Research

Articles

Schröder raakt met 'Duitse weg' gevoelige snaar

15 Mar 2006 - 00:00
In 1998 won hij de bondsdagverkiezingen met zijn verwijzing naar de Derde Weg van Blair en Clinton. Nu hoopt bondskanslier Schröder zijn tegenstander Stoiber de pas af te snijden met de toverformule van 'een Duitse weg', constateert Rob Aspeslagh.De hete fase van de verkiezingscampagne voor de Duitse Bondsdagverkiezingen van 22 september is ingegaan. Voor zijn campagne heeft Gerhard Schröder, de huidige bondskanselier, opnieuw een toverformule met een voor Duitsers emotionele lading uit de kast gehaald: ein deutscher Weg (een Duitse weg).

Direct bij het begin van zijn verkiezingsrede op 5 augustus in Hannover viel Schröder met de deur in huis: 'Het is waar, we zijn op weg gegaan, op onze Duitse weg (...).' Met deze woorden deed hij precies datgene waarmee hij eerder succes boekte. Tijdens de campagne van 1998 wekte hij de krachten van die neue Mitte (het nieuwe midden) tot leven. In het begin van zijn regeringsperiode plaatste hij zijn binnen- en buitenlands beleid in het teken van der dritte Weg (de derde weg). Begrippen die bij menigeen weliswaar een bepaald gevoel teweegbrachten, maar waaraan weinigen een duidelijke betekenis konden geven.

De Duitse-weg-formule brengt ook allerlei andere 'Duitse wegen' - ein Deutscher Sonderweg en Alleingang - in de herinnering. Begrijpelijk, maar ten onrechte. Schröder's weg is, onder meer, zijn antwoord op de oorlogszuchtige taal die de Amerikaanse president Bush jegens Irak bezigt. In tegenstelling tot de andere wegen houdt der deutsche Weg Duitsland buiten een heilloze oorlog in het Midden-Oosten. Het gaat echter om méér dan dat.

Duitsland houdt vast aan het concept van de sociale markteconomie en laat zich niet in met het ruwe kapitalisme van de Verenigde Staten.

Duitsland zal in EU-verband de eigen nationale belangen nastreven en verdedigen zonder daarbij het Europese belang uit het oog te verliezen.

Duitsland voert een - ook ten opzichte van de Verenigde Staten - onafhankelijk buitenlands beleid en het is niet bereid om zich in internationale avonturen te storten.

Schröder sluit met zijn formule aan op twee sentimenten: in Duitsland bestaat grote huiver om zich in een oorlog te storten en het inzicht leeft dat Amerika niet het nastrevenswaardige sociaal-economische voorbeeld is.

Met zijn woorden zet hij ook zijn uitdager Edmund Stoiber een hak. Stoiber beroept zich vaak op Amerikaanse voorbeelden om het succes van zijn deelstaat Beieren bij het kiezersvolk aan te prijzen. De oppositie, de christen-democratische partijen CDU/CSU en de liberale FDP, wil enerzijds niet toegeven aan de opstelling van Schröder jegens de Verenigde Staten, anderzijds willen deze partijen niet als 'oorlogspartijen' bij de kiezers overkomen.

Wolfgang Schäuble, de buitenlandspecialist in het team van Stoiber, meent wel dat Duitsland in geval van een beslissing van de Veiligheidsraad om Irak militair aan te vallen op enigerlei wijze mee zal doen. Stoiber weigert zich over een mogelijke Duitse deelname aan een oorlog tegen Irak uit te laten en in plaats daarvan verwijt hij Schröder dat hij van Irak een verkiezingsthema wil maken.

Schröder's inswinger is geen buitenissige uitspraak, maar sluit naadloos aan bij de opstelling van Duitsland ten opzichte van Europa en de Verenigde Staten: solidair maar niet slaafs. Kort na zijn aantreden in november 1998 liet hij evenwel merken ook een substantiële wijziging in het buitenlands beleid voor te staan. Zijn visie op een andere internationale positie van Duitsland sloot nauw aan bij zijn opvattingen over het 'nieuwe midden' en bij de ideeën over de 'derde weg' in de politiek, die vooral door de Britse premier Blair en de toenmalige Amerikaanse president Clinton werden gehuldigd.

Aan zijn politiek van het 'nieuwe midden' verbond Schröder eine Außenpolitik des Dritten Weges. Met zijn beleid wilde Schröder Duitsland een krachtiger buitenlands profiel verschaffen. Duitsland moest actief bijdragen aan de regeling van internationale conflicten, alsook aan het voorkomen van internationale crises.

Schröder had ook vooral oog voor de Duitse nationale belangen, omdat 'ieder buitenlands beleid allereerst ook de eigen belangen dient'. Het is nodig, zo verkondigde hij, dat Duitsland zichzelf zonder vooringenomenheid inschat en dat het een adequate analyse maakt van de internationale vereisten, maar ook dat het de verwachtingen en de beduchtheid bij anderen beseft. Schröder meende zonder enige terughoudendheid dat 'Duitsland zichzelf als een grote macht in Europa moest zien.'

De internationale route die bondskanselier Schröder en zijn minister van Buitenlandse Zaken Joschka Fischer bewandelen, is volstrekt logisch voor een staat met het postuur van Duitsland. Er is dan ook niets 'Duits' aan. Niettemin, Schröder raakt met ein deutscher Weg een gevoelige snaar. Duitsers krijgen er een gevoel van opwinding van en Schröder heeft weer een aansprekend thema voor de hete fase van de verkiezingscampagne.