Research
Articles
Streven naar politieke eenheid is zó 1957: Europese Unie Vijftig jaar Verdragen van Rome
Enige nuchterheid blijft echter geboden. Zo biedt de Leidse historicus Wim van den Doel een wel erg rooskleurig beeld van de Europese eenwording (het Betoog, 17 maart). Ons levensgeluk staat of valt ermee, stelt hij. 'Wat eurosceptici ook mogen beweren, de Europese Unie staat borg voor welvaart, vrede en democratie in Europa.' Daar valt wel wat op af te dingen.
Niet de EU of haar voorlopers hebben ons immers vrede gebracht (zoals het pas afgesloten regeerakkoord ook weer ten onrechte stelt), maar dat hebben de geallieerden gedaan, de Amerikanen en de Russen voorop. Door middel van de Europese verdragen is die vrede vervolgens uitgediept en geïnstitutionaliseerd, onder de (atoom)paraplu van de NAVO.
Zouden we zonder de supranationale Verdragen van Parijs (EGKS) en Rome (EEG en Euratom) weer zijn gaan vechten in West-Europa? Iedereen had in 1945 echt zijn bekomst van de loopgraven en de gaskamers. En er waren medio jaren vijftig genoeg andere verdragen om de belangrijkste aanstichter van de eerdere ellende, Duitsland, onder de duim te houden.
Dat 'nooit meer oorlog' mag ook wel een tikje worden gerelativeerd. EEG-lidstaten zijn actief betrokken gebleven bij oorlogen buiten Europa. Frankrijk voorop. Frankrijk leverde in de beginjaren van de EEG nog volop strijd in Algerije. Het was een 'vuile oorlog', waarbij aan Algerijnse zijde 300 duizend doden vielen. Het Franse leger paste op grote schaal martelingen toe, met medeweten van de regering in Parijs. De latere voortrekker van het Verdrag van Maastricht, François Mitterrand, was toen minister van Justitie. De specifieke methoden die de Fransen in die tijd bedachten om moslims te vernederen, zijn later door de Amerikanen toegepast in Abu Ghraib. Wanneer het Frankrijk van 1957 langs dezelfde meetlat van de mensenrechten zou zijn gelegd als Turkije nu, zou het niet tot de EEG zijn toegelaten.
Maar goed, dat was vijftig jaar geleden. Er is sindsdien inderdaad veel bereikt. Wat nog een beetje tegenvalt, is de veelgeroemde Europese identiteit. Alleen een betrekkelijk kleine elite is loyaal aan de Europese instellingen. 'De overgrote meerderheid van de bevolking voelt zich eerst en vooral met Nederland verbonden', zo stelt een recent onderzoek van De Nederlandsche Bank.
Zou dat kunnen veranderen? Zouden we de sprong kunnen maken naar een echte politieke unie, waarin wij ons echte Europese staatsburgers kunnen voelen? De obstakels zijn formidabel.
1. Dat zijn om te beginnen de lidstaten zelf. De Europese samenwerking heeft grenzen opengesteld en tot grote welvaartsgroei geleid, maar heeft tegelijkertijd de lidstaten intact gelaten. Die welvaartsgroei maakte namelijk de financiering van de verzorgingsstaten mogelijk. Burgers bleven daardoor verbonden met de nationale politiek. Zoals een conserveringsmiddel een pot jam goed houdt, zo heeft het onzichtbare 'Brussel' de Hollandse natie in de watten gelegd. De nationale economieën groeien tegenwoordig zelfs sterker dan de interne Europese markt.
Veel beleid is daarom nog steeds erg Haags, zij het binnen de juridische kaders van de Europese en internationale verdragen. De Europese uitgaven zijn bescheiden. Het totale budget van de Europese Unie beloopt evenveel als de jaarlijkse uitgaven van de Amerikanen in Irak. Ingrijpende besluiten op het gebied van infrastructuur (Betuwelijn), ruimtelijke ordening, sociale zekerheid (WAO), directe belastingen (hypotheekrenteaftrek), volksgezondheid of defensie worden nog steeds op het Binnenhof genomen. Ambtenaren- en onderwijzerssalarissen, sociale uitkeringen en subsidies, studietoelagen en kinderbijslag komen met bakken tegelijk uit Den Haag. Dus waarom zou je dan Europeaan worden?
2. De EU kent ook nauwelijks dwangmiddelen om de burgers in het Europese gareel te krijgen. Zoals die vroeger werden gebruikt om van ongeletterde boeren uit de Provence echte Fransen te maken. De militaire dienstplicht en fysieke staatsdwang hielpen daarbij een aardig handje mee. Oorlog en haat waren belangrijke voertuigen van de Franse natie. Je werd Fransman door een Duitser aan je bajonet te rijgen. Daar kan Brussel niet tegenop, zonder leger, politie, belastingen, deurwaarders, gevangenissen, of een geheime dienst.
3. De Europese Unie mist ook een culturele dimensie die burgers zou kunnen aanspreken. Een paradox, want nergens ter wereld zijn er immers zo veel kathedralen, kloosters, musea, burchten, en steden te bewonderen als in Europa. Al dit schoons wordt echter als nationale kunst en cultuur gepresenteerd. De lidstaten en hun onderdanen zijn er bijzonder trots op.
Een Europese identiteit heeft sterke beelden nodig. Er is weliswaar een blauwe vlag met twaalf mysterieuze sterren, maar voor de rest zijn er eigenlijk alleen groepsfoto's van regeringsleiders. Op onze eurobankbiljetten staan allemaal fictieve bouwwerken. Er is geen enkel EU-paleis dat tot het netvlies is doorgedrongen van de Europese burger. Misschien kun je dat veranderen door de Europese Unie te associëren met de ongeëvenaarde kunstschatten van het christelijke Europa. Zoals sommige ontwerpers van de Europese Grondwet ook willen.
4. Ten slotte gooit ook de globalisering roet in het eten van een krachtige Europese identiteit. Deze schept transnationale verbanden op commercieel en intellectueel gebied die veel verder reiken dan de Europese horizon. Canadezen, Indiërs, Zuid-Afrikanen of Israëliërs maken daar evengoed deel van uit als Duitsers of Nederlanders. Een 'Europese publieke ruimte' is ingehaald door de mondiale handelsketens en internet.
Neem de wetenschap, op het oog een prachtige uitdaging voor het 'civiele' Europa. Een Europese krachtenbundeling op dit gebied is echter niet verstandig. De beste wetenschappers treft men immers vooral buiten de Europese Unie aan. Van de honderd topuniversiteiten in de wereld bevinden zich er slechts een stuk of drie in de EU. Op de drie grote wetenschapsgebieden van de toekomst, de informatica, het biogenetisch onderzoek en de nanotechnologie, loopt Europa achter. Op het gebied van de militaire technologie is de achterstand met Amerika zelfs niet meer in te halen. Duizenden Europese wetenschappers hebben de afgelopen jaren de EU verlaten om zich te vestigen in de Verenigde Staten. Van die realiteit is de 'populistische euroscepticus' Ronald Plasterk, zoals Van den Doel de nieuwe minister van Onderwijs en Wetenschap noemt, waarschijnlijk goed doordrongen.
Succesvolle deelname aan de wereldeconomie vereist geen politieke of militaire unie in Europa. Voor onze veiligheid blijven we aangewezen op NAVO en Verenigde Naties. Om met China of India te concurreren, heb je economische hervormingen, innovatiebereidheid, goed opgeleide bevolkingen en democratische rechtsstaten nodig. Gelukkig heeft de Europese Unie die in huis. Inderdaad de felicitaties waard.