Research
Articles
Tweede golf van hervorming nodig na 'Washington'
De Washington Consensus omvat tien elementen.
Begrotingsdiscipline. Het begrotingstekort van centrale en provinciale overheden, staatsbedrijven en centrale bank dient zo'n omvang te hebben dat het kan worden gefinancierd zonder zijn toevlucht te nemen tot inflatiebelasting.
Overheidsuitgaven. Overheidsuitgaven dienen te verschuiven van terreinen met sterke politieke lobby's die gewoonlijk royaler worden bedeeld dan hun maatschappelijk rendement rechtvaardigt - overheidsapparaat, defensie, algemene subsidiëring en prestigeprojecten - naar verwaarloosde terreinen met een hoog maatschappelijk rendement die tot verbetering van de inkomensverdeling kunnen leiden - primaire gezondheidszorg, basisonderwijs en infrastructuur.
Belastinghervorming. Het doel van verbreding van de belastingbasis en verlaging van marginale belastingtarieven is een versterking van economische prikkels en een verbetering van horizontale gelijkheid zonder afbreuk te doen aan de progressiviteit van het belastingstelsel. Een effectievere belastinginning, inclusief het belasten van rente-inkomsten op buitenlandse activa: het 'vluchtkapitaal', vormt een belangrijk element van de verbreding van de belastingbasis in Latijns Amerika.
Liberaliseren financiële markten. Die is gericht op het tot stand brengen van een rentevoet die door de markt wordt bepaald. Maar de ervaring leert dat een chronisch gebrek aan vertrouwen na lange perioden van excessieve inflatie de interestvoet zo hoog kan maken dat deze de financiële solvabiliteit van productieve ondernemingen en de overheid in gevaar kan brengen.
Wisselkoersen. Landen dienen één wisselkoers te hebben - tenminste voor handelstransacties - op een niveau dat voldoende concurrerend is dat het een snelle expansie mogelijk maakt van niet-traditionele exportsectoren en dat op een zodanig peil wordt gehouden dat het exporteurs ervan verzekert dat hun concurrentiekracht ook in de toekomst gewaarborgd blijft.
Handelsliberalisatie. Kwantitatieve restricties dienen snel te worden vervangen door tarieven. Deze dienen geleidelijk te worden verminderd tot een uniform laag tarief van 10% (hooguit 20%).
Buitenlandse investeringen. Belemmeringen voor buitenlandse directe investeringen dienen te worden opgeheven. Buitenlandse en nationale bedrijven moeten op gelijke voet kunnen concurreren.
Privatisering. Staatsbedrijven dienen te worden geprivatiseerd.
Deregulering. Overheden dienen regels af te schaffen die de toegang van nieuwe bedrijven tot de markt belemmeren of die concurrentie beperken. Zij zorgen ervoor dat alle regels gerechtvaardigd worden met duidelijke criteria voor veiligheid, milieubescherming en de solvabiliteit van financiële instellingen.
Eigendomsrechten. Wetten bieden gegarandeerde eigendomsrechten, zonder excessieve kosten.
Hoewel Williamson bij het opstellen van deze consensus vooral het beleid voor Latijns Amerika op het oog had, leek het eindresultaat als twee druppels water op het structurele aanpassingsbeleid dat door de internationale economische organisaties aan alle landen in de Derde Wereld werd aanbevolen. Bovendien vertoonde het veel verwantschap met de liberaliseringsgolf vanaf de jaren tachtig in vele geïndustrialiseerde landen, in reactie op de negatieve resultaten van het Keynesiaanse beleid van kunstmatige vraagstimulering.
De toepassing van dit beleid heeft tot een belangrijke verbetering van de Latijns-Amerikaanse situatie geleid, met name in macro-economische variabelen als groei, inflatie, begrotingstekorten en handel. Teleurstellend is dat de verwachte verbetering van de scheve inkomensverdeling en vermindering van de armoede niet volgden. Het 'trickle down'-effect schoot tekort.
Dat valt te verklaren. De Washington Consensus begon als een programma dat gericht was op economische aanpassing op korte termijn; op wat minimaal noodzakelijk was om uit de impasse te geraken. Pas vanaf een zeker stadium kwamen ambitieuzere doelstellingen in beeld. Het ging dus om hervormingen van de 'eerste golf' (primera ola). Deze moeten worden gevolgd door een 'tweede golf' (segunda ola), waarbij die op institutioneel gebied prioriteit verdienen.
De behoefte aan institutionele hervorming komt voort uit de particuliere sector. Deze concurreert in toenemende mate op de wereldmarkt. De concurrentiekracht is afhankelijk van goede financiële en publieke dienstverlening, kwaliteit van het onderwijs en effectiviteit van de rechtspraak.
Ook wordt de behoefte aan institutionele hervorming gevoed door de liberalisatie van de internationale kapitaalmarkten. Hierdoor zijn landen kwetsbaarder geworden voor verstoringen elders in de wereld. Goed toezicht van overheidswege op de financiële instellingen kan voorkomen dat zij zich aan overmatige risico's blootstellen. Overheden moeten daarom eisen stellen aan solvabiliteit van financiële instellingen en rapportageverplichtingen van bedrijven. Ten slotte leidt de toenemende concurrentie die het gevolg is van mondialisering, ook tot verhoogde kwetsbaarheid van sommige groepen binnen de samenleving, waardoor er behoefte ontstaat aan versterking van het sociale vangnet.