Research

Articles

Toch blijven praten met Iran

22 Aug 2005 - 11:57
Europa zag de nucleaire onderhandelingen met Iran als zijn grote kans weer een belangrijker rol te spelen op het wereldtoneel. Nu Iran de EU-3 (Groot-Brittannië, Duitsland en Frankrijk) met een 'onvoldoende' naar huis heeft gestuurd, lijkt de Amerikaanse opvatting terrein te winnen dat met een land als Iran toch niet valt te praten. Gaat Iran daarmee het Irak-scenario - opvoeren van de druk met uiteindelijk een Amerikaanse militaire interventie - tegemoet?

Het lijkt er vooralsnog niet op. Het Internationaal Atoomenergieagentschap (IAEA), dat toezicht houdt op het Iraanse nucleaire programma, vindt dat sancties op dit moment niet aan de orde zijn. Teheran krijgt tot 3 september de tijd om haar installaties stil te leggen, dan bespreekt het IAEA de zaak opnieuw.

De meerderheid van de leden van het IAEA wil voorlopig geen harde confrontatie. Aan de ene kant zijn er landen die Iran niet willen schofferen omdat zij grote hoeveelheden olie en gas van het land afnemen en de betrekkingen liever harmonieus willen houden. Aan de andere kant zijn veel niet-kernwapenstaten er niet van overtuigd dat Iran in de fout is gegaan met het hervatten van de uraniumverrijking. Als ondertekenaar van het Non-proliferatieverdrag heeft Iran het recht uranium te verrijken voor civiele doeleinden.

De Europese Unie dreigt in haar teleurstelling over de Iraanse vertrouwensbreuk met doorverwijzing naar de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties. Dit is weliswaar in lijn met eerdere afspraken met de Amerikanen, maar zal op Iran weinig indruk maken. Een Amerikaanse militaire aanval is niet waarschijnlijk, gezien hun verstrengeling in de Irak-oorlog en de slinkende steun daarvoor bij de Amerikaanse bevolking.

Bovendien blijkt van het vermoedelijke bezit van een kernwapen een afschrikkende werking uit te gaan - zie de verschillende behandeling van Noord-Korea en Irak.

Ook voor economische sancties hoeft Teheran niet te vrezen. De Iraanse olie- en gasvoorraden maken het land tot een belangrijke partij die niet zomaar geïsoleerd zal worden. De Iraanse bevolking zal zich achter haar leiders scharen zolang Iran de kaart blijft spelen van de vreedzame islamitische republiek die slechts van haar recht op civiele kernenergie gebruik maakt, maar om allerlei redenen door het Westen wordt gekleineerd.

Het verder opvoeren van de druk zal vooral de onenigheid binnen de internationale gemeenschap blootleggen. Indien de EU vasthoudt aan haar standpunt alleen bij volledige stopzetting van alle uraniumverrijking verder te willen onderhandelen, verklaart zij haar eigen strategie failliet. De kans dat Iran hieraan voor 3 september voldoet is nihil.

Toch is een nucleair Iran wellicht nog te voorkomen. Het verbod op uraniumverrijking moet dan wel van tafel. Iran wil zelf de nucleaire cyclus beheersen, onafhankelijk kernenergie kunnen produceren, maar vooral: serieus worden genomen als belangrijke speler op het internationale toneel. Dit betekent niet dat het land ook zo eensgezind opteert voor een kernwapen. Alhoewel de keuze hiervoor zonder meer rationeel zou zijn. Het land voelt zich bedreigd door Israël en de Verenigde Staten, die beide kernwapens bezitten.

Toch ziet de bevolking ook de kosten van een kernwapenprogramma. De staat zal veel geld moeten investeren, dat vervolgens niet meer beschikbaar is voor onderwijs, gezondheidszorg en werkgelegenheid. Daarnaast zullen de politieke betrekkingen verder onder druk komen te staan en zullen broodnodige buitenlandse investeringen uitblijven.

Juist op dit terrein is er een opening voor onderhandelingen. De nieuwe president Ahmadinejad moet economische vooruitgang boeken, wil hij zijn verkiezingsbeloften waarmaken. De in meerderheid jonge bevolking wil werk en welvaart. Teheran is dus zeker gevoelig voor economische concessies. Als de EU op handelsterrein genoeg te bieden heeft, is zij misschien in staat het tempo en de intensiteit van de Iraanse uraniumverrijking te controleren. Met een beperkte uraniumverrijking kan het moment waarop Iran in staat is een kernwapen te fabriceren nog een aantal jaren worden uitgesteld.

Die tijd is hard nodig om vertrouwen te herstellen. Vooral de Amerikaanse houding jegens Iran is cruciaal. Met haar retoriek van 'schurkenstaat' en 'regime change' heeft Washington Iran tot de conclusie doen komen dat alleen de sterkste afschrikking in de vorm van een kernwapen het einde van het regime kan voorkomen.

Het toegeven aan de Iraanse eis uraniumverrijking toe te staan, betekent niet noodzakelijkerwijs gezichtsverlies voor EU en VS. Indien Iran voor de tijd van de onderhandelingen zijn nucleaire activiteiten beperkt tot het voortraject van uraniumverrijking zoals dat nu plaatsvindt in Isfahan, kunnen de onderhandelaars dat als hun winst boeken.

Hetzelfde geldt voor een grotere rol van het IAEA. De onlangs gelanceerde mededeling dat Amerikaanse geheime diensten een Iraanse bom binnen tien jaar niet waarschijnlijk achten, kan ook het Witte Huis als argument dienen het onderhandelingsproces meer ruimte te bieden.

Dan moeten Europeanen en Amerikanen er wel van doordrongen zijn dat het Irak-scenario geen voorbeeld kan zijn voor de aanpak van Iran. Een aanval op Iraanse nucleaire doelen zal het kernprogramma wellicht vertragen, de wens om kernwapenstatus te bereiken, zal alleen maar groeien.