Research

Strategic Foresight

Op-ed

Ploumen: veel good governance gewenst!

08 Apr 2013 - 13:37

[Column Ko Colijn in Vrij Nederland] Drie paradoxale redenen waarom ontwikkelingshulp niet altijd tot ontwikkeling leidt.

Ontwikkelingshulp mag je eigenlijk niet meer zeggen, je hoort over samenwerking te spreken. Ook Lilianne Ploumen gebruikt het woord niet meer. Ze is minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking. Misschien zelfs wel in die volgorde, en dan heb ik het nog niet over het feit dat ze ook nog een budget voor internationale veiligheid in haar portefeuille heeft.

Daarmee is ze misschien wel de interessantste bewindspersoon uit het kabinet-Rutte-Asscher, omdat ze de koopman, de dominee en de militair tegelijk moet zien te zijn. Nog niet zo lang geleden was dat netjes opgedeeld. In het slechtste geval rolden drie ministers rollebollend over straat, in het beste geval waren zij het roerend met elkaar eens. En nu moet Ploumen het voortdurend met zichzelf eens zien te zijn.

Waarom ook niet? We kunnen er gerust nog een schepje bovenop doen: eigenlijk is het dé missie van het tegenwoordige Nederland om win-win-win-win-enzovoorts situaties te zoeken en te benutten, want dan zijn we allemaal blij, donor en partner.

Maar dat blijkt niet altijd op te gaan.

De Wetenschappelijke Raad voor de Regeringsbeleid zette ons in 2010 met beide benen op de grond door de heilige 0,7 procent ontwikkelingsbudget als deel van het nationaal inkomen te relativeren. Maatwerk en professionaliteit zijn nodig, alleen hulp verlenen waar dat werkt. Zoek effectieve overheden. En dat kan ook vuile handen betekenen, dus zakendoen met corrupte bestuurders. Ja maar, antwoordde Marcia Luyten, schrijfster van Dag Afrika, hoe doe je zaken met corrupte lieden in corrupte systemen? Daar vind je geen effectieve overheden. Wie in Haïti een zaak opent, moet 204 dagen op de juiste papieren wachten. Een stuk land kopen kost vijf jaar. Dat schiet niet op.

Een deel van het antwoord gaf Luyten zelf. Ontnuchterend advies: hulp is nog wél nodig, maar wees pragmatisch, probeer de loop van de rivier niet om te keren. Deel je gratis muggennetten uit, dan maken de mensen er bruidssluiers en visnetten van. Gratis is niks waard. Laat je ze er vijftig cent voor betalen, dan doen ze hun werk. In Malawi werden de 'verkochte' netten wel toegepast en nam de malaria af.

Aan de Erasmus Universiteit sprak econome/sociologe Geske Dijkstra twee weken geleden haar oratie uit. Haar boodschap ging verder dan 'zoek naar de bestuurder met wie je zaken kunt doen, het geeft niet hoe'. Niet zelden leidt hulp niet alleen tot good, maar ook tot bad governance. In 'Paradoxes around Good Governance' stelt Dijkstra dat er onaangename waarheden schuilen in de klassieke rationale achter ontwikkelingshulp, namelijk de redenering dat hulp bevorderlijk is voor goed bestuur, en dat goed bestuur vervolgens de economische ontwikkeling van een land ten goede komt. Om met het laatste te beginnen: in een onderzoek naar 120 landen blijkt geen of zelfs een negatief verband te bestaan tussen good governance en economische ontwikkeling. Misschien is de causale volgorde zelfs andersom en krijgen landen die het economisch goed doen op den duur betere instituties (democratie, rechtsstaat).

Paradox 2: ontwikkelingshulp blijkt ook geen uitgemaakte democratiebevorderaar. Zo kan hulp zorgen voor belastingluiheid in het ontvangende land, houden de talloze hulpprogramma's vele lokale bureaucraten bezig met verantwoording aan de donororganisatie maar niet aan het eigen parlement, en versnipperen zij de effectiviteit van broze lokale instituties door de soms wel vierhonderd ontwikkelingsmissies die een gemiddeld Afrikaans land jaarlijks te verduren krijgt.

Een derde paradox die Dijkstra noemt is dat ontwikkelingshulp rampzalige politieke eisen aan landen heeft gesteld. Wereldbank- en IMF-eisen kwamen vaak neer op handelsliberalisatie en privatisering, maar die waren de doodsteek voor Ghanese kippenfokkerijen en de maïs- en koperindustrie in Zambia. We vergeten vaak dat wij, Europese landen, ooit groei-economieën werden dankzij invoertarieven en investeringseisen aan buitenlanders, kortom precies die maatregelen die wij ontwikkelingslanden nu doorgaans verbieden. En helaas heeft Nederland een van de ontwikkelingsinstrumenten die juist wel werkt, begrotingssteun, afgeschaft. Lilianne Ploumen, met zo veel verschillende hoeden op, veel good governance gewenst!