Research

Op-ed

Partenariaat? Is dat iets tussen wal en schip?

19 Mar 2007 - 10:21
Een van de meest intrigerende passages in de buitenlandparagraaf van het nieuwe regeerakkoord is die over de uitbreiding van de Europese Unie. In lijn met het eerdere regeringsbeleid pleit ook Balkenende-IV voor een pas op de plaats bij verdere uitbreiding. Maar het nieuwe kabinet gaat verder: de suggestie om een soort semilidmaatschap te introduceren. Opvallend, want het vorige kabinet wees dat van de hand als een mogelijke bron van frustratie.

Het kabinet wil dat de EU tot rust komt: eerst moet de recente komst van twaalf nieuwe lidstaten zijn verwerkt en dient de Unie de eigen opnamecapaciteit versterkt te hebben, alvorens een volgende toetredingsronde kan plaatsvinden. Het vorige kabinet wees er daarbij ook op dat zo'n volgende uitbreiding op voldoende draagvlak onder de bevolking zou moeten kunnen rekenen, wat zonneklaar niet het geval is bij bijvoorbeeld Turkije.

Tot zover dus niets nieuws. Echter, het verhaal neemt een opvallende wending waar wordt voorgesteld dat die landen die vooralsnog geen volwaardig lid kunnen worden in aanvulling of vooruitlopend op het kandidaat-lidmaatschap in aanmerking kunnen komen voor 'nieuwe statusvormen zoals het partenariaat'. Wat daarmee concreet bedoeld wordt, maakt het regeerakkoord niet duidelijk. Maar aangenomen mag worden dat de regering met dit idee een tussenlidmaatschap op het oog heeft: een relatie die minder biedt dan volwaardig lidmaatschap maar die verder gaat dan de huidige vormen van samenwerking met potentiële nieuwe lidstaten.

Daarmee doet de nieuwe regering op zijn minst gezegd een opvallend voorstel. Niet dat de gedachte op zich nieuw is. Vooral van Duitse en Franse kant zijn laatstelijk soortgelijke suggesties gedaan bij monde van bondskanselier Merkel en presidentskandidaat Sarkozy. Beiden verzetten zich tegen een mogelijk Turks lidmaatschap en zien in een 'geprivilegieerd partnerschap' een middel om Turkije 'op afstand te vriend te houden'. In het Europees Parlement leeft ook het idee van een tussenvorm. En in Nederland heeft al eerder het CDA zich uitgesproken voor zo'n constructie, onder de naam van, inderdaad, een partenariaat.

Het pleidooi in het regeerakkoord is echter opvallend waar het vorige kabinet-Balkenende iedere suggestie van een tussenvorm bij monde van minister Bot uitdrukkelijk afwees. Men was lid of geen lid, zo stelde deze. En iedere suggestie van een tussenvariant zou slechts tot frustratie bij kandidaten leiden en hen er juist toe aanzetten om zo snel mogelijk volwaardig lidmaatschap te verkrijgen. Zonder minister Bot is Nederland dus nu wél voorstander van een tussenlidmaatschap.

Op het eerste gezicht is die gedachte ook sympathiek. De Unie kreunt onder de druk van de laatste uitbreidingen. Met Nederland zelf als een van de schuldigen is het institutionele hervormingsproces vastgelopen. Kortom, de EU heeft tijd nodig om intern orde op zaken te stellen. Tegelijkertijd hebben buitenstaanders als Kroatië, Macedonië, Turkije en in hun kielzog een hele reeks van andere Europese landen de verwachting c.q. de hoop op termijn het felbegeerde lidmaatschap te bemachtigen. Dan lijkt zo'n tussenoplossing zo gek nog niet. Dit te meer niet daar ook onder de zittende leden verschillen in tempo van integratie steeds vaker voorkomen. Zo doen niet alle lidstaten aan de Eurozone. Sommige landen participeren niet in het Schengen-verband, terwijl niet-lidstaten als Noorwegen en IJsland dat wel doen. En ook op veiligheidspolitiek terrein is het beeld zeer gevarieerd. Kortom, binnen een zo divers mozaïek past ook wel een partenariaat, zeker als dit een uiteindelijk volwaardig lidmaatschap niet uitsluit.

Maar daar wringt dan ook meteen de schoen. Is het kabinetsvoorstel in dit opzicht oprecht? Is het toch niet bedoeld om landen blijvend buiten de Unie te houden? Dat die gedachte bij deze landen zelf als eerste naar boven komt, is in het licht van de voorgeschiedenis niet zo vreemd. In Nederland maar ook daarbuiten is de weerzin tegen een Turks lidmaatschap en verdere uitbreiding groot. Vooral het CDA verzet zich tegen Turkije als lid van de EU. Deze partij is ook, zoals gezegd, als eerste met de gedachte van het partenariaat gekomen. Met Wilders en zijn anti-Turkse houding op de rechterflank zal de neiging om de EU-deur op slot te houden bovendien alleen maar sterker worden.

Daarmee is ook de lakmoesproef voor het partenariaat gegeven. Wil dit meer zijn dan een middel om landen blijvend op afstand te houden, dan zal het nieuwe kabinet met concrete ideeën moeten komen over de invulling ervan. Minimaal zal dan de landen die voor zo'n tussenvorm in aanmerking komen de mogelijkheid moeten worden gegeven om mee te praten en mee te beslissen over die onderdelen van de EU waarin zij uit hoofde van het partenariaat participeren. Dus niet alleen de regels en het beleid maar ook de instituties! Zonder dat is het inhoudsloos.