens veroorzaakte broeikaseffect dienen juist de hogere luchtlagen en de polen meer op te warmen dan de oppervlakte van de aarde. Dat is duidelijk niet het geval. In de natuurwetenschappen is het gebruikelijk dat hypothesen die niet worden bevestigd door metingen, worden verworpen. Men gaat dan op zoek naar een nieuwe hypothese die een betere verklaring biedt van de waarnemingen. Maar in de huidige klimatologie heeft men zo zijn eigen methoden. De universele wetten van de logica worden daar kennelijk op een andere wijze geïnterpreteerd. Dat is merkwaardig.

Als er al sprake zou zijn van opwarming, is het dan waarschijnlijk dat de mens daaraan een substantiële bijdrage zou leveren? Nee, volgens de literatuur is de mens slechts verantwoordelijk voor een kwart procent van het totale broeikaseffect. De rest is van natuurlijke oorsprong: voor het grootste deel waterdamp. Het zou wel heel toevallig zijn als het menselijk aandeel nu net de spreekwoordelijk druppel zou zijn die de emmer doet overlopen. Bovendien zorgt het broeikaseffect ervoor dat wij niet op deze aardkloot doodvriezen; dus eigenlijk best prettig.

Vaak wordt de indruk gewekt dat alle wetenschappers het eens zouden zijn over door de mens veroorzaakte opwarming van de aarde. Maar dat is een sprookje. Wereldwijd hebben tienduizenden bona fide wetenschappers stelling genomen tegen de hypothese dat de door de mens veroorzaakte uitstoot van broeikasgassen tot opwarming van de aarde zou leiden. Daarmee hebben zij zich tegen het Kyoto-verdrag gekeerd dat bedoeld is om de menselijke uitstoot van broeikasgassen te beperken. Hun protesten zijn door de Europese overheden genegeerd. In de VS hebben zij daarentegen wèl gehoor gevonden. Het is dus onjuist te beweren dat de afwijzing van president Bush van Kyoto uitsluitend zou zijn ingegeven door het feit dat dit verdrag een rampzalige invloed zou hebben op de Amerikaanse economie (volgens sommige schattingen zo'n 4 procent van het BBP per jaar). Dat is op zich waarschijnlijk wel waar (zoals dat trouwens ook voor Europa zal gelden, maar dan minder vanwege de lagere energie-intensiteit van de Europese economie), maar de klimaatwetenschappelijke argumenten tegen Kyoto hebben een minstens even grote rol gespeeld. Ook de (Europese) media hebben slechts zelden aandacht geschonken aan de kritische geluiden van de zogenoemde klimaatsceptici. Hoe zou dat toch komen?

Opvallend is ook dat het aantal kritische artikelen in gerenommeerde wetenschappelijke tijdschriften de laatste tijd sterk is toegenomen. Maar terwijl de kritiek op wetenschappelijk gebied aanzwelt, gaat het Europese beleid ongestoord zijn soevereine gang. Niet gehinderd door enige kennis van de laatste ontwikkelingen op wetenschappelijk gebied, wordt er binnen de EU thans de laatste hand gelegd aan een beperking van de uitstoot van CO2. Daarnaast is men bezig een systeem op te zetten van verhandelbare CO2-emissierechten. Mochten de betrokken bedrijven hun toegestane emissieplafond overschrijden, dan kunnen zij van bedrijven die daaronder blijven, emissierechten bijkopen. Op die manier hoeven zij geen draconische maatregelen te nemen om hun produktie aan te passen. Dat lijkt op het eerste gezicht een verstandige aanpak. Bij nader inzien kleven hieraan toch grote bezwaren. Het hele systeem vergt een enorme bureaucratie met het daarbij behorende controleapparaat en betekent een grotere bemoeizucht van de overheid met het bedrijfsleven. En dit is nog maar de eerste stap. Deze dient nog door vele andere stappen te worden gevolgd. Met andere woorden we hebben hier te maken met wat de Engelsen een kameelneus noemen. De neus is betrekkelijk klein, maar het beest dat er achteraan komt is reuze groot. Het eind van het liedje is dat we in een soort economie terecht komen die veel weg zal hebben van die van de vroegere Sovjet-Unie. En we weten allen hoe succesvol die was. Tel uit je winst.

En hoeveel kost dat allemaal aan welvaarts- en banenverlies? De verschillende schattingen hierover lopen sterk uiteen. Maar voor Nederland alleen al moet men wat de kosten betreft in miljarden per jaar denken. Hoeveel zal dat dan niet in de wereld als geheel kosten? Honderden miljarden dollars per jaar. Ook over het werkgelegenheidsverlies bestaanverschillende schattingen. Volgens sommige scenario's kunnen die voor een land als Nederland wel tot zo'n paar honderdduizend oplopen in de komende tien jaar.

En wat levert Kyoto allemaal op aan afkoeling? Daarover vertellen klimatologen ons dat dat 0,02 (twee honderdste!) graad Celsius is in 2050. Het vervelende is dat dat op een thermometer niet is waar te nemen. Ze zijn eenvoudigweg niet nauwkeurig genoeg. En wat zeggen de regeringen daar dan van? Die zeggen er niets van. Die zwijgen in alle (Europese) talen, hetgeen verrassend is, gegeven het feit dat zij alle openheid en transparantie zo hoog in het vaandel hebben geschreven. Met andere woorden: de Europese burgers hebben tot dusverre nog nooit van hun overheden mogen horen wat Kyoto aan afkoeling oplevert. Merkwaardig! We gooien dus al dat geld weg voor maatregelen die zelfs na zo'n vijftig jaar niet een aantoonbaar resultaat opleveren? Het kan toch niet waar zijn? Helaas .... pindakaas.

En wat is nu de moraal van dit verhaal? Zou het misschien zo kunnen zij dat het klimaatbeleid een zeer inspirerend thema biedt voor een spannend vervolg op de Lof der zotheid van Erasmus?