Research

Sustainability

Op-ed

Op de agenda van de Veiligheidsraad komt het verdrinken van landen dus niet

05 Sep 2011 - 13:46

In landen die gevoelig zijn voor El Niño woedt ongeveer twee keer zo vaak oorlog als in landen waar die geheimzinnige warme oceaangolf ver weg is. Dat is het nieuws waarmee het tijdschrift Nature nu de kranten haalt. El Niño is de warme stroom die op gezette tijden voor de Peruaanse Pacifickust opwelt. 'Het klinkt misschien onlogisch om conflicten aan globale - in plaats van lokale - temperatuursvariaties te koppelen, maar de economische en sociale factoren die burgerconflicten uitlokken, kunnen veroorzaakt zijn door klimaatvariaties in andere landen,' schrijft onderzoeksleider Solomon Hsiang.

Van een causaal verband mag nog niet worden gesproken, maar dat die twee samengaan is vanaf nu dus een stevig wetenschappelijk feit. Daar kijken wij van op, om Bart Chabot te citeren. Het lijkt niet zo'n gedurfde veronderstelling dat droogvallende rivieren tot ruzie tussen landen leiden om de laatste druppels. Het is maar een voorbeeld uit vele: van de honderddrieënnegentig landen op aarde zijn er honderdvijfenveertig die rivierwater met elkaar delen, dus de kans op conflicten is evident.

Een eindje verderop in de Stille Oceaan ligt het republiekje Nauru. Een lief eilandje, half zo groot als Schiermonnikoog, met een eigen taal en een geschiedenis van drieduizend jaar. Ik haal dat uit Wikipedia, net als twee andere feiten: het wordt afgeraden op Nauru te gaan wandelen als de zon onder is, omdat veel hondeneigenaars hun dieren dan aanvalstrainingen geven. En Nauru is het enige land met een nationaal voetbalelftal dat al zijn interlands heeft gewonnen (er is in de geschiedenis ook slechts één interland gespeeld).

De president van deze tropische speldenknop heet Marcus Stephen. Hij probeerde vorige maand al voor elkaar te krijgen wat nu in Nature staat, namelijk dat klimaatverandering behalve als ramp ook als veiligheidskwestie wordt gezien. En dus thuishoort op de agenda van de VN-Veiligheidsraad. Daarvoor reisde hij dertienduizend kilometer naar New York om de hoge heren van de Veiligheidsraad te vragen naar zijn verhaal te luisteren. Veel illusies maakte hij zich niet, daarom schreef hij ook maar een dramatische brief in The New York Times. Als bewijs had hij bijna zijn eigen eiland in de handbagage kunnen meenemen, voorzover dat al niet verzwolgen is door de stijgende zeespiegel. Straks bestaan we niet meer, was de essentie van zijn betoog, hoe zouden jullie eigenlijk reageren als het niet om mijn eilandje ging maar om jullie zelf?

Ik geef een vrije, maar zorgvuldige versie van zijn pleidooi: 'Fosfaatwinning ontdeed ons binnenland van het rijke tropisch oerwoud en maakte het kaal en vol lelijke kraters. Alleen een bewoonbaar strookje aan de kust bleef voor ons over. Ik vraag u niet om sympathie, maar ik wil alleen maar een waarschuwing laten horen tegen wat er kan gebeuren als een land geen keuzes meer heeft. In de Stille Oceaan, waar het zeeniveau aan het eind van de eeuw een meter zal zijn gestegen, gaat het om het voortbestaan van landen zelf. In Nieuw-Guinea en op de Solomon Eilanden vluchten gemeenschappen al voor het rijzende getij. Laag liggende landen zoals Tuvalu, Kiribati en de Marshall Eilanden zullen voor onze kleinkinderen misschien niet meer bestaan. Waar moeten we heen? Ik vraag de Veiligheidsraad om klimaatdreiging als een zaak van internationale vrede en veiligheid te beschouwen. Het gaat om een dreiging die groter is dan de verspreiding van atoomwapens of wereldterrorisme. Ik vraag u niet om VN-blauwhelmen te sturen. Het zij u vergeven als u nog nooit van Nauru heeft gehoord, maar u zal het uzelf niet vergeven als u ons verhaal negeert.'

Marcus Stephen is verdrietig teruggevlogen naar zijn zinkende eiland. Hij was voor niets naar New York gereisd, want de Veiligheidsraad verzandde op 20 juli in een hopeloze discussie over de vraag of hij wel het juiste gremium was, enzovoort. Na een hoop getouwtrek mocht de voorzitter een zwakke, niet-verplichtende verklaring afgeven waarin staat dat 'klimaatverandering bepaalde bestaande bedreigingen voor de internationale vrede en veiligheid kan verergeren'. Maar op de agenda van de Veiligheidsraad komt het verdrinken van landen dus niet.

Misschien dat orkaan Irene daar nog iets aan had kunnen veranderen. Irene regeerde het nieuws afgelopen week, zij veegde Khadaffi en Assad even van de agenda. De storm zou een kwart van Manhattan onder water hebben kunnen zetten, even groot als Nauru, en dan zouden Wall Street en de VN zelf even van de kaart zijn geweest. Daar zou de wereld wél van hebben opgekeken.