Research
Op-ed
Totaalvoetbal
Verhagen sprak vorige week in de Haagse Sociëteit De Witte generaalswoorden. Globalisering heeft het gevaar verlegd, zei hij. Wie eraan meedoet, is ongevaarlijk, maar wie de boot mist, kan onze vijand zijn. 'De Nederlandse deelname aan de NAVO-missie in Afghanistan volgt rechtstreeks uit deze werkelijkheid. In plaats van ons op een conventionele oorlog op eigen bodem voor te bereiden en de Peellinie tegen binnenvallende buren te verdedigen, moeten onze strijdkrachten onze vrijheid en veiligheid verdedigen op die plaatsen waar [die twee] daadwerkelijk bedreigd worden. Dat betekent bijvoorbeeld ook in de Hindu Kush in Zuid-Afghanistan.'
Geen opbouwmissie dus in Afghanistan, om een ongelukkig volk, dat al tientallen jaren zijn best doet om een verleden van bezetting en stammenstrijd achter zich te laten, te helpen opkrabbelen. Een heel ander accent ook dan het debat over de uitzending van Nederlandse troepen naar Uruzgan (en de verlenging van de missie vorig jaar), waar woorden als 'opbouw' en 'morele verplichting' aan de lopende band vielen. Verhagen grijpt in wezen terug op 9/11 en zegt dat het daarginds om een zelfverdedigingsoperatie gaat. Dat lijkt me correct, maar voor veel mensen is 9/11 alweer grijze geschiedenis en voor de meeste Nederlanders is de Hindu Kush geen frontlijn, maar een armoedegrens die moet worden aangepakt.
Vergelijk dat met Dick Berlijn, de militair. Hij spreekt bijkans als de ontwikkelingswerker. Vorig jaar mengde hij zich even in de verlengingsdiscussie door de morele plicht van de internationale gemeenschap in de strijd te werpen, wat zelfs wel werd bekritiseerd als een ongepaste politieke interventie door de verder zo onberispelijke commandant. Ook in tussenstops op zijn afscheidstournee, een spreekbeurt in Nijmegen en een afscheidsinterview in de Volkskrant, treffen we geen eendimensionale militair die in termen van frontlinies, oorlog en landsverdediging denkt.
Het draait om internationale solidariteit, we moeten de internationale rechtsorde vooruit helpen. Geen uitgemaakte zaak voor alle Nederlanders. Wat kan het ons schelen als ergens een heel volk over de kling gejaagd wordt, als de kleuren-tv het maar doet? Berlijn: 'Ik zou het verschrikkelijk vinden als Nederland onverschillig wordt, als dat ook de erfenis voor onze kinderen wordt. Dat tast de moraliteit van de samenleving aan. Dan worden we een oppervlakkig en onverschillig land.'
Zonder een tegenstelling te suggereren tussen Verhagen en Berlijn, is het merkwaardig om te zien dat de diplomaat zich genoodzaakt voelt om de militaire ratio van de missie in Afghanistan nog eens te benadrukken, en dat de hoogste militair juist nog eens uitlegt hoe belangrijk het is dat zijn soldaten een moskee hielpen bouwen in Tarin Kowt en dat het licht tegenwoordig 's avonds aan kan in Deh Rahwood sinds zijn mannen een schoepenrad in de rivier hebben aangelegd. Slim en gedurfd, deze rolomkering. De diplomaat Verhagen kan op het internationale toneel goede sier maken met een goede krijgsmacht die overal ter wereld security threats kan beantwoorden.
Bevelhebber Berlijn heeft empathische soldaten nodig en bruggenbouwers, want alleen via die band kan hij zelfs de onuitspreekbare woorden over de lippen krijgen die geen militair zich drie maanden geleden kon veroorloven: blijven na 2010! Want, besluit Berlijn: 'Uruzgan heeft niet minder, maar meer nodig. De internationale gemeenschap zal hier nog lang betrokken zijn. Als we de komende periode tastbare resultaten boeken, zou ik het zonde vinden om alles uit handen te laten vallen. Misschien is in Nederland dan ook de bereidheid groter om zelfs langer te blijven dan 2010. Daar wil ik nog wel eens een boom over opzetten.'
Voeg daar nu nog bij dat minister Bert Koenders voor Ontwikkelingssamenwerking juist weer als de diplomaat over het veld zwerft. Een paar weken geleden kapittelde hij (tot ergernis van Verhagen) de Israëlische blokkade van de Gazastrook als een ongerechtvaardigde 'collectieve straf'. In het tv-programma Buitenhof verdedigde hij de uitzending van Nederlandse mariniers naar Tsjaad, ook als noodzakelijk onderdeel van Europees buitenlands beleid. Dan zien we nu eens fraai hoe de befaamde 3D-benadering van Nederland in de praktijk kan uitpakken. De generaal trekt de jas van de ontwikkelingswerker aan, de minister van Buitenlandse Zaken het camouflagepak van de militair en de minister van opbouw het 3D-lig pak van de diplomaat. Zonder nummer 10, maar de Peel is overal.