Research
Op-ed
Oost-Congo: verkrachtingscentrum van de wereld
In de Congolese provincie Noord-Kivoe deelt de VN tegenwoordig geen lunchpakketten, maar brandhout uit. En zuinige oventjes. Daarom hoeven voortaan in meer dan vierduizend families de vrouwen het veld niet meer in om takken te verzamelen. Die vrouwen lopen thuis minder kans te worden verkracht dan tijdens die uitstapjes.
Thuis is eigenlijk een verkeerde term, meestal gaat het om de vrouwen onder de bijna anderhalf miljoen vluchtelingen die in Oost-Congo verkeren. In Oost-Kivoe is het, zeg maar gerust, een bende. Alles vecht tegen alles. Meer dan achtduizend vrouwen zijn er alleen al het afgelopen jaar verkracht, meer dan twintig per dag. Volgens de VN zijn er meer dan tweehonderdduizend gevallen van seksueel misbruik bekend in de voorbije vijftien jaar, vermoedelijk het topje van de ijsberg. De meeste daders behoren tot Hutu-milities, die er sinds de genocide van 1994 rondhangen, maar ook Congolese regeringstroepen en zelfs VN-militairen van de vredesoperatie MONUC worden beschuldigd van seksueel misbruik, of van toekijken.
De Zweedse Margot Wallström, secretaris-generaal van de VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR, was onlangs niet langer beleefd meer in haar rapportage aan de Veiligheidsraad. Ze noemt Oost-Congo nu gewoon 'het verkrachtingscentrum van de wereld'. Het uitdelen van takkenbossen is maar een wanhopig deel van de oplossing. De benden wachten hun kans niet alleen overdag af, als de vrouwen eropuit gaan voor hout en water. 'Ook als de avond valt zijn vrouwen er niet meer veilig, onder hun daken, in hun bed,' aldus Wallström.
Verkrachting is geen incident meer tijdens oorlog. Volgens deskundigen is het nu een systematisch terreurmiddel om de vijand te demoraliseren. Verkrachting verscheurt families en samenlevingen. Seksueel overdraagbare ziekten doen hun ruïnerende werk. In de medische wereld heeft het al zijn eigen afkorting gekregen: REV, rape with extreme violence.
'Elke nacht overvallen gewapende benden dorpen in Oost-Congo en verspreiden zich in groepjes van vier of vijf, dringen huizen binnen en overmeesteren vrouwen en jonge meisjes, die in serie worden verkracht. Sommigen verminken vrouwelijke geslachtsdelen met geweren, stukken glas, hout of heet plastic. Sommigen nemen hun slachtoffers mee naar het oerwoud en folteren hen als seksslavinnen, dagen, maanden of jarenlang.' Zo beginnen twee onderzoekers, Denis Mukengere en Cathy Mangini, hun verslag over REV in het medische tijdschrift PLoS Medicine (december 2009). Ze werkten onder meer als gynaecoloog in het Panzi-hospitaal in Boekavoe, de hoofdstad van Zuid-Kivoe, waar jaarlijks 3600 vrouwen na seksueel misbruik worden behandeld.
De details zijn gruwelijk en overbodig te vermelden, het gaat om de vaststelling dat verkrachting zich doelbewust heeft ontwikkeld tot 'een efficiënte vorm van biologische oorlogvoering'. Goedkoop, veilig voor de aanvaller en doelmatig, in hun woorden. Vrouwen die zijn verkracht, 'vernederen' vaak hun echtgenoten en familie, en een deel van de begeleiding in het Panzi-hospitaal bestaat dan ook uit pogingen om echtgenoten ervan te overtuigen hun vrouwen niet te straffen of te verstoten. Desondanks gebeurt dat laatste toch bij een op de tien slachtoffers. Ook als economische factor - vrouwen zorgen voor voedsel en vrijwel alle 'thuiszorg' - zijn de slachtoffers vaak niets meer waard. Bijzonder pijnlijk is dat prostitutie dan vaak nog een van de laatste overlevingsmogelijkheden is.
REV is een wapen dat bijna straffeloos wordt gebruikt. Niet alleen de daders lopen vrijwel allemaal vrij rond, de UNHCR verwijt in feite ook de internationale gemeenschap onverschilligheid. De onderzoekers Mukengere en Mangini wijten dat aan het beeld van de zoveelste Afrikaanse burgeroorlog, die bij voorbaat als hopeloos en onoplosbaar wordt getypeerd. Ze wijzen erop dat dat een gemakzuchtig misverstand is. Er is een rationele roofoorlog aan de gang in Oost-Congo, een arena waarin legers en benden van zeven Afrikaanse staten de rijkdommen en mineralen van het gebied stelselmatig plunderen. Er is een verband tussen verkrachtingen en de gebieden waar de meeste mineralen - tin, coltaan, goud, tungsten - voorkomen. Als het beschermen van vrouwen niet genoeg is om interesse te wekken, is de bittere les, dan zou tenminste het beschermen van de mineralen al helpen.