Uit angst voor de islam neigen veel Nederlanders naar een 'nee' tegen de toetreding van Turkije tot de Europese Unie. Maar omwille van de eigen veiligheid en welvaart kan de EU er niet omheen Turkije op te nemen.
Er zijn overtuigende argumenten vóór het EU-lidmaatschap en vóór het noemen van een datum op de top, die de leiders van de Unie vandaag en morgen houden over de toetredingsonderhandelingen. Een zelfbewust, democratisch Turkije is van groot belang voor de stabiliteit van de regio. Als Turkije als groot land - dat economisch en politiek gezien ook van belang is voor haar buurlanden - rust kan brengen, dan heeft de EU daar alleen maar baat bij.
Dit argument speelt onder meer op het terrein van energie. Pijpleidingen via het vaste land van Turkije kunnen belangrijke transportknelpunten oplossen. Dan moet Turkije echter wel bereid zijn om de energiebelangen van de EU te dienen. De kans daarop is uiteraard groter wanneer Turkije een reële toekomst heeft binnen de Europese club. Naarmate handel en economische samenwerking tussen de Europese Unie, Turkije en energieproducerende landen groeien, wordt blijvende stabiliteit ook een gezamenlijk belang.
Een gebruuskeerd Ankara daarentegen wordt een onvoorspelbare factor; elk alternatief aanbod voor een lidmaatschap, zoals een 'speciaal partnerschap' en nieuwe voorwaarden, ziet Ankara als 'contractbreuk'.
Dit laat onverlet dat Turkije moet worden beoordeeld aan de hand van zijn prestaties en niet op basis van zijn felle retoriek. Vergeleken met de tien recente toetreders heeft Turkije nog een lange weg te gaan in de omzetting van wetswijzigingen die bijvoorbeeld marteling moeten uitbannen en vrijheid van meningsuiting moeten garanderen. Als Europa nu een aantal tekortkomingen door haar vingers ziet, kan zij Turkije 'binnen' houden én zelf een rol blijven spelen in het land. De verandering van het bewind in Turkije is wellicht het grootste succes van het Europese buitenlandbeleid. Met een negatief oordeel geeft de EU haar belangrijkste instrument op dit terrein uit handen. Dit heeft niet alleen gevolgen voor Turkije zelf, maar ook voor de geloofwaardigheid van het Europese buitenlandbeleid op zich.
Met een positief oordeel daarentegen onderstreept de EU dat zij een rol kan en wil spelen in democratiseringsprocessen in het Midden-Oosten. Onderhandelingen met Turkije kunnen bijdragen aan een positief imago van de EU in de regio, omdat zij de opvatting weerleggen van de EU als 'exclusieve christelijke club'. In een tijd waar beeldvorming belangrijker lijkt dan harde feiten, kan dat deuren openen voor Europa die voor de Verenigde Staten met haar machtspolitiek militaire benadering gesloten blijven.
Voorstanders van een Turks lidmaatschap hopen daarnaast dat Turkije een brugfunctie kan vervullen tussen de islamitische wereld en het Westen, niet alleen symbolisch maar in de dagelijkse politieke praktijk. Turkije heeft de afgelopen jaren ook in haar buitenlandse betrekkingen een 'Europese stijl' overgenomen en werk gemaakt van het verbeteren van haar relaties met bijvoorbeeld Syrië en Iran. Turks lidmaatschap kan het Europese buitenlandbeleid versterken omdat de steun van een groot land als Turkije de Europese aanpak van conditional engagement in de regio kracht bijzet.
Al deze potentiële pluspunten hebben ook een schaduwzijde. Met de toetreding van Turkije worden de bilaterale problemen van het land de facto interne problemen van de EU. Als Ankara eenmaal volwaardige zeggenschap heeft, is de EU als zodanig geen speler meer in Turkije, maar wordt Turkije een speler in de EU: een niet onaanzienlijke welteverstaan.
De EU mag niet toestaan dat de Turkse benadering van de Koerden of van Armenië voet kan vatten binnen het Europese buitenlandbeleid. Bovendien mag er geen tweedeling ontstaan in de bescherming van de mensenrechten binnen de EU. Turkije heeft wat dat betreft nog een lange weg te gaan.
Het is het recht én de plicht van de Europese Unie om de omzetting van deze agenda nauwlettend te volgen, bínnen de spelregels van het onderhandelingstraject. Het hierbij stellen van nieuwe voorwaarden vóórdat onderhandelingen kunnen beginnen, staat gelijk aan het verplaatsen van de doelpalen tijdens het spel. Dat dient de Europese geloofwaardigheid niet.