Research

Op-ed

Shell helpt

20 Aug 2007 - 09:26
Blijven we in Uruzgan? Het CDA wil blijven, de PvdA wil niet meteen weg, maar droomt van Afrika, en de ChristenUnie heeft zichzelf een zwijgplicht opgelegd nadat Van Middelkoop zijn mond voorbij praatte en door Balkenende werd teruggefloten.

Een hoofdpijnbeslissing, vind ik ook. Toetsingskaders kwellen mij, en de vraag of onze jongens daar wel een 'adequaat volkenrechtelijk mandaat' uitvoeren. Maar als ik er niet meer uitkom, kan ik altijd te rade bij de World Socialist Web Site van het Internationale Comité van de Vierde Internationale, waar de lastigste wereldproblemen immer glashelder worden uitgelegd. En het mooie is: na raadpleging van WSWS begrijpt een eenvoudig mens ook meteen waarom Balkenende en Bos geen onderzoek willen naar de geheimzinnige Nederlandse steun aan Irak in 2003. Alles in één klap verklaard, in het artikel 'Royal Dutch Shell and the Struggle for Iraqi Oil'.

Het draait wat Nederland betreft namelijk allemaal om de rol van Shell. Dat zit zo. Onze oliemultinational werd in de jaren zeventig uit Irak verdreven door de nationalisaties van Saddam Hoessein, maar vecht nu terug in het Midden-Oosten. De weg terug naar Irak loopt via Afghanistan. Onder druk van internationale sancties was Saddam Hoessein tien jaar geleden weer bereid om buitenlandse oliemaatschappijen toe te laten.

Shell probeerde het via een aandeel in de Australische maatschappij BHP Billiton, die een concessie in Irak kreeg. Maar er kwamen nieuwe sancties en de Amerikaanse interventie van 2003 frustreerde de pogingen van Shell om het zwarte goud te bemachtigen ten slotte helemaal. 'Shells pogingen om zichzelf opnieuw in Irak te vestigen, hingen nu af van de regering-Bush. Het was duidelijk dat deze doelstellingen negatief beïnvloed zouden worden door een thuisregering die kritisch zou zijn over de oorlog,' lezen we. 'Toen Amerikaanse soldaten de eerste schoten losten, zetten Shell-managers en lobbyisten alles op alles om een groot stuk van de taart te bemachtigen voor de Europese energiegigant. Slechts een paar dagen na het begin van de oorlog gingen vertegenwoordigers van Shell al op bezoek bij premier Tony Blair in Downing Street.

Ze drongen erop aan dat de exploitatie van de Iraakse olie niet alleen een Amerikaanse aangelegenheid zou worden. De Nederlandse regering paste zich aan de belangen van het grootste transnationale bedrijf van het land aan door militair deel te nemen aan de door de VS geleide oorlogen in Afghanistan en Irak.' Dat is eigen aan het kapitalisme, schrijft de WSWS. Daarom ook de personele draaideur tussen regeringen en big business. Niet voor niets was Wouter Bos 'topmanager bij Koninklijke Shell' en had hij tien jaar lang allerlei sleutelposities, tot hij de overstap naar de politiek maakte.

De lobby had succes. In maart 2003 beloofde Malolm Rifkind, oud-minister, dat hij een goed woordje voor de Shell c.s. zou doen bij Dick Cheney. Philip Carroll, oud-directeur van de Amerikaanse tak van Shell, werd tot adviseur van Bush benoemd over de toekomst van de Iraakse olie-industrie. Speerpunt van de Shell-lobby is het International Taxation and Investment Centre, een denktank die studies publiceerde die er vooral op neerkwamen dat het verstandig was om veel buitenlandse oliemaatschappijen de vrije hand te geven in het naoorlogse Irak. De ITIC-denktank, gefinancierd door Shell en zes andere oliemaatschappijen, heeft volgens WSWS 'sinds juni 2003 de strategie ontwikkeld voor het plunderen van de Iraakse olierijkdom'. Ze zouden de mede-opsteller zijn geweest van nieuwe oliewetgeving, in februari door premier Al Maliki aanvaard, die hun de gewenste vrijheid zou garanderen.

'Meer dan 60 van de bijna 80 olievelden zullen exclusief aan de oliemaatschappijen worden overgedragen voor een periode van meer dan dertig jaar,' schrijft WSWS, en nu wordt er gewerkt aan een gunstig belastingregime. Shell heeft zijn huiswerk gedaan: sinds 2004 is in Dubai een manager-Irak aangesteld. Shell heeft zijn oog laten vallen op de enorme Maysan- en Rumaila-olievelden in het zuiden en Kirkoek in het noorden. Verder wil Shell de grootste gasproducent worden in Irak. In Oman en Nederland zijn ontmoetingen geweest waarop aan de voormalige olieminister Issam al-Chalabi, nu adviseur van premier Al-Maliki, een gas master plan is gepresenteerd. Het gas moet via Turkse pijpleidingen naar Europa stromen, ook al bijna rond.

Nu de zaak zo ligt, is het ondenkbaar dat de Nederlandse regering iets anders kan beslissen dan doorgaan in Uruzgan. En nu weten we ook waarom Wouter Bos zich zo gemakkelijk heeft neergelegd bij het heilige punt 'geen Irak-onderzoek' tijdens de formatie.