Research

Op-ed

Te snelle concessies

17 Jun 2009 - 13:55
En wat nu, Obama? De gestolen overwinning van president Ahmadinejad maakt de zaak er niet gemakkelijker op. Obama begon juist een beetje te bewegen, zoals dat heet in onderhandelingsjargon. Hij heeft voorzichtig voorgesteld om met Iran te onderhandelen over het lastige atoomdossier.

Eerst liet hij weten dat Amerika niet langer als toehoorder zou aanzien hoe Europa sjorde aan het Iraanse 'nee' tegen stopzetting van het nucleaire programma. De Iraanse worstelaar won het van de Europese touwtrekker: het antwoord uit Teheran was steeds méér ultracentrifuges (nu vijfduizend) en méér raketproeven.

Toen liet Obama zich ontvallen dat Iran een prachtland is dat zijn uraniumverrijking misschien niet direct zou hoeven te stoppen als de onderhandelingen op gang zouden komen. En nog iets toeschietelijker werd hij toen hij Iran zelfs het recht gunde op 'toegang tot' vreedzame nucleaire energie, iets wat voorganger Bush niet over zijn lippen kon krijgen.

Het enige dat Iran daar tegenover stelde, was een voorstel om met een voorstel te komen, dat waarschijnlijk niet meer is dan een oud voorstel. In mei 2008 kwam Iran al eens met een plan om 'alle wereldproblemen op te lossen' en om een consortium voor de leverantie van verrijkt uranium op te richten dat - jammer voor de Verenigde Naties en het Westen - ook een eigen vestiging op Iraanse bodem zou moeten hebben. Patent onaanvaardbaar voor alle critici van het Iraanse programma, want niemand gelooft dat dat plan de Iraanse opmars naar een eigen atoomwapen zal stuiten.

Barack Obama kan nauwelijks reageren op het Iraanse spel, want hij zit tussen drie vuren.

Vuur één: Israël. De regering-Netanyahu is hard gebotst met Obama over de oplossing van de Palestijnse kwestie. Netanyahu heeft gepoogd de hele kwestie ondergeschikt te maken aan het Iraanse atoomdossier. Pas als dat uit de wereld is en Israël geen existentiële dreiging meer uit Teheran hoeft te vrezen, kan er een oplossing voor het Israëlisch-Palestijnse conflict worden gevonden. In die koppeling zag Obama weinig heil. Het zou Iran de sleutel in handen geven en in het slechtste geval de Verenigde Staten verplichten tot een aanval op Iran, al was het maar om Israël van zo'n aanval af te houden.

Vervolgens probeerde Netanyahu om Obama tot een deadline te verplichten: als onderhandelingen niet binnen een half jaar iets opleverden, moest Iran op andere wijze worden aangepakt. Dat was Obama ook te riskant, al heeft hij Netanyahu moeten toegeven dat hij niet tot sint-juttemis een Iraanse reactie op zijn onderhandelingsaanbod zal afwachten.

Vuur twee: zichzelf. Obama wil anders zijn dan Bush, Obama heeft de wereld op 5 april in Praag een kernwapenvrije wereld beloofd, Obama heeft op 6 april in Ankara beloofd dat hij nooit oorlog tegen de islam zal voeren en Obama heeft Iran op 4 juni in Caïro beloofd zonder voorwaarden vooraf met Iran te willen onderhandelen over het atoomdossier. Geen capitulatie voor Iran natuurlijk, maar Obama wil een succes boeken, zoveel is duidelijk.

Vuur drie: de klok tikt door, Iran nadert het point of no return. Obama weet dat de Iraniërs over veel dingen onderling overhoop liggen, maar nogal eensgezind zijn in hun vaderlandsliefde en trots op hun nucleaire ingenieurs. En een eigen kernwapen? Dat is nog de vraag, de Iraniërs blijven van links tot rechts beweren dat ze er niet op uit zijn, dat de Almachtige hun de bom trouwens niet eens toestaat, maar des te heiliger lijken ze te geloven in de noodzaak en rechtvaardigheid van een eigen 'vreedzame' nucleaire industrie.

Ook Mousavi, de bestolen tegenkandidaat van Ahmadinejad, is hartstochtelijk voorstander van Irans nucleaire zelfbeschikkingsrecht, maar hij wilde in elk geval praten met de Verenigde Staten. Het versoepelen van Obama de laatste weken kon dus ook worden uitgelegd als een lokkertje voor de aanhang van Mousavi, maar dreigt nu verkeerd uit te pakken: de concessies zijn vergeven, maar Ahmadinejad kan ze gratis in zijn zak steken.

Bij dit alles is er maar één schrale troost. Wie ook de president van Iran is, Ahmadinejad of Mousavi, de werkelijke machthebber in Iran is de hoogste geestelijke leider Khamenei. In een helder en bijna profetisch artikel in het novembernummer van het tijdschrift Foreign Affairs (2008) legt de Iraanse journalist Akbar Ganji uit dat Iran alle trekken van een sultanaat heeft waarin 'sultan' Khamenei de doorslaggevende factor in de buitenlandse politiek is en dus ook in het nucleaire dossier. Khamenei zal beslissen of er wordt onderhandeld, wie er onderhandelt en wat het Iraanse eindresultaat zal zijn.