Research

Sustainability

Op-ed

Riskant luchtvaartspel EU

21 Aug 2012 - 09:25

Nu de trans-Atlantische handelsoorlog over hormoonvlees eindelijk is beslecht, heeft het volgende dispuut zich al aangediend. Amerikaanse vliegmaatschappijen moeten van Brussel betalen voor de uitstoot van vluchten naar de EU, maar mogen dit niet van het Amerikaanse Congres. Niet alleen werd hiertoe eerder deze maand een wet aangenomen, ook werden zestien andere grote landen uitgenodigd om in Washington te laten zien hoe breed het verzet tegen de Europese maatregel is. Feit is dat de EU nu eindelijk eens laat zien dat het haar menens is met het internationale klimaatbeleid.

Volgens toonaangevende klimaatwetenschappers van het IPCC dragen broeikasgassen die vrijkomen bij het verbranden van kerosine in zeer hoge mate bij aan klimaatverandering. Echter, tot op heden is het niet gelukt om bindende afspraken te maken over het terugdringen van deze uitstoot. De internationale luchtvaart ? en scheepvaart ? vallen niet onder de nationale reductiedoelstellingen uit het VN-klimaatverdrag en Kyotoprotocol. Ook in de internationale organisatie voor vliegverkeer (Icao) konden geen harde afspraken worden gemaakt over beperking van deze uitstoot.

Al in 2008 besloot de EU daarom dat aan de uitstoot van alle vluchten van en naar Europa in 2012 een prijskaartje zou worden gehangen. Deze uitstoot zou worden opgenomen in het EU emissiehandelssysteem, tenzij er een internationaal alternatief tot stand zou komen. Meteen reageerden China, de VS en andere landen als door een wesp gestoken. Een zaak aangespannen door buitenlandse luchtvaartmaatschappijen bij het Europese Hof van Justitie werd verloren.

Waar China nu op sublieme wijze terugpest door bijvoorbeeld landingsrechten voor Europese luchtvaartmaatschappijen op Chinese vliegvelden te beperken, gaan de VS nog een stapje verder. De wet waarin Amerikaanse maatschappijen strafbaar worden gesteld als zij voldoen aan de Europese regels, en de door Washington georganiseerde bijeenkomst met landen om na te denken over een alternatief systeem zijn een regelrechte provocatie aan het adres van de EU.

Toen de Amerikanen onder Bush eenzijdig internationale verdragen opzegden begin jaren 2000 was Europa erg ontstemd. Vooral de verwerping van het Kyotoprotocol werd scherp veroordeeld. Nu zet de EU zelf unilaterale stappen door een prijs op de uitstoot te zetten van niet alleen interne vluchten of vluchten uitgevoerd door Europese luchtvaartmaatschappijen, maar van alle vluchten van en naar Europa. Hiermee laat zij eindelijk eens haar spierballen zien, want de Europese positie op het onderwerp klimaat wordt verder vooral gekenmerkt door het presenteren van wensenlijstjes aan de anderen, zonder dat er beloningen of sancties in het vooruitzicht worden gesteld.

Dit zou ook niet nodig moeten zijn als de Europese redenering dat klimaatverandering voor iedereen desastreuze gevolgen zal hebben, wordt gevolgd en internationale samenwerking om het tegen te gaan dus ook in ieders belang is. Maar in de praktijk leidt dit nergens toe. Landen blijven excuses vinden waarom zij ? nog ? niets of minder dan de EU hoeven te doen, zoals het hebben van een lagere uitstoot per hoofd van de bevolking, andere prioriteiten of het niet-meedoen van economische concurrenten. Ook wordt de klimaatwetenschap door andere landen meer betwist.

De gevolgen van de nu ontluikende handelsoorlog kunnen in diplomatiek opzicht zeer schadelijk zijn, zeker in een tijd waarin de EU andere landen nog wel eens hard nodig kan hebben om uit het moeras van de eurocrisis te geraken. Echter, op dit moment kan de EU amper nog terug en zou het haar geloofwaardigheid op het terrein van klimaatbeleid schaden als voor buitenlandse luchtvaartmaatschappijen een uitzonderingspositie wordt toegestaan.

De eerste boetes zullen pas in april 2013 worden uitgedeeld. Tot die tijd is het hopen dat er toch een oplossing gevonden wordt in de Icao en dat de zaak niet nog verder escaleert door bijvoorbeeld een geschil in de Wereldhandelsorganisatie (WTO). Een dergelijk geschil zou overigens waarschijnlijk door de EU gewonnen worden, want ook het handelsrecht erkent dat aan milieuvervuiling een prijskaartje mag worden gehangen.

Klimaatbeleid is een steeds belangrijker onderdeel geworden van de internationale positionering van de EU en dus ook van haar geloofwaardigheid. Het opnemen van internationale vluchten in het emissiehandelssysteem is een eerste testcase of de EU haar handelsmacht daadwerkelijk durft in te zetten om eisen op het terrein van internationaal klimaatbeleid kracht bij te zetten, hetgeen ook voor goederen wordt overwogen. Hiermee is de door de EU gekoesterde doelstelling om te streven naar effectieve multilaterale oplossingen voor internationale problemen losgelaten. Dit laat zien dat Europa internationaal assertiever durft op te treden en klimaat daadwerkelijk hoog in het vaandel heeft staan, ook al zullen veel Europese diplomaten er momenteel buikpijn van krijgen.