Research

Op-ed

Procedurele president goed genoeg voor EU

03 Jan 2011 - 15:47
Wij, Europeanen, hebben nu één jaar een 'president': Herman Van Rompuy. Wat voor president is hij gebleken: heeft hij macht zoals in de VS of bekleedt hij vooral een ceremonieel ambt? De media schilderen hem tegenwoordig af als een man met invloed en gezag terwijl hij in het begin vooral een grijze muis leek. Kritiekloos is hij in kranten en het Buitenhof uitvoerig aan het woord gelaten en zelfs afgeschilderd als redder van de euro. Het cruciale Frans-Duitse compromis voor de top van 28-29 oktober verbaasde omdat plannen voor economisch toezicht werden afgezwakt maar de uitkomst werd gepresenteerd als een verdienste van Van Rompuy. Was de president zo succesvol en moeten we wel zo'n inhoudelijke president willen?

In de beeldvorming zou hij vooral het gezicht naar buiten moeten zijn: iemand die de telefoon opneemt als Obama belt. Het buitenlandbeleid heeft hij echter grotendeels overgelaten aan lady Ashton, de nieuwe 'minister' voor de Europese buitenlandse zaken. Voor Van Rompuy's positie kwam de economische crisis als geroepen. Economisch beleid is een terrein waar de lidstaten elkaar vooral niet de les willen lezen en waar de Europese Commissie weinig gezag heeft. In 2003 wilden Duitsland (onder de sociaal-democraat Gerhard Schröder) en Frankrijk zich niet laten disciplineren en de lidstaten negeerden de plannen om tot een beter economisch beleid te komen. Terecht dat Van Rompuy geprobeerd heeft om landen op het hoogste politiek niveau op hun collectieve verantwoordelijkheden aan te spreken. De crisis was voor Van Rompuy een geluk bij een ongeluk want anders had hij - in het beste geval - weinig van zich doen spreken.

Zijn rol in de economische coördinatie moet echter niet worden overschat. Duidelijk was dat er dit jaar grote stappen gezet moesten worden. Maar over aard en verstrekkendheid van de te treffen maatregelen bestonden uiteenlopende opvattingen. Hier is vooral Duitsland bepalend geweest, samen met Frankrijk. Van Rompuy drong in februari al aan op een economische strategie, maar het waren Merkel en Sarkozy die de doorslag gaven voor de noodfondsen voor Griekenland en de andere zwakke eurolanden.

In oktober waren het Frankrijk en Duitsland die een compromis doordrukten over de begrotingsregels die minder ambitieus waren dan Commissievoorstellen. Het was vooral de Frans-Duitse motor die dit jaar zijn kracht toonde door vooraf de uitkomsten van de toppen vast te leggen.

Het optreden van Van Rompuy heeft ondertussen wel geholpen om de EU intergouvernementeler te maken. De zeven (!) toppen die hij heeft georganiseerd, gaven Duitsland en Frankrijk een stevig platform om vooral samen besluiten te nemen. Deze bilaterale dictaten sloten de kleinere landen buiten en maakten de voorbereidingen van de toppen voor iedereen ondoorzichtig. Zo kwamen de afgezwakte begrotingsplannen in oktober als een totale verrassing. Nederland zette in op sancties zonder verdere politieke inmenging als tekorten zouden ontstaan, maar Frankrijk en Duitsland besloten anders. Ook lijkt het erop dat Duitsland en Frankrijk compromissen hebben bereikt over de verdeling van landbouwgelden.

Meer toppen betekenen tevens een uitholling van de Commissie, en ook dat is ongunstig voor Nederland. Beleidsvoorstellen worden traditiegetrouw door de Commissie geformuleerd, maar Van Rompuy heeft dit jaar zelf geprobeerd met begrotingsregels te komen. Uiteindelijk heeft de Commissie wel een grote invloed gehad, maar in de intergouvernementele 'Van Rompuy werkgroep' is toch geprobeerd om bijvoorbeeld Commissievoorstellen voor boetes bij begrotingsoverschrijdingen te veranderen in minder expliciete sancties. De hardere lijn van de Commissie sluit beter aan bij de Nederlandse wensen om de euro te stabiliseren, en het planmatige optreden van de Commissie houdt de EU transparant.

De Frans-Duitse motor heeft zijn bemiddeling niet nodig, en het is gevaarlijk als de president probeert om een filter te zijn tussen Commissie en lidstaten. De president heeft vooral een procedurele rol in het bijeenroepen van regeringsleiders, bijvoorbeeld om de economische coördinatie te verstevigen. Dit moet niet te vaak gebeuren, en het inhoudelijke werk moet worden overgelaten aan de Commissie. De sturende invloed van onze 'president' moet niet worden overschat. Het is belangrijk dit vast te stellen om te voorkomen dat een volgende president - of Van Rompuy in zijn tweede termijn - meent er een inhoudelijke functie van te kunnen maken en om te zorgen dat hij/zij binnen de afgesproken paden van Europese besluitvorming opereert. Als de president sturend zou zijn, dan is dat niet in het belang van Nederland. De media moeten de president niet groter maken dan hij is.

De auteur is hoofd EU-studies van het Instituut Clingendael. Hij betoogt dat de economische crisis de zichtbaarheid van 'EU-president' Van Rompuy weliswaar heeft vergroot, maar dat z´n werkelijke invloed bescheiden is.