Plasterk en het rendement van de inlichtingendiensten
Terrorismedeskundigen verzuchtten vorige week dat het debat-Plasterk over privacy en veiligheid had moeten gaan, maar natuurlijk ging het in de eerste plaats om Haagse politiek. De nasleep met de boze Diederik Samsom die vond dat Alexander Pechtold geen motie van wantrouwen had mogen indienen, bevestigt dat alleen maar. Ik neem het een beetje voor Samsom op: zolang we niet zeker weten of de commissie-Stiekem (de Commissie Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten, CIVD) door Plasterk geïnformeerd is over zijn lichtzinnige geklets bij Nieuwsuur, kun je niet uitsluiten dat de D66-leider dubbelspel speelde.
Maar evenmin kan worden uitgesloten dat Pechtold wraak nam voor het feit dat de commissie-Stiekem was gepasseerd – de enige aanwijzing die we vóór het dinsdagavonddebat daarover hadden was van Bram Van Ojik, die in het programma BNR Campagne verklaarde dat hij in de CIVD nergens van gehoord had.
Iedereen scheen vorige week dinsdag de opvatting te huldigen dat je totaal niet over die commissie-Stiekem mag spreken. Dat vind ik vreemd. Ik kan nog wel begrijpen dat die commissie niet uit de school kan klappen over wát er daar wordt besproken. Maar zeggen dát er iets is besproken zou onder bepaalde omstandigheden heus wel te rechtvaardigen zijn. De mededeling dat Plasterk de CIVD heeft ingelicht, schaadt het staatsbelang en de nationale veiligheid niet. Nu weten we het niet, en kunnen we niet beoordelen of Samsom dacht aan het zinnetje op p. 61 van het rapport van de commissie-Dessens (december 2013), dat luidt: ‘de CIVD heeft niet de mogelijkheid om onderwerpen op de plenaire agenda te laten zetten, discussies kunnen dus ook niet leiden tot de normale instrumenten die de Kamer heeft, zoals het indienen van moties, om de regering tot handelen aan te zetten.’
Als je die lijn volgt, had Pechtold geen motie mogen indienen als het onderwerp al in de commissie-Stiekem was behandeld. We kunnen de actie van Pechtold nu op twee manieren interpreteren: als verwijt aan Plasterk dat hij de commissie-Stiekem met een kluitje in het riet heeft gestuurd, of als uitdaging aan Samsom om het tegendeel aan te tonen.
Plasterk en Hennis kwamen gemakkelijk weg met dat ‘belang van de staat’ en het beschermen van de ‘modus operandi’ van de inlichtingendiensten. Onterecht, als je ziet wat de NSA en in ons eigen land de openbare rapporten van de Commissie Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CTIVD), zelf verklappen over die modi operandi.
De National Security Agency zei in 2013 dat ze Sigint (Signals Intelligence, de onderschepping van signalen) samen met 30 landen doet, en daarmee 54 terreuraanslagen heeft voorkomen of ontregeld. Daarvan zouden er 25 in Europa hebben plaatsgevonden. Samen met 13 andere buitenlandse diensten heeft Sigint ‘one of the most succesfull partnerships’ opgeleverd, en ‘het opruimen’ van 4000 Iraakse extremisten tijdens de ‘surge’ van 2008 mogelijk gemaakt. Weliswaar moest toenmalig NSA-baas Keith Alexander begin oktober toegeven dat ‘54’ schromelijk overdreven was, zodat we ook een andere NSA-claim dat er dankzij Sigint sinds 2008 liefst 300 terroristen gearresteerd zijn met een korrel zout moeten nemen, maar in de VS wordt gewoon gediscussieerd over het gebruik en rendement van Sigint. Dat is bescheiden.
Een recent onderzoek van de New America Foundation concludeert dat de VS sinds 9/11 225 terrorismezaken telde, waarvan er misschien maar één dankzij Sigint aan het licht kwam: een Somalische taxichauffeur uit Californië had een paar duizend dollar overgemaakt aan een familielid dat sympathiseerde met Al-Shabaab. In alle andere zaken bleken klassieke opsporingsmethoden veel belangrijker te zijn. De CTIVD schreef in 2011 een rapport over Sigint, waarin staat: ‘De MIVD kan dus in theorie alle satellietcommunicatie die over de wereld gaat ongericht intercepteren.
In de praktijk zijn er echter technische en capacitaire beperkingen waardoor slechts een gedeelte door de MIVD (…) geïntercepteerd wordt. De samenwerking met partnerdiensten zorgt ervoor dat de eigen beperkingen worden aangevuld’. Ook dat lijkt me een openbare mededeling van staatsbelang, maar in ons eigen parlement zou het niet gezegd mogen zijn. Dat kan beter!