Research
Op-ed
Vijandschap en wantrouwen horen er helaas bij
Reken er niet op dat de internationale politiek van nu af aan anders wordt. Gaat u er vooral niet vanuit dat het State Department zijn ambassadeurs instrueert om van nu af aan de haat van Arabische heersers tegen Iraanse ayatollahs te negeren, of de voorkeur van kolonel Gadaffi voor Oekraïense blondines onopgemerkt te laten. Er zal geen verbod uitgaan van Hillary Clinton om Angela Merkel een teflondame te noemen. En de Amerikaanse ambassadeur in Parijs zal geen kans onbenut laten om Sarkozy een keizer zonder kleren te noemen. Maar wel eentje die druk kan uitoefenen op onze premier om Nederlandse troepen een paar maanden langer in Afghanistan te houden. Want dat is diplomacy in action volgens het State Department, en leuker kunnen ze het niet maken. Alle landen doen het, verontwaardiging daarover is een beetje hypocriet.
Het is natuurlijk wel vervelend als het op straat ligt. De bedoeling van diplomatie is nu juist fatsoenlijk omgaan met hypocrisie. De was mag best vuil zijn, als ze maar binnen hangt.
Daarom leven diehard cable researchers bij het passeren van de jaarlijkse datumgrens op. Dan gaat de geheimhoudingskraan van de FOIA (Freedom of Information Act) weer open en worden vijfentwintig jaar oude telexen in beginsel openbaar. In de praktijk duurt het allemaal wat langer, de National Security Archives zitten nu ongeveer eind jaren zeventig van de vorige eeuw.
Honderden cables over de roerige jaren van het kabinet-Den Uyl, de onafhankelijkheid van Suriname, Nederland en de oliecrisis, de aanschaf van de F16, een paar jaar geleden las u erover in dit weekblad (zie De Holland-Amerika-lijn deel 1 en deel 2). Roddelende bewindslieden maakten in de jaren zeventig op vrijdagochtend na de ministerraad stiekem de oversteek van de Trêveszaal naar de Amerikaanse ambassade op het Korte Voorhout om er de Amerikaanse ambassadeur te verklappen dat collega X een beetje rood en onbetrouwbaar was, dat collega Y een beetje te francofiel was, maar dat hij of zij er wel voor zou zorgen dat we uiteindelijk Amerikaanse gevechtsvliegtuigen zouden kopen. Karakterschetsen van Joop den Uyl of Max van der Stoel: ze gingen bijna maandelijks de oceaan over. Weinig nieuws onder de zon. Als spionage en inlichtingenwerk onder bondgenoten nu als een sein van machtsverlies en tanend zelfvertrouwen wordt uitgelegd, dan was de supermacht VS in 1975 ook al ernstig in verval.
Wanneer Wikileaks Hillary Clinton ontmaskert als een valse spionne die opdracht geeft vliegtuigtickets, eetgewoonten en de roos van de schouders van premier Medvedev te verzamelen, knippert u misschien even met de ogen. Maar in de vrijgegeven archieven van vijfendertig jaar geleden staat ook gewoon dat partijleider Brezjnev op bezoek was in Parijs, waar de Franse geheime dienst zijn uitwerpselen in de wc van zijn hotel (letterlijk) onderschepte - om er na laboratoriumonderzoek vervolgens achter te komen dat de Sovjetbaas aan een ernstige ziekte leed. Conclusie: geen middel blijft onbeproefd, diplomatie en inlichtingenwerk zijn nauw verweven, de wereld is een slangenkuil, en het vernisje van hoffelijkheid en vertrouwen is dun.
Nu zult u mij een akelige realist vinden en denken dat ik dit alles eigenlijk best leuk vind. Helemaal niet, overal waar vertrouwen, wellevendheid en vriendschap in de internationale politiek terrein winnen, juich ik van binnen en van buiten. De academicus zegt - niet minder realistisch overigens - dat de transactiekosten van vrede en veiligheid in de wereld dan dramatisch dalen, en dat willen we toch?
Vijandschap en wantrouwen, spionage, valse beleefdheid, vileine beschuldigingen, ze horen er helaas bij. Onder de oppervlakte is internationale politiek een stapelmarkt van beschuldigingen, afperserij, sancties, gunsten, dreigementen, vileine diagnoses en strooplikkerij. Alleen: allemaal geuit met de bedoeling om pas na vijfentwintig jaar onthuld te worden en liever geen dag te vroeg.