Research
Articles
Vlaanderen moet zich beter op de kaart zetten
De meeste 'Belgische affaires' lijken Nederland nu eenmaal nauwelijks te raken. Deze incidenten waren echter wel pijnlijk vanuit het oogpunt van het Vlaams buitenlands beleid. De Vlaamse regering had recentelijk Nederland nog bevestigd als een van haar belangrijkste strategische partners.
De diplomatieke storm in een glas water wijst op een structureel probleem in de Belgische federatie. Al te weinig houdt het ene beleidsniveau rekening met de consequenties die bepaalde uitspraken of beslissingen kunnen hebben voor de internationale positie van het andere niveau. De verschillende Belgische overheden zijn 'objectieve bondgenoten' waar het aankomt op de beeldvorming in het buitenland, maar daar dienen ze dan wel naar te handelen. Het gezamenlijk bewaken van het imago verdient daarom meer aandacht in de samenwerkingsakkoorden tussen de federale overheid en de gemeenschappen & gewesten. Dat moet natuurlijk gebeuren zonder afbreuk te doen aan de 'exclusieve bevoegdheden' van de respectieve Belgische overheden.
Het buitenland is nog steeds onvoldoende ingelicht over de 'revolutie' die sinds 1993 heeft plaatsgevonden in de buitenlandse betrekkingen van de Belgische federatie. Derde partijen zijn weinig op de hoogte van het principe 'in foro interno, in foro externo'. Dat beginsel stelt dat alle Belgische overheden (ook gemeenschappen en gewesten) een eigen buitenlandse politiek moeten ontwikkelen voor die beleidsterreinen waarop ze binnenlands bevoegd zijn. Leg dat maar eens uit aan het buitenland. De uitgezonden deelstaatvertegenwoordigers doen hun best, maar dat netwerk is beperkt. Misschien moet ook de federale diplomatie daar een tandje bijsteken?
Belgie is natuurlijk niet de enige federale staat in Europa. De ontwikkeling van een parallel, 'deelstatelijk' buitenlands beleid gaat echter verder en verloopt veel sneller dan in bijvoorbeeld Duitsland en Spanje. Daarnaast weet het buitenland eigenlijk ook niet zoveel van Belgie. Dat is nu eenmaal het lot van een klein land. Is een land niet alleen klein maar ook nog eens een federatie, dan wordt het werken aan het imago in het buitenland alleen maar ingewikkelder. Dat kunnen we zien in Spanje, een land waar de centrale overheid en sommige autonome regio's (Catalonie) met succes hebben gewerkt aan hun internationale reputatie. Daar is het imagovraagstuk in federale staten een complexe en delicate aangelegenheid.
Vlaanderen kan maar beter geen afwachtende houding aannemen. Het dient te investeren in een eigen overkoepelend imagobeleid, iets waar het nieuwe Vlaamse ministerie voor Buitenlands Beleid, Internationale Samenwerking en Toerisme een begin mee heeft gemaakt. De Vlaamse minister van Buitenlands Beleid, Geert Bourgeois (N-VA), lanceerde bijvoorbeeld het idee een nieuw logo en 'corporate identity' voor de Vlaamse overheid te ontwikkelen. Ook wordt gedacht aan het uitbouwen van een 'Vlaams-Europees Verbindingsagentschap' dat Vlaanderen bekender moet maken bij de veelkleurige Europese diaspora in Brussel.
Tweerichtingsverkeer
Dat zijn goede initiatieven, maar misschien is de tijd wel rijp voor een verdergaande aanpak die Vlaanderen beter op de kaart zet? Wij pleiten voor de ontwikkeling van een Vlaamse publieksdiplomatie. Publieksdiplomatie tracht de relaties met het 'niet-officiele buitenland' systematisch te verbeteren, via opinieleiders en het rechtstreeks benaderen van bevolkingen. 'Tweerichtingsverkeer' is het sleutelwoord.
Een groot deel van de 'public diplomacy' activiteiten mikt op de middellange termijn. In dat verband valt te denken aan initiatieven in de sfeer van het culturele, de publiciteit, het onderwijs en andere domeinen die internationale beeldvorming kunnen beinvloeden. Vlaanderen identificeerde al enkele landen en regio's die belangrijk zijn voor haar eigen economie. Nu is het zaak de eigen 'sterke troeven', zoals de logistieke spilfunctie, het internationaal hoogstaand onderwijs, de preventieve gezondheidszorg, actief te promoten bij strategische partners. Meer dan nu het geval is moet Vlaanderen in het buitenland met enkele van die sterke knowhow-eigenschappen geassocieerd worden. Tegelijkertijd vormt een Vlaamse publieksdiplomatie een manier om de eigen burgers te informeren over de doelstellingen in het buitenlands beleid, en de bevolking erover te laten debatteren en in te laten participeren. De belangrijke binnenlandse functie van publieksdiplomatie wordt vaak over het hoofd gezien: versterking van de eigen identiteit en de uitstraling naar het buitenland.
Vrijwel alle Europese landen investeren stevig in publieksdiplomatie, ook Nederland onder premier Jan Peter Balkenende. Vlaanderen heeft in zekere zin het voordeel van de onbekendheid; het begint met een schoon blazoen. Relatieve 'nieuwkomers' in de internationale gemeenschap en landen in transitie hebben voor een bepaalde tijd krediet bij het buitenlandse publiek. Het is zaak daar snel gebruik van te maken.
David Criekemans is postdoctoraal navorser Internationale Politiek aan de Universiteit Antwerpen. Jan Melissen is er hoogleraar Diplomatie en tevens verbonden aan het Instituut Clingendael in Den Haag.