Research

Security and Defence

Op-ed

Verbazing over Nederlandse export van chemicaliën

03 Jun 2013 - 10:35
Bron: Shutterstock

Hoe staat het met het institutioneel geheugen van een gemiddeld Nederlands ministerie? Niet zo best, vrees ik. NRC Handelsblad en RTL onthulden op woensdag 22 mei dat een Nederlands bedrijf de Syrische regering jarenlang van grondstoffen voor gifgas heeft voorzien. Althans, van de stof glycol. L’histoire se répète.

Op 20 juni 2006 vergaderde de Australië Groep in Parijs. In die groep wisselen landen informatie uit over producten die met gifgas te maken hebben en worden afspraken gemaakt om de export van de meest verdachte stoffen aan banden te leggen. Een door WikiLeaks gelekte telex van die vergadering laat zien dat Nederland melding maakte van zendingen glycol aan Syrië, dat had beweerd het spul nodig te hebben voor antivries en kunststof. Dat zijn geen strijdgassen, maar Nederland heeft wel laten uitzoeken of je er strijdgas van zou kunnen maken. Conclusie: ja, dat kan, VX-gas en mosterdgas. De telex meldt ook dat Nederland besefte dat ‘het Syrische ministerie van Industrie bekend stond als frontorganisatie voor aankoopinspanningen van (…) het ministerie van Defensie’. Maar desondanks: ‘Nederland lichtte toe dat het nu niet adviseerde om mono-ethyleenglycol aan de exportcontrolelijsten van de Australië Groep toe te voegen.’

Dat leidde een jaar later tot een Amerikaanse interventie en zelfs een demarche in Den Haag: houd dat spul tegen! Zelfs nadat Nederland overtuigd was en het andere leden van de Australië Groep in 2008 had bewogen om glycol voortaan wel op de controlelijsten te plaatsen, is er volgens de douanestatistieken nog tot 2010 glycol uitgevoerd naar Syrië.

Intussen staat glycol wel op de verbodslijst en kun je je nog verbijten over de laksheid –als het niet erger was – van het exportloket dat destijds nog onder het ministerie van Economische Zaken viel. Nu is dat verhuisd naar Buitenlandse Zaken, dat altijd al een vinger in de pap had, maar strikt genomen niet voordat de collega’s van EZ hadden uitgemaakt of het spul op een verbodslijst staat of niet. Tanks of munitie wel, maar bij veel chemische stoffen, dual use, is dat niet zo zeker.

Maar er is meer om je over te verbazen. Het lijkt wel of met de kartonnen archiefmappen uit de vorige eeuw ook het geheugen is verdwenen, want deze zaak lijkt wel heel sterk op de omstreden export van Nederlandse chemicaliën naar Irak in de jaren tachtig. In maart 1984 probeerde het Iraakse ministerie van Industrie en Gewasbescherming grondstoffen in het Westen te kopen, waarvan de VS even later sterk vermoedde dat ze voor zenuwgas en mosterdgas werden misbruikt. Een fact-finding missie van internationale deskundigen naar Iran had in dezelfde maand de twijfel weggenomen over het gebruik van gifgas.

De Amerikanen stelden voor om de uitvoer van vijf stoffen, waaronder thiodiglycol, aan banden te leggen. Ruim een dozijn westerse landen, waaronder Nederland, werd door Washington benaderd om het voorbeeld te volgen. Op 9 april 1984 werd de Europese ministerraad het eens over het opstellen van een gemeenschappelijke verbodslijst. Op 13 april 1984 nam Nederland een voorlopige maatregel waarmee de uitvoer van elf categorieën stoffen, waaronder ook thiodiglycol, naar welke bestemming dan ook (dus ook Syrië) vergunningsplichtig werd. Daarmee liep Nederland, niet het minst door de onvermoeibare kracht van strijdgasexpert ir. Aad Ooms, alvast zes dagen vooruit op andere Europese partners.

De Nederlandse maatregelen stonden in 1984 in de Staatscourant (nummer 78) en zo kwamen ze ook terecht in de handelingen van de Tweede Kamer van dat jaar (Bijlagen 18600, hoofdstuk 13, p.130-131). Over de toepasbaarheid van de glycol-familie in de bereiding van mosterdgas bestond dus in Nederland geen twijfel.

De recente glycol is niet geheel dezelfde als de ‘oude’ glycol uit de jaren tachtig, dat productietechnisch een stap dichter bij het mosterdgas is. Maar er is geen principieel verschil. Zelfs de nu genoemde leverancier van het spul, het bedrijf Brentag AG, was zo’n twintig jaar geleden al eens bezocht door inspecteurs van de Economische Controledienst.

Maar in 2006 waren we dat kennelijk weer vergeten, want toen moest de route van glycol naar mosterdgas weer opnieuw worden uitgevonden en toch bleven we het nog leveren.