Research
Articles
Profs kunnen beter doceren in eigen taal
Het nieuwe academische jaar is weer geopend, en opnieuw gaan duizenden Nederlandse hoogleraren en docenten vol goede moed college geven in een taal die zij onvoldoende beheersen: het Engels.
De opmars van het Engels als instructietaal aan de universiteiten lijkt niet meer te stuiten. De Leidse universiteit spant vermoedelijk de kroon bij deze cultuuromslag. Op enkele uitzonderingen na wordt bij alle masteropleidingen het Engels ingevoerd. Ook in de bachelorfase moeten al Engelstalige onderdelen worden aangeboden, om de studenten te laten wennen. De oudste universiteit van Nederland afficheert zich in een officieel stuk expliciet als een ?Engelstalige universiteit?.
In Middelburg is onlangs de Roosevelt Academy geopend, een compleet Engelstalig bachelor-instituut. De Economische Faculteit in Utrecht is nu geheel Engelstalig.
De gevolgen laten zich raden. Aangezien het grootste deel van het universitaire docentencorps in Nederland de Engelse taal onvoldoende machtig is, gaat het niveau van de colleges met sprongen achteruit. Uit een rapport van de Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen (KNAW) is gebleken dat de kwaliteit van het onderwijs dertig procent daalt wanneer Nederlandse docenten in het Engels les geven. Studenten klagen over het gebrekkige Engels van hun docenten, zo blijkt uit de onderwijsevaluaties.
Vooral bij het schriftelijk werk komt het gebrek aan taalbeheersing scherp aan het licht Er worden in ons land nu jaarlijks vele duizenden universitaire werkstukken en scripties geproduceerd die alleen al uit taalkundig oogpunt ver onder de maat zijn.
Verder belemmert de Engelse taal een optimale internationalisering. Het is niet erg aannemelijk dat excellente buitenlandse studenten die een Engelstalige opleiding willen volgen hun keuze op Nederland laten vallen. Veel waarschijnlijker is dat zij aan Britse of Amerikaanse universiteiten gaan studeren, en dat de schare overzeese en Europese studenten die hier de afgelopen jaren is neergestreken tweede of derde garnituur vormt. Zij brengen over het algemeen meer geld dan talent in het laatje (voor elke buitenlandse student ontvangt de universiteit ongeveer vijfduizend euro van het rijk), en het is dus niet zo?n gek idee van staatssecretaris Rutte om de rijkstoeslagen voor studenten van buiten de EU af te schaffen.
Natuurlijk komen er wel excellente buitenlandse studenten naar Nederland, maar die laten zich primair leiden door de bijzondere kwaliteit van een vakgebied, en zijn niet te beroerd zonodig Nederlands te leren om de colleges te kunnen volgen. Nederlandse universiteiten kunnen misschien best op allerlei gebieden concurreren met het buitenland, maar nou net niet op het gebied van de Engelse taal.
Het is een misverstand dat de invoering van het Engels voortvloeit uit Europese afspraken en regels. Europese verdragen respecteren nadrukkelijk de ?verscheidenheid van cultuur, godsdienst, en taal?, aldus de formulering in de beoogde Europese Grondwet. Taalpluriformiteit is de officiële Europese norm, niet een eenzijdig accent op het Engels.
De Nederlandse knieval voor het Engels is vrijwillig, en wordt elders in Europa niet nagevolgd, althans niet in dezelfde mate. Leidse studenten die in Heidelberg, Perugia, of Madrid gaan studeren volgen -gelukkig- onderwijs in het Duits, Italiaans en Spaans. Zo komen zij in contact met de taal, (wetenschappelijke) cultuur, en bevolking van de andere Europese landen. Dat is exact de bedoeling van internationale uitwisseling. Hun Chinese of Bulgaarse vrienden op het Rapenburg missen deze essentiële culturele impuls.
Natuurlijk is het Engels in tal van vakgebieden onmisbaar als medium voor gevorderde studenten en onderzoekers. Verreweg het grootste deel van de wetenschappelijke literatuur in de wereld verschijnt in het Engels. Ook zijn bepaalde technische en commerciële studierichtingen dusdanig verknoopt met de Angelsaksische onderzoekswereld of het internationale bedrijfsleven, dat ze geheel Engelstalig moeten opereren.
Maar volgens de Wet op het Hoger Onderwijs hebben Nederlandse studenten het recht om examens af te leggen in hun moedertaal. Het is noodzakelijk een balans te vinden tussen de onvermijdelijke Engelstalige vormen van wetenschapsbeoefening en het onderwijskundig belang van een vertrouwde en heldere instructietaal.
Het hoger onderwijs vormt een van de pijlers onder het behoud en de cultivering van de Nederlandse taal. Wanneer daar het Engels de norm wordt, moet je die norm logischerwijs ook invoeren op het vwo. Of op ministeries en in de Tweede Kamer. Als de toekomstige vaderlandse elite voortaan in het Engels wordt klaargestoomd, waarom moeten onze Turkse en Marokkaanse landgenoten dan nog op Nederlandse inburgeringsles?
De dynamiek van de Europese integratie heeft tot een scherpere nationale taalpolitiek geleid in Duitsland, (Vlaams)-België en Frankrijk. Het wordt tijd dat Nederland daar ook toe overgaat, indachtig onze Europese opdracht.