Research
Articles
Turkije verliest EU en niet andersom
In Washington ziet men Turkije als een belangrijk speler in het geopolitieke schaakspel om olie en invloed in het Midden- Oosten en de Kaukasus. Maar na slechts één jaar moeizame besprekingen is het nu al duidelijk dat de EU en Turkije gewoon niet voor elkaar geschapen zijn. Er zit nu al zoveel gruis in de onderhandelingsmolen, er is nu al zoveel kwaad bloed gezet, dat het raadzaam lijkt om een zeer ruime time- out in te lassen.
In Brussel en bijna alle EU-hoofdsteden is men teleurgesteld over de Turkse houding. Sinds de toetredingsonderhandelingen in oktober 2005 begonnen, heeft Ankara het hervormingsproces zo goed als stop gezet. De Europese Commissie liet afgelopen maand in niet mis te verstane woorden weten dat Turkije haar huiswerk niet doet, en dat er op cruciale gebieden, zoals de vrijheid van meningsuiting, de aanpak van martelingen en de civiele controle op het militaire apparaat, geen vooruitgang wordt geboekt. Maar deze slechte rapportcijfers zouden nog door de vingers worden gezien wanneer Turkije in ieder geval voor 'vlijt' en 'werkhouding' voldoende had gescoord.
Dit is geenszins het geval. Wie het Turkse debat over de EU volgt krijgt al snel de indruk dat Ankara zich ziet als een gelijkwaardige partner van de Unie, en dat Brussel minstens evenveel water in de wijn moet doen dan Turkije zelf.
Deze serieuze misvatting komt voort uit het extreme Turkse nationalisme. Het druist in tegen de Turkse trots om toe te geven aan een klein eilandstaatje als Cyprus. Cypriotische schepen en vliegtuigen toegang te verlenen tot Turks grondgebied, zoals de EU op basis van de Europese douane-unie verlangt, wordt dus pertinent uitgesloten. Ook geeft de Turkse premier Erdogan aan dat de huidige wet die het verbiedt de Turkse staat te 'beledigen', niet zal worden veranderd. Dit betekent dat het onmogelijk blijft om de Armeense genocide bespreekbaar te maken binnen Turkije.
Het is natuurlijk altijd moeilijk om een gitzwarte pagina uit de eigen geschiedenis onder ogen te zien, maar het is onoorbaar om een ieder die daarover wil spreken met gevangenisstraf te dreigen, zoals in Turkije gebeurt.
Maar er zijn nog veel andere grote en kleine irritaties. Tijdens de cartooncrisis, was Turkije er als de kippen bij om samen met andere islamitische landen te protesteren bij de Deense regering. Premier Erdogan riep op om 'anti-islamitische uitlatingen' te beschouwen als een misdaad, hetgeen natuurlijk het einde van de vrijheid van meningsuiting zou betekenen.
Ook Turkije's reactie op de ondiplomatieke uitlatingen van Paus Benedictus XVI waren veelzeggend. De Paus had tussen neus en lippen door verklaard dat de geschiedenis van de Islam verbonden was met veel geweld - niet onjuist, wel tactloos. De Turkse moslimgemeenschap nam geen genoegen met de spijt die de Paus betuigde, maar verlangde duidelijke en officiële excuses. De vele tienduizenden betogers die protesteerden tegen de komst van de Paus in Turkije enkele weken geleden, gaven nog eens duidelijk aan dat het religieuze schisma tussen het 'christelijke Europa' en het islamitische Turkije juist in Turkije zelf een belangrijke rol speelt.
Niemand had verwacht dat de toetredingsonderhandelingen tussen de EU en Turkije soepeltjes zouden verlopen. Maar dat Ankara zo onbuigzaam en recalcitrant zou zijn, komt toch nog als een verrassing. Europa heeft er niets aan om de relatie met Turkije verder te verbruien. Maar het perspectief van een Turks EU-lidmaatschap ligt verder weg dan ooit. Laten we niet vergeten dat Frankrijk en Oostenrijk vorig jaar besloten over een mogelijke Turkse toetreding altijd een referendum te organiseren. Natuurlijk zeer democratisch, maar tevens een groot obstakel voor het Turkse EU-lidmaatschap mochten de onderhandelingen ooit onverhoopt slagen.
En ook Nederland schuift langzaam in het sceptische kamp wanneer het over Turkije en de EU gaat. Minister Bot blijft stoïcijns pro-Turkije, zoals van deze voormalige ambassadeur in Ankara mocht worden verwacht. Maar nu de SP, de Partij van de Vrijheid en de ChristenUnie flink wat zetels hebben gewonnen, valt ook een Haagse koersverandering te voorzien. Zowel Frankrijk als Duitsland willen Turkije een duidelijke ultimatum stellen: of voldoen aan de Europese eisen, of de consequentie trekken en de onderhandelingen opschorten. Dit soort duidelijke taal is beter dan het pappen-en-nathouden waar Turkije geen respect voor lijkt te hebben.
Dat Europa daarbij Turkije kan 'verliezen', valt te voorzien. De EU probeert Turkije te helpen een volwaardige westerse democratie te worden. Maar dat kan slechts wanneer Turkije dat ook wil, en dat valt in twijfel te trekken. De anti-westerse sentimenten in Turkije laaien op, en de compromisbereidheid neemt navenant af. Turkije lijkt nu de EU te 'verliezen' en de aansluiting tot het Westen te missen. Dat is zeker jammer, maar een keuze die wij moeten respecteren.