Research

Op-ed

Oorlogskinderen

18 May 2011 - 10:19
Another tragic year' voor kinderen, noemde Radhika Coomaraswamy het jaar 2010. Zij is de speciale VN-vertegenwoordiger die ieder jaar de boekhouding van kinderleed in oorlog bijhoudt. Kinderen worden ontvoerd, seksueel misbruikt, ingelijfd bij legers of gewapende bendes, opgeleid voor zelfmoordmissies, en zijn steeds vaker doelbewust slachtoffer. Eind april verscheen haar jaarlijkse rapport Children and Armed Conflict. Schokkend, maar we raken er al zo aan gewend dat het nauwelijks nog de krant haalt.

Goed, er worden sporadisch succesjes geboekt, maar het verhaal is toch elk jaar hetzelfde: kinderen zijn in oorlog extra de klos. Er wordt wel onderhandeld met regeringen of strijdgroepen, er worden beloftes gedaan, er wordt hier of daar een wet tegen kindermisbruik aangenomen, maar de namen van landen die zich er schuldig aan maken blijven dezelfde. Het enige dat misschien helpt, schrijft Coomaraswamy, is naming and shaming. En dat doen we dan maar een keer: de tweeëntwintig landen die zich moeten schamen zijn Afghanistan, Birma, Burundi, de Centraal Afrikaanse Republiek, Colombia, Haïti, India, Irak, Israël en de bezette Palestijnse Gebieden, Ivoorkust, Jemen, Congo, Libanon, Nepal, Oeganda, Pakistan, de Filippijnen, Somalië, Soedan, Sri Lanka, Thailand en Tsjaad.

Nieuwste trend uit de jaarlijkse opsomming van verderf is het groeiend aantal aanvallen op scholen en ziekenhuizen, doelbewust zelfs. 'Dat zouden natuurlijk veilige plekken moeten zijn, vredeszones, en degenen die dat op hun geweten hebben moeten ter verantwoording worden geroepen,' zegt Coomaraswamy. In de tweeëntwintig conflictgebieden die de VN-gezant onderzocht kwam ze in vijftien gevallen tot het fenomeen schooloorlog. In Afghanistan telde ze vorig jaar 197 schoolincidenten, variërend van overvallen op meisjesscholen, gedwongen sluiting en kinderontvoering tot gedwongen rekrutering van kindsoldaten voor het Afghaanse leger. In Somalië worden scholen door de islamitische militie Al Shabaab 'bezocht', soms meer dan vijftig keer per maand, om kinderen te leveren voor de strijd. Zo niet, dan worden de scholen gestraft.

Bij gaming denken we in Nederland al aan een niet ongevaarlijke kinderziekte, in andere delen van de wereld moet je helaas aan nog veel ergere dingen denken. Afghaanse krijgsheren schijnen dol te zijn op 'bacha boy', een spel waarbij jongens worden gedwongen te dansen op feestjes en bijeenkomsten en seksueel worden misbruikt. De bacha boys zijn een machtssymbool, hoe meer je ervan hebt, des te hoger je in de pikorde staat. Al helemaal geen spel, maar een gruwelijke praktijk die in het rapport wordt beschreven is het werven van 'paradijsvogels' of 'hemelse jeugd' door Al-Qaida in Irak. Dat zijn kinderen die, vaak jonger dan veertien jaar, worden getraind tot zelfmoordenaars. En rovertje spelen mag een onschuldig Oudhollands tijdverdrijf zijn, het bestaat helaas ook in het echt want Coomaraswamy ontdekte tijdens een veldonderzoek in het Somalische Puntland kindpiraten.

Kinderen in oorlog, het kent geen grenzen.

Misschien denken we onwillekeurig aan Afghanistan, Irak, Birma of Soedan, landen waar westerse opvattingen over oorlogvoering - het begrip humanitair laten we in dit verband graag vallen - niet zo doorgedrongen zijn. Je kunt je trouwens afvragen of aanvallen met onbemande (westerse) drones wel zo kindvriendelijk zijn. Daarover staat niets in het VN-rapport. Maar dat biedt wel cijfers over gebieden die extra tot nadenken stemmen, omdat ze gaan over regeringen die wij tot onze vrienden rekenen.

De VN meldt dat in 2010 in de bezette gebieden elf Palestijnse kinderen om het leven kwamen, en 360 gewond raakten. Van deze laatsten raakten er 302 gewond door toedoen van de Israëlische strijdkrachten en veertig door kolonisten. In de bufferzone bij Gaza mag sinds mei 2009 op last van Israël niemand komen, op gevaar te worden beschoten. Maar Palestijnse kinderen trotseerden dat verbod om er metaalschroot en gravel te verzamelen, volgens de VN 'om te verkopen voor het levensonderhoud van hun familie'. Tientallen kinderen zijn daarbij onder vuur genomen en gewond geraakt.

Ook meldt het rapport negentig gevallen van slechte behandeling van Palestijnse kinderen die in Israëlische gevangenissen zijn beland, zoals slaan, eenzame opsluiting, vastsnoeren van polsen tijdens gevangenschap, een paar gevallen van toediening van elektroshocks, en veertien gevallen van seksueel geweld of bedreiging. Ook hier schooloorlog: in 2010 twintig gevallen van aanvallen op scholen en andere onderwijsinstellingen door kolonisten en het Israëlische leger. Ja, ingezondenbrievenschrijvers, aan de andere kant komt kindermisbruik óók voor.

Voor oorlogskinderen is er geen andere kant, is er geen school, de oorlog is hun leerschool.