Research
Op-ed
Tegen beter weten in zegt Sarkozy dat de Chinezen van een eensgezind Europa niet zoveel te eisen hebben
Nu rijzen twee vragen: kan China en wil China ons uit de misère helpen?
Antwoord op de eerste vraag is ja, want China bulkt van het geld. Het heeft een spaarpot van 3200 miljard euro, waarvan tweederde in dollarschuldpapier en de rest in euro's en andere valuta. Uit die valutaverdeling kun je afleiden welke regio China het meest vertrouwt. Van Amerikaanse schuldbewijzen worden Chinezen niet blij omdat ze in waarde dalen. Maar dat wil nog niet zeggen dat China uitwijkt naar de euro, want hoeveel vertrouwen heeft China eigenlijk (nog) in Europa?
Of China Europa wil helpen hangt niet alleen af van zaken als beleggingsrendement, maar is ook een geopolitieke afweging. China moet zich wel bekommeren om Europa, want we zijn de grootste handelspartner. Maar ook de politieke relevantie van Europa voor China telt. Europa zál een politieke prijs moeten betalen, zegt de Chinese premier Wen Jiabao al wekenlang, eerst maar eens door China te erkennen als 'markteconomie'. Die concessie zou een eind maken aan allerlei bezwaren tegen Chinees protectionisme. Voeg daar na vorige week woensdag gerust nog aan toe dat China geen gemekker meer wil over de (te) lage wisselkoers van de renminbi en opheffing van het EU-wapenembargo tegen Beijing zal eisen. Europa zal dat moeten slikken. Tegen beter weten in zegt Sarkozy dat de Chinezen van een eensgezind en onafhankelijk Europa niet zoveel te eisen hebben, maar Hans-Peter Keitel, de Duitse Bernard Wientjes, ziet de bui al hangen en waarschuwde na de eurotop tegen een uitverkoop.
Het gaat nu om Europees machtsverlies van de tweede orde. Het was al een boeiende vraag of China bereid zou zijn z'n goeie geld in de redding van een tanend, maar eensgezind Europa te steken. De vraag waar de leiders in Beijing zich nu het hoofd over breken, is of ze het ook aan een kwijnend en verdeeld Europa willen besteden. In deze situatie is het voor China veel interessanter kalm achterover te leunen en verdeel-en-heers te spelen. In het afgelopen jaar heeft het al beloofd om reddingsboeien uit te gooien naar Griekse, Portugese, Ierse, en Spaanse drenkelingen, maar alles op zijn tijd. En volgens eigen risicocalculaties. De Chinese Dagong Credit Rating leert ons dat China een tikje anders tegen de wereld aankijkt dan de bekende Amerikaanse kredietbeoordelaars, zoals Moody's, Fitch en Standard & Poor's. En dat het Europa ook niet als één homogeen Merkozyland beschouwt. Meer dan de helft van de door Dagong beoordeelde landen krijgt een andere score dan de waarderingen van Moody's cum suis. Niets mis met Noorwegen, Denemarken, Luxemburg, Australië en Nieuw-Zeeland, zij scoren triple A. Canada, Nederland, Duitsland, de VS en China zelf zitten in het volgende pelotonnetje. Ze zijn institutioneel sterk, maar kampen volgens Dagong met fiscale problemen. Daarom krijgen ze een A'tje minder. Groot-Brittannië en Frankrijk sukkelen daarachter met AA-min, en bovendien met een negatieve prognose.
China, zelf BRIC-land (de categorie opkomende wereldmachten rondom de beginletters van Brazilië, Rusland, India en China, maar ook van runners-up als Turkije, Zuid-Afrika, Indonesië en Zuid-Korea) kijkt zelfs opvallend anders naar de wereld als je die verdeelt in BRIC en niet-BRIC. Alle BRIC-landen scoren in de Chinese Dagong-index hoger dan in de drie westerse kredietbeoordelingsindices. Vrijwel alle EU-landen en de VS volgens de Dagong juist lager. Denk niet dat de Dagong alleen let op beleggingsrendement. Uit de toelichting blijkt dat ook politieke factoren als 'de nationale veiligheidssituatie' en 'stabiliteit' meewegen. En dat wordt gelet op 'geopolitieke risico's als gevolg van praktische problemen'. Dat is Chinees voor onrustig of onveilig. De Dagong is zo eerlijk om China zelf tot die categorie te rekenen. Dan schiet je andere landen niet zo snel te hulp.
In een schuivende wereld gaat een verdeeld Europa met hangende pootjes naar een Beijing met praktische problemen.