Research

Op-ed

Vijf Sarkozy-jaren

23 Apr 2012 - 10:38
Op mondiaal veiligheidsgebied toonde Nicolas Sarkozy in elk geval daadkrachtNicolas Sarkozy is de minst populaire president die Frankrijk ooit had: vierenzestig procent mag hem niet. Vijf jaar geleden, bij de verkiezingen die hem in het Élysée brachten, beloofde hij zijn stemmers een rupture. Die kwam niet.

Geen daling van de werkloosheid met vijf procent, maar een stijging van tien procent. Geen exportsuccessen, maar een verdubbeling van het handelstekort tot zeventig miljard euro. Tot zijn razernij verlaagde ratingbureau S&P de Franse kredietstatus van triple A met een graadje. De Franse overheidsschuld is veel meer dan Europa toestaat: negentig procent van het nationaal inkomen, en dat kost veel geld. Sarkozy beloofde van Frankrijk weer een industriële grootmacht te maken - kwijl bij de Concorde, de TGV, de schitterende auto's en gevechtsvliegtuigen.

Maar helaas, in die vijf Sarkozy-jaren verloor de Franse industrie driehonderdvijftigduizend banen en is het land economisch links en rechts door Duitsland ingehaald. Sarkozy wordt ook een beetje met de nek aangekeken omdat hij geen echte Fransman zou zijn: hij heeft nooit de École Nationale d'Administration gevolgd.

Ook in het buitenland is hij niet onverdeeld populair: de ruzie met David Cameron en zijn geringschattende opmerkingen over de Britse economie (niet de Franse maar de Britse kredietwaardigheid had moeten worden verlaagd, de Britten zouden als niet-euroland niet mogen meepraten over Europese crisismaatregelen) zal aan de overkant van het Kanaal niet gauw worden vergeten. De Merkozy-flirt kent zijn grenzen. Sarko buigt voor het Duitsland van Merkel, maar moet af en toe héél rechtse dingen zeggen om Le Pen wind uit de zeilen te nemen en die gaan Merkel weer veel te ver.

Sarkozy is ook nog eens een jokkebrokje. Hij pochte al eens dat hij op 9 november 1989 meehielp stenen uit de Berlijnse Muur te hakken, maar de datum op de foto bleek vals. Vorige week zei hij in een debat over de voortreffelijkheid van Franse kerncentrales dat hij onversaagd in de rampcentrale van Fukushima was geweest, maar ook dat bleek fantasie.

Sarkozy moet het dus niet van economisch succes en persoonlijke populariteit hebben. Op mondiaal veiligheidsgebied heeft hij ontegenzeggelijk beter gescoord. Hij toonde in elk geval daadkracht. Als EU-voorzitter hield hij het hoofd koel in de chaos na de val van Lehman Bros. Vlak ervoor, in de zomeroorlog tussen Rusland en Georgië, vloog hij onverwijld naar Poetin en Medvedev om de geest in de fles terug te duwen. Sarkozy bracht Frankrijk na veertig jaren van gaullistische recalcitrantie terug in de NAVO en - hoe je er verder ook over mag denken - ging voorop in de strijd tegen Khadaffi. Minder bekend is dat hij op verzoek van de VN ook in 2011 ingreep in Ivoorkust toen de zittende president Gbagbo na verloren verkiezingen weigerde het veld te ruimen. En hoe hoog zijn euroruzie met het Verenigd Koninkrijk ook opliep, in het najaar van 2010 sloten beide kemphanen een strategisch verdrag over defensiesamenwerking, omdat ze samen beseften dat alleen zo nog iets van de Europese grootheid in de eenentwintigste eeuw overeind kon blijven. In al die mondiale manifestaties was neo-macht Duitsland pijnlijk afwezig.

Zondag 22 april beleven we de eerste ronde van de Franse presidentsverkiezingen. Ik vind het een mooi systeem, dat échte voorkeur en strategisch kiezen combineert. Wie in de eerste ronde meer dan de helft van de stemmen behaalt, is meteen gekozen. Dat is onwaarschijnlijk en dan mogen de beste twee op 6 mei in de herkansing. In de eerste ronde kunnen veel kandidaten meedoen en kunnen kiezers onversneden op hun voorkeurskandidaat stemmen. De afvallers kunnen hun achterban in de tweede ronde 'verkopen' aan de twee overblijvers, al beslist de kiezer uiteindelijk zelf in het stemhokje.

Sarkozy heeft na de aanslag in Toulouse door homegrown terrorist Mohamed Merah het discours van economie naar veiligheid kunnen verleggen, het terrein waarop hij de besluitvaardige staatsman is. Maar hij is nog lang niet klaar met de aardige, maar doodsaaie François Hollande, beiden scoren in de peilingen ongeveer dertig procent. In de tweede ronde zou volgens die peilingen de socialist Hollande met Sarkozy kunnen afrekenen, dan begint het loven en bieden om de gunst van de afvallers en niet-stemmers in de eerste ronde pas echt. De kiezer, zo leert de ervaring, telt dan pas werkelijk zijn knopen. En de Fransen zeggen dan: wie belt u als u doodziek bent, de dokter die u aardig vindt, of de dokter op wie u kunt rekenen? Dat gaan we dus pas op 6 mei weten.