Research
Articles
Vietnam-syndroom speelt VS weer parten
President Bush zegt niet aan een militaire aftocht te denken totdat Irak op eigen benen kan staan. Ook het Pentagon heeft plannen gemaakt voor nog vier jaar Irak. Washington wil van Irak immers een moderne seculiere democratie maken die als een lichtend voorbeeld kan dienen voor de rest van het Midden-Oosten. Irak wordt beschouwd als een cruciaal front in de war on terror waar onder geen beding mag worden verloren. Dit maakt het voor Washington zo moeilijk om zijn wonden te likken en het veld te ruimen. Het gezichtsverlies zou enorm zijn. Bovendien zou Washington de democratisering van het Midden-Oosten wel kunnen vergeten.
Toch is de verleiding groot snel te vertrekken. President Bush heeft onlangs voor het eerst toegeven dat er bijna tweeduizend Amerikaanse doden zijn te betreuren in Irak. Dit is natuurlijk niets tegenover de ruim 58 duizend Amerikaanse doden die de Vietnam-oorlog heeft gekost. Ook de kosten van de invasie en wederopbouw van Irak zijn groter dan verwacht, zo'n 220 miljard dollar. Er zijn nu nog 138 duizend Amerikaanse manschappen in Irak, van wie 40 procent behoort tot de Army en Marine Reserves, de parttime soldaten die voor actieve dienst in Irak worden opgeroepen.
Het wordt steeds moeilijker voldoende reservisten te rekruteren voor een missie die snel aan populariteit inboet. Sinds de wake van een van de moeders van een gevallen soldaat voor de Texas-ranch van Bush, beginnen ook de dociele Amerikaanse media deze anonieme gevallenen een gezicht te geven. Omdat nu ook rechtse commentatoren als Kissinger het Amerikaanse Irak-beleid laken, ligt de regering-Bush van alle kanten onder vuur. De roep naar een duidelijke Amerikaanse exit strategy wordt daarom steeds luider. Moet Washington een concrete datum noemen waarop de Amerikaanse troepen vertrekken. De Democraten zetten zich in om de Amerikaanse troepen eind 2006 uit Irak weg te krijgen. Maar ook de Republikeinen begrijpen dat uit de Irak-oorlog niet langer politieke munt valt te slaan, en vrezen dat dit hun electorale kansen tijdens de congresverkiezingen van november 2006 negatief zal beïnvloeden.
De meest genoemde datum is oktober 2006, dus precies voor die verkiezingen. Dit zou de Amerikaanse troepen voldoende tijd geven een geregelde aftocht te organiseren, en de Iraakse regering gelegenheid bieden hun zaken op orde te krijgen. Amerika's hoogste militair in Irak, generaal Casey, heeft al aangegeven dat na de verkiezingen voor een nieuwe Nationale Assemblee in Irak op 15 december 2005, de Amerikaanse militaire presentie aanzienlijk en snel kan worden afgebouwd.
Om een Vietnam-scenario te voorkomen zal de regering-Bush duidelijkheid moeten verschaffen over wanneer de Amerikaanse troepen hun biezen pakken. Maar de vraag blijft of Irak naar een burgeroorlog zal afglijden wanneer de Amerikanen vertrekken. Met een eigen grondwet, regering en parlement heeft Irak in ieder geval een rudimentaire democratische infrastructuur. De federatie tussen shi'ieten, soennieten en Koerden is echter fragiel, en met name de strijd om de oliebaten kan elk moment ontvlammen. Ook kan Irak zich ontpoppen tot een islamitische republiek met een tendens naar extremisme. Van Saddam Husseins seculiere Irak is in ieder geval niets meer over. Ook de politieke invloed van Iran in het shi'itische deel van Irak zal toenemen, hetgeen door de VS met lede ogen wordt aangezien.
Toch zal Washington dit risico moeten nemen. Iraakse soennitische leiders hebben duidelijk gemaakt dat er van enige stabiliteit in hun land geen sprake kan zijn zolang Amerikaanse troepen moskeeën, universiteiten, en publieke gebouwen bezet houden. Tienduizenden gevangenen zitten zonder vorm van proces in Amerikaanse kampen in Irak, die daarmee een broedplaats vormen voor terroristen en extremisten. Het vertrek van de Amerikanen is natuurlijk geen panacee, maar wel een voorwaarde voor een mogelijke normalisering van Irak. Het alternatief is een aanhoudende bezetting met escalerende kosten en bodybags met Amerikaanse soldaten.
Dat 'blijven' geen optie is, schijnt voor iedereen evident te zijn behalve voor het Witte Huis. Het is een cynische speling van het lot dat de Durchhalteparolen van president Bush steeds meer gaan lijken op die van Mohammed Saeed al-Sahaf, de fameuze Iraakse minister van Voorlichting die tijdens de invasie van Irak met een stalen gezicht op CNN verkondigde dat de 'Amerikaanse honden' met de staart tussen de benen het land werden uitgejaagd. Waarschijnlijk zullen de Amerikanen Irak volgend jaar met veel fanfare verlaten onder het mom een democratisch en vrij land achter te laten. Voor Washington geldt daarom damned if you do, and damned if you don't: blijven gaat niet, vertrekken is een risico. De vergelijking Vietnam-Irak lijkt nu opeens niet meer zo vergezocht.