Research
Op-ed
Thirteen days (that didn't shake the world)
Thirteen days that shook the world - woorden die ons herinneren aan de Cubacrisis van 1962, of hoe de wereld aan een atoomoorlog ontsnapte. Nog altijd gissen historici naar de ware toedracht. Op 6 juli stierf een van de hoofdrolspelers, de toenmalige Amerikaanse minister van Defensie Robert McNamara. Het bizarre toeval wilde dat op zijn sterfdatum een eind kwam aan thirteen days that did not shake the world. Het Noord-Koreaanse schip Kang Nam meerde na een grote u-bocht door de Chinese zee weer aan in de thuishaven Nampo en een tweede Cubacrisis was voorkomen.
Nou ja, een kleine replica dan. De wereld hield zijn adem dit keer niet in, maar wat in de dertien dagen tussen 17 en 30 juni gebeurde (toen de Kang Nam opdracht kreeg om te keren), is raadselachtig en fascinerend. Opwindender dan de dood van Michael Jackson.
In 1962 stoomden Sovjetschepen met SS-5-atoomraketten op naar Cuba. President Kennedy, met de smadelijke mislukking van de Varkensbaai-invasie nog in het geheugen, werd voor het blok gezet. Moest hij de atoomdreiging slikken of zou hij een Russische aftocht eisen? Robert McNamara wilde achteraf meer als duif de geschiedenis ingaan. 'Kennedy wilde ons uit de oorlog houden, ik hielp hem daarbij,' was McNamara's lezing tegenover filmmaker Errol Morris (The Fog of War, 2003). Een halve waarheid, want na twee dagen crisis en aftasten schoof de minister op naar een harde aanpak: bombarderen van de Russische raketbases op Cuba, desnoods een oorlog met de Sovjetunie, als de schepen niet rechtsomkeert zouden maken.
Dat was niet de aanpak van zijn president. Die had op 26 oktober 1962 in het geheim, in ruil voor de Russische aftocht, stille terugtrekking van Amerikaanse Thor-atoomraketten uit Turkije geaccepteerd. Vijfentwintig jaar na de Cubacrisis bleek uit geheime tapes dat Kennedy zo'n Sovjetvoorstel had aanvaard, maar dat McNamara de prijs te hoog had gevonden. Na dertien dagen keerden de Russische schepen om en was de lont uit het kruitvat.
En nu de Kang Nam. Op 25 mei nam Noord-Korea zijn tweede atoomproef. Deze keer vooral omdat het regime furieus was dat de Verenigde Naties een raketproef begin april had veroordeeld. Pyongyang eiste excuses van de Verenigde Naties, maar kreeg die natuurlijk niet. Integendeel, de Veiligheidsraad beantwoordde de atoomproef eensgezind hard met resolutie 1874, waarin in- en uitvoer van wapens naar Noord-Korea werd verboden. Schepen met verdachte transporten mochten voortaan worden doorzocht. Weliswaar niet met geweld op volle zee, maar als een schip 'vrijwillige' inspectie weigerde, kon het in een haven wel tot visitatie worden gedwongen.
Noord-Korea ontplofte zowat en zei dat zoiets als een oorlogsdaad zou worden beschouwd. Op 25 juni dreigde het de Verenigde Staten met 'een nucleaire vuurzee' als het zich aan een Noord-Koreaans schip zou vergrijpen. Geen loze woorden, want op 17 juni was een vrachtschip, de Kang Nam, uitgevaren en gevolgd door - hoe ironisch - het Amerikaanse oorlogsschip John McCain.
De Kang Nam werd ervan verdacht kalasjnikovs en raketten aan boord te hebben met bestemming Birma.
Het pikante scenario dat de Kang Nam zou moeten bijtanken in de Chinese haven van Hongkong, waar het dan de luiken zou moeten openen, leek reëel te worden. Maleisië of Taiwan kon ook, maar die landen zagen de bui al hangen en zagen de Kang Nam liever voorbij varen. Intussen had Noord-Korea gedreigd met nieuwe atoomproeven en zelfs met een aanval van de Taepodong-2-raket op Hawaii. 4 Juli, viering van de Amerikaanse Onafhankelijkheidsdag, werd als een passende datum gezien en kwam dichterbij. Maar ... dertien dagen na zijn vertrek begon de Kang Nam te vertragen en een omkerende beweging te maken. Crisis afgewend.
Misschien weten we over vijfentwintig jaar waarom Noord-Korea bakzeil haalde en wat de stille prijs was. Het lot van de wereld hing niet aan een zijden draad, maar wat kan er gebeurd zijn en wat staat er misschien nog te gebeuren? Het zou me niet verbazen als Obama, op reis naar Moskou voor het sluiten van een atoomakkoord, geen crisis om de Kang Nam wilde. Het risico van een afgang - géén wapens, maar bloemen aan boord van de Kang Nam - was ook niet uit te sluiten.
Ook China - dat van oudsher zijn lastige buurlandje in bescherming neemt - had belang bij deze afloop: het pijnlijke scenario waarin China verplicht zou zijn tot een 'oorlogsdaad' in Hongkong, stond Hu Jintao allerminst aan. Het kon de Amerikanen wellicht zelfs dreigen met een afgang door een inspectie in Hongkong 'niets' te laten opleveren. En het was de Amerikanen uiteindelijk waarschijnlijk meer waard om de werking van de resolutie 1874 te demonstreren dan een 'McNamariaanse' showdown om een kist raketten, met hysterische reacties uit Pyongyang van dien. Resolutie 1874 kan nu worden verkocht als een instrument met tanden - iets waar Pyongyang gevoelig voor bleek en wat misschien ook in Teheran wordt opgemerkt.