Research
Op-ed
Stille meester van het evenwicht
Sinds 1990 behoorde hij tot het stille keurkorps van elder envoys dat de wereld rondreisde om met geduld en wijsheid conflicten in de kiem te smoren. Het Human Security Report beschrijft hoe de wereld sinds 1990 - het eind van de Koude Oorlog - ondanks alles zoveel veiliger en oorlogslozer is geworden omdat 'bemiddelen' zoveel succesvoller is geworden. Niet in grote conflicten, maar wel in de kleine conflicten die geen breaking news op onze flatscreens en google alerts zijn: de Lakhtar Brahimi's, de Sergio de Melho's, de Jan Egelands en de Max van der Stoelen die er steeds beter in slaagden om conflicten aan onderhandelingstafels stil te leggen in plaats van op slagvelden. Vier keer zo vaak als vroeger, nog nooit eerder in de geschiedenis was diplomatie zo succesvol.
Misschien had hij ook minister van Binnenlandse Zaken kunnen heten. Want achter de schermen verloor hij nooit het Nederlandse belang uit het oog. Dat zagen de Amerikanen ook meteen. Toen het kabinet Den Uyl in 1973 aantrad gingen alarmbellen in Washington rinkelen. Ambassadetelexen, een paar jaar geleden vrijgegeven, zagen een 'signifcant shift to the left' en vreesden het 'onervaren' en 'extreem heterogene' kabinet, maar zagen in Van der Stoel en nog een paar anderen 'the best left wing leaders we could have hoped for'. Maar 'met PvdA-zetels voor de premier, buitenlandse zaken, defensie en ontwikkelingssamenwerking zal links vrijwel de totale controle hebben over buitenlands en defensiebeleid van de Nederlandse regering', schreef ambassadeur Middendorf aan zijn State Department.
Wat de VS in zijn voorbeschouwing expliciet zorgen baarde was dat 'het moeilijk zou worden zaken te doen met de nieuwe Nederlandse regering over bijvoorbeeld het Griekse regime' (telex 8 mei 1973). Dat bleek dus uitgerekend het dossier waarin Van der Stoel zich onderscheidde. Je zou haast zeggen dat de VS - vijfendertig jaar later in het Midden-Oosten en Noord-Afrika geconfronteerd met de lastige afweging of je meer hebt aan stabiele kolonelsregimes dan aan onvoorspelbare democratieën - zich een Van der Stoel zouden wensen.
Ook op andere dossiers toonde Van der Stoel zich een meester van het evenwicht. Middenin de oliecrisis, waarin de Arabieren Nederland tot zondebok hadden gekozen en onderwierpen aan een olieboycot, koos hij de weg die uiteindelijk voor Europa, de VS en Nederland het beste bleek. De cables uit de jaren '70 maken duidelijk dat Van der Stoel weigerde toe te geven aan de blackmail van de Arabieren, wist te voorkomen dat Groot-Brittannië en Frankrijk dat wèl zouden doen door te verhinderen dat de Euro-Arabische dialoog een politieke knieval voor de Arabieren zou worden, en stelde ook Amerikaanse oliegaranties voor ons land veilig.
De Amerikanen deden graag wat terug voor die verstandige linkse minister. Realist als hij was, zat Van der Stoel een beetje in zijn maag met akelige vragen van 'radicaal links' (ambassadetelex 26 september 1974) over de rol van Henry Kissinger in het omverwerpen van de linkse regering Allende door dictator Pinochet in Chili. Ambassadeur Gould schrijft aan zijn meerderen in Washington dat 'these are very tough questions for Van der Stoel'. Hij wil geen olie op het vuur gooien, schrijft Gould, maar 'tegelijkertijd vereisen zijn politieke reputatie en geloofwaardigheid dat hij niet, herhaal niet, simpelweg het Amerikaanse doen en laten steunt'.
Gould stelt voor ('we realize that this is a difficult request') om Van der Stoel met zodanige publieke informatie te hulp te schieten dat hij er in de Tweede Kamer mee uit de voeten kan. Ook zo kun je dus invloed uitoefenen als klein (links) land. Want, zo schrijft Gould, een man als Van der Stoel - altijd oog hebbend voor de Amerikaanse positie in Nederland - 'verdient de meest effectieve hulp die wij hem kunnen geven op zo'n moeilijk punt'. De stille meester van het evenwicht verdient ook in Nederland een plein.