Research

Articles

Pijnstillers uit Afghanistan

13 Dec 2006 - 13:55
Op de NAVO-top in Riga is afgelopen week helaas opnieuw weinig aandacht besteed aan de alomvattende en alles dominerende illegale opiumeconomie. Officieel bemoeit de NAVO zich niet met drugsbestrijding in Afghanistan om vooral niet verwikkeld te raken in het moeilijkste politieke, sociale en economische vraagstuk van de Afghaanse wederopbouw. Dit defensieve standpunt moet echter plaats maken voor een meer reële kijk op de werkelijkheid: opium is Afghanistan en Afghanistan is opium.

De huidige aanpak van de drugseconomie wordt door de NAVO alleen indirect logistiek en coördinerend ondersteund. Dit moet Afghanistan in staat stellen de papaverteelt door middel van vooral papaververnietiging het hoofd te bieden. Deze campagnes zijn niet alleen ineffectief, maar bovendien contraproductief. Het bestaan van papaverboeren wordt direct bedreigd aangezien economische alternatieven niet voorhanden zijn of slechts mondjesmaat op gang komen. Het gevolg is dat de arme plattelandsbevolking niet alleen ontevreden raakt en verder verarmt. Ook wordt ze een makkelijke prooi voor de Talibaan.

Het is zaak op zoek te gaan naar een nieuwe, langetermijnoplossing die uitgaat van een op de armen gerichte drugsstrategie. De afgelopen anderhalf jaar is er al veel gesproken over de voors en tegens van een medicinale papaverindustrie als economisch redmiddel en brug naar meer stabiliteit, veiligheid en een meer gevarieerde economie in het land. Papaver levert weliswaar de grondstof voor opium en heroïne, maar zorgt tevens in landen als India en Turkije voor essentiële medicijnen zoals morfine en codeïne.

Veldonderzoek heeft uitgewezen dat medicinale papaverteelt op lokaal niveau te controleren moet zijn. Daarnaast is het inkomen van boeren in zo'n legale 'setting' eenvoudig op niveau te brengen door de relatief hoge prijs voor medicijnen, via preferentiële handelsakkoorden en de ontwikkeling van een speciaal Afghaans humanitair medicijnenmerk.

Dit heeft twee voordelen. Ten eerste wordt de band die papaverboeren hebben met krijgsheren en opstandelingen verbroken. Dit maakt het makkelijker veiligheid en stabiliteit te bereiken aangezien de plattelandsbevolking aan de kant van de overheid en de internationale gemeenschap komt te staan.

Ten tweede is het mogelijk de Afghaanse medicijnen in het land zelf te gebruiken maar ook te exporteren naar andere ontwikkelingslanden waar momenteel een groot tekort is aan pijnstillers.

Voor het echter zover is, moeten de randvoorwaarden voor een dergelijke onderneming getest worden door middel van wetenschappelijke 'pilotprojecten'. Het is daarom belangrijk dat de internationale gemeenschap bereid is dergelijke neutrale en wetenschappelijke proefprojecten in Afghanistan toe te staan.

Dit zal een positief signaal afgeven in de richting van de Afghaanse regering en bevolking. Het laat zien dat de internationale gemeenschap bereid is naar effectieve alternatieven te zoeken in plaats van zich blind te staren op een niet te winnen ideologische oorlog tegen de papaverteelt.