Verenigde Staten kunnen niet terughoudend reageren
Hoewel het grootste deel van de wereld pleit voor terughoudendheid na de terreuraanvallen op New York en Washington, ligt zo'n reactie niet voor de hand. Er zijn vitale Amerikaanse belangen in het geding en er moet een klap worden uitgedeeld die het terroristen en landen die hen steunen duidelijk maakt dat met Amerika niet te spotten valt, meent Rob de Wijk.
Tot nu toe valt er niets aan te merken op de wijze waarop de Amerikaanse regering op de terreuraanvallen van vorige week heeft gereageerd. Er wordt een coalitie gesmeed van bondgenoten, te beginnen met de lidstaten van de NAVO. Deze hebben zich inmiddels via de wederzijdse bijstandsclausule van het NAVO-verdrag (artikel 5) verplicht tot steun aan de Verenigde Staten. Regeringen die geen gehoor geven aan een Amerikaanse verzoek tot steun, zetten het voortbestaan van de NAVO op het spel en dienen feitelijk hun lidmaatschap op te zeggen.
Voorts werkt de Amerikaanse regering door aan het bijeenbrengen van een wereldwijde coalitie tegen het terrorisme ? bij voorkeur met inbegrip van Rusland en China. En er wordt gepoogd om de islamitische wereld binnen de coalitie te krijgen. Ook hier wordt het spel slim gespeeld, door Bin Laden tot hoofdschuldige te verklaren. Bin Laden is voor de meeste regimes in de regio immers een bedreiging. Hij streeft niet alleen naar verdrijving van de Amerikaanse invloed uit de islamitische wereld, maar wil deze ook verenigen onder een politiek-religieuze leider. Voor dat doel moeten ten minste alle pro-Amerikaanse islamitische regimes ten val worden gebracht. Bovendien staat hij een vorm van islam voor die zelfs Iran te ver gaat.
Deze coalitie heeft de potentie om regimes die terroristen onderdak bieden of ze actief steunen te isoleren, en Afghanistan te dwingen tot uitlevering van Bin Laden. Maar de kans is groot dat deze zich, samen met zijn duizenden goedgetrainde aanhangers in Afghanistan, zal verzetten. Bovendien is met het vertrek van Bin Laden zijn organisatie niet gebroken.
Als Bin Laden niet wordt uitgeleverd, of zijn organisatie in Afghanistan actief blijft, zullen de VS moeten ingrijpen. De juridische basis is daarvoor met VN-resolutie 1368 van 12 september gelegd. Hierin wordt deze vorm van terreur als bedreiging van de internationale vrede en veiligheid beschouwd en het recht op collectieve defensie erkend. Dit bevestigt overigens de rechtmatigheid van het inroepen van Artikel 5 van het NAVO-verdrag. Feitelijk hebben de VS hierdoor een vrijbrief gekregen.
De grote vraag is welke boodschap Pakistan aan het adres van de Talibaan heeft afgeleverd. Vice-president Cheney waarschuwde voor de `volledige toorn' van de Verenigde Staten als Bin Laden niet wordt uitgewezen. Minister van Defensie Rumsfeld sloot geen middel uit. Volgens sommige berichten zou de Pakistaanse delegatie de Talibaan hebben gemeld dat zij op massale vergeldingsaanvallen kunnen rekenen. Door Afghanistan onder druk te zetten, wordt militaire actie eenvoudiger. In tegenstelling tot een vage, ongrijpbare vijand als een terreurorganisatie, kan een land worden gebombardeerd of binnengevallen.
Een wezenlijk probleem is echter dat er nauwelijks voorbeelden zijn van succesvolle militaire druk. Saddam Hussein wordt nu reeds tien jaar zonder veel succes onder druk gezet. In april 1986 bombardeerden 100 Amerikaanse vliegtuigen Libië als vergelding voor een aanslag op een nachtclub in Berlijn, maar Gaddafi bleef steun geven aan internationale terreur. In augustus 1998 vergolden de VS aanslagen op de Amerikaanse ambassades in Nairobi en Afghanistan. Tientallen kruisraketten kwamen terecht op doelen die met Bin Laden in verband werden gebracht, maar zonder effect op het functioneren van zijn organisatie.
Een extra probleem is dat Afghanistan door jarenlange oorlogen reeds verwoest is. High value targets zijn er nauwelijks, hoewel het altijd mogelijk is wat trainingskampen van terroristen, militaire installaties, ministeries en kantoren van de Talibaan met raketten en bommen te bestoken. Maar veel zal dat vermoedelijk niet opleveren. Blijft over een search and destroy-operatie met troepen op de grond, met als doel het opsporen van Bin Laden en het elimineren van zijn organisatie. Dit is, gezien het terrein en de guerrilla-ervaring van de tegenstander, technisch zeer moeilijk en uiterst risicovol en vereist een gedegen voorbereiding.
Op korte termijn is daarom een luchtactie de meest waarschijnlijke optie. Bij een dergelijke actie zijn proportionaliteit en afschrikking cruciaal. De aanvallen moeten proportioneel zijn ten opzichte van de belangen die voor Amerika op het spel staan, en het onheil dat door de tegenstander is aangericht. Afschrikking heeft betrekking op het vooruitzicht dat Bin Laden zijn einddoel van een pan-islamitische wereld niet kan bereiken.
Hoewel wenselijk, ligt terughoudendheid, waarvoor het grootste deel van de wereld pleit, daarom niet voor de hand. Ten eerste zijn vitale Amerikaanse belangen in het geding: de nationale veiligheid en de geloofwaardigheid van het Amerikaanse leiderschap. Ten tweede moet een klap worden uitgedeeld die het terroristen en landen die hen steunen, duidelijk maakt dat met de Amerikanen niet te spotten valt. Ten derde moet Bin Laden en zijn handlangers worden ingepeperd dat zij hun ideaal niet kunnen verwezenlijken omdat zij de komende oorlog zullen verliezen.
De noodzaak tot proportionaliteit, de geringe effectiviteit van conventionele wapens, de risico's van een interventie op de grond, de vitale belangen die voor de Amerikanen op het spel staan, de noodzaak een eind aan de terreur te maken en het verwerpen van Bin Ladens doelstellingen, heeft tot speculaties geleid over de inzet van kernwapens, bijvoorbeeld tegen een trainingskamp annex hoofdkwartier in de bergen in het oosten van Afghanistan. The Independent kwam eind vorige week met dit scenario, en de Amerikaanse minister van Defensie, Rumsfeld, veegde deze optie in een ABC-interview niet van tafel. Het gebruik van kernwapens vereist uiteraard coördinatie met Rusland en China, maar dat lijkt niet onoverkomelijk.
Gelijktijdig kunnen overigens conventionele bommen op de eerder genoemde doelen worden gegooid, mogelijk in combinatie met acties van speciale troepen tegen Bin Laden en zijn organisatie.
In Afghanistan kan een kernwapen met relatief weinig risico op onaanvaardbare nevenschade worden gebruikt. Mits op de juiste hoogte tot ontploffing gebracht, blijft radioactieve fall out beperkt. Wat er aan fall out en straling is, blijft tussen de bergen hangen. Er is ook geen angst dat het land wordt teruggebombardeerd naar het stenen tijdperk, omdat het zich daar volgens cynici al bevindt.
Als deze optie ooit wordt bewaarheid, is de kans op een averechts effect groot. Keihard optreden kan leiden tot een nog heviger golf van anti-Amerikanisme die juist de pro-Amerikaanse regimes in de problemen kan brengen. Bovendien kan de zorgvuldig opgebouwde internationale coalitie worden gebroken. Een vergelding die mogelijk in overeenstemming is met de belangen die op het spel staan, kan leiden tot een volledig onbeheersbare situatie. Feitelijk is de nucleaire optie daarom een non-optie.
Gezien de geringe effectiviteit van conventionele bombardementen en de risico's die aan een interventie kleven is het onduidelijk wat het antwoord moet zijn als Bin Laden niet wordt uitgeleverd.