Research

Op-ed

Onneembaar Paramaribo

03 Dec 2007 - 08:29
Precies tweeëndertig jaar geleden verleende het kabinet-Den Uyl onafhankelijkheid aan Suriname. Uit recente Amerikaanse archieven blijkt dat daar nog heel wat overleg tussen Nederland en de VS aan vooraf ging, want denk vooral niet dat zoiets een onderonsje Den Haag-Paramaribo is. De Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Henry Kissinger was nogal overvallen door het idee en uit alle documenten rijst de indruk dat de Amerikanen het verder best vonden zolang het Nederland er maar niet om te doen was om Amerika een extra probleem op het bordje te schuiven. "Geen bilateraal Amerikaans hulpprogramma na de onafhankelijkheid," was het weinige dat de Amerikaanse minister kon zeggen toen hij van het onafhankelijkheidsplan hoorde.

Een klein probleempje ontstond al meteen in de aanloop naar het overdrachtsfeest. Minister Van der Stoel vreesde dat er geweld zou uitbreken en wie zou de orde moeten herstellen? De tijd dat Europeanen ordetroepen naar Zuid-Amerika sturen is voorbij, zei hij veelbetekenend tegen ambassadeur Gould.

De Amerikaanse marine wilde het evenement wel opluisteren met een marineschip, gewoon om een visitekaartje af te geven. Op 25 september telext de Amerikaanse consul naar Kissinger dat Canada, Groot-Brittannië, Venezuela en Brazilië waarschijnlijk ook van de partij zouden zijn. Probleem was dat er in de Amerikaanse marine haast geen schip te vinden was dat door het modderige, ondiepe water naar Paramaribo zou kunnen varen.

De Surinaamse regering was ongelukkig met het geplande vlagvertoon. De Amerikaanse consul kreeg drie weken voor de onafhankelijkheidsdag te horen dat een bezoek van een Nederlands marineschip weleens slecht zou kunnen vallen "bij bepaalde delen van de bevolking" en dat het daarom het beste was om maar helemaal geen oorlogsschepen uit welk land dan ook te ontvangen. Maar een week later trok de Nederlandse gouverneur Ferrier dat Surinaamse standpunt weer in. Ineens waren de Nederlandse en buitenlandse oorlogsschepen zelfs "dringend" welkom.

Wat was er gebeurd? De Braziliaanse marine was al onderweg naar Suriname en had, volgens een telex aan Kissinger op 10 november 1975, voor "enorme stennis over het annuleren" gezorgd. Dat gaat niet goed, dacht gouverneur Ferrier en hij greep in, de laatste militaire bemoeienis van het koloniale Holland. Dat dwong de Surinaamse regering de koers honderdtachtig graden te veranderen: iedereen weer welkom. Tja, dan wij toch ook maar, adviseerde de Amerikaanse consul zijn regering, want straks staat de Braziliaanse minister van Marine daar in zijn eentje, en dat zou een valse start zijn.

Drie dagen later liet de Nederlandse ambassadeur Scheltema aan de ambassade op het Korte Voorhout weten dat een Nederlands fregat gestuurd zou worden en dat Den Haag er veel aan gelegen was dat de Amerikanen alsnog van de partij waren. Het Department of the Navy in Washington werd er een beetje gek van en het antwoord schoot niet op. Ambassadeur Gould vroeg Kissinger nu maar snel positief te beslissen. Hij gebruikte daarbij een opmerkelijk argument: ze moesten iets aardigs terugdoen voor de Nederlanders, want ministers uit het kabinet-Den Uyl hadden ervoor gezorgd dat het door kernenergie aangedreven oorlogsschip USS California in de haven van Rotterdam kon aanmeren, ondanks allerlei verzet van milieugroepen.

Maar op 15 november antwoordde Washington dat ze al het gedoe zeer betreurde en dat er geen schip meer kon worden vrijgemaakt dat ook nog eens tussen de zandbanken door slalommend tot Paramaribo zou weten door te dringen. Ze konden wel een Orion-verkenningsvliegtuig sturen om een paar rondjes boven de stad te vliegen, is het aanbod.

Tja, antwoordde de Amerikaanse consul op 17 november, dank voor de moeite "maar ik geloof dat het bezoek van een verkenningsvliegtuig verspilde moeite en zonde van het geld zou zijn. Amerikaanse militaire vliegtuigen komen hier al regelmatig op bezoek dus dat zou weinig indruk maken en de Nederlanders hebben op Curaçao ook al vliegtuigen die er veel op lijken. Bovendien zouden ze alleen op vliegveld Zanderij kunnen landen, een uur rijden van Paramaribo, zodat niemand ze zou zien. Ik moge U aanbevelen het project maar te schrappen." Voor de Nederlandse ambassadeur Scheltema, nog dezelfde dag geïnformeerd over het ongelukkige besluit, niettemin reden om zijn "diepe waardering" voor Washington te uiten, want het was daar op de valreep toch een heel gedoe geweest.

Moraal van het verhaal: de US Navy kan wel de Perzische Golf en het Suezkanaal afsluiten, maar Paramaribo is onneembaar.