Research
Articles
Voor de NAVO is het in Praag erop of eronder
Het zijn slechts twee van de vele voorbeelden van Amerikaans ongenoegen met de NAVO. De boodschap is duidelijk: de NAVO moet nuttig voor de Amerikanen zijn, zo niet dan bestaat er geen behoefte meer aan. Washington ergert zich allereerst mateloos aan het gebrek van Europese eensgezindheid als het gaat om steun aan de strijd tegen het internationale terrorisme en Irak.
De Britse premier Blair lijkt president Bush onvoorwaardelijk te steunen, terwijl bondskanselier Schröder het onthouden van steun aan een interventie in Irak tot inzet van de verkiezingen maakte. Voor de Amerikanen is Europese solidariteit ver te zoeken.
Ten tweede ergeren de Amerikanen zich aan het groeiende transatlantische militaire gat. Het Pentagon investeert onverdroten in een nieuwe krijgsmacht die technologisch zo geavanceerd wordt, dat nauwelijks meer met de Europeanen kan worden samengewerkt. Aan de andere kant van de oceaan is de opvatting wijdverbreid dat als de Europese bondgenoten onvoldoende in hun defensie investeren, samenwerking definitief onmogelijk wordt. Op dat moment vervalt tevens het nut van de NAVO voor Amerika.
Blair, die als een van de weinige leiders in Europa meer geld voor defensie uittrekt, steunt deze visie. Hij heeft inmiddels zijn steun aan de verdere ontwikkelingen van het veiligheids- en defensiebeleid van de Europese Unie afhankelijk gesteld van investeringen in militaire capaciteiten door de continentale bondgenoten. Want door versterking van de Europese defensie, wordt ook de NAVO versterkt.
Daarom staat tijdens de komende top van Praag de toekomst van de NAVO zelf op het spel. Goed, de NAVO zal wel blijven bestaan als forum voor transatlantische consultaties en voor de afstemming van nationale defensieplannen. Maar 'verWEUisering', genoemd naar de vroegere irrelevante defensieorganisatie West Europese Unie (WEU), ligt op de loer.
Dreigende irrelevantie blijkt ook uit het feit dat de uitbreiding van de NAVO met zeven nieuwe leden een formaliteit lijkt te zijn. Tot voor kort stond een dergelijke uitbreiding gelijk aan een verkapte oorlogsverklaring aan Rusland, maar het Kremlin maakt zich er geen zorgen meer over. Ten eerste, zo redeneren de Russen, is een grotere NAVO een zwakkere NAVO. Ten tweede zien de Russische leiders in het geworstel van de NAVO met zichzelf een teken van zwakte. Ten derde is de positie van Rusland sinds 11 september aanzienlijk versterkt. Voor Amerika is het Kremlin de belangrijkste partner in de strijd tegen het internationale terrorisme, mogelijk belangrijker dan de NAVO.
Omdat de toekomst van de NAVO afhankelijk is van de mate waarin de lidstaten in hun defensie willen investeren, is het geen wonder dat NAVO-baas Robertson tijdens zijn recente bezoek aan Nederland de regering onder uit de zak gaf, zoals bleek uit een interview met hem in NRC Handelsblad van 9/10 november. De enorme bezuinigingen van ruim 800 miljoen euro op defensie maken de broodnodige investeringen in nieuwe Nederlandse capaciteiten onmogelijk. Daardoor draagt Nederland bij aan de teloorgang van de NAVO, terwijl dit kabinet diezelfde NAVO tot hoeksteen van het buitenlandbeleid heeft verklaard.
De vraag rijst echter of andere landen wél tot moderniseringen bereid zijn. Lord Robertson heeft een minimumpakket aan investeringen bepaald waartoe de lidstaten zich moeten verplichten. Dit is het Prague Capabilities Commitment. In het NAVO-hoofdkwartier leiden de eerste toezeggingen helaas niet tot opgetogen kreten. Want de écht belangrijke toezeggingen worden nauwelijks gedaan: luchttransport, tankervliegtuigen en middelen om de vijandelijke luchtverdediging te onderdrukken. Het gevolg is dat de militaire capaciteiten waarover de NAVO kan beschikken, niet écht worden vergroot.
De Amerikanen lijken in Praag nog één poging te doen om de NAVO uit het moeras te trekken. Tijdens de top zal de NATO Response Force worden gelanceerd, een snel inzetbare strijdkracht van 21.000 militairen die uit een pool van eenheden van marine, land- en luchtmacht al naar gelang die missie wordt samengesteld en in 2006 volledig operationeel moet zijn. Europese landen zouden hun moderniseringsprogramma's specifiek op de eenheden moeten richten die aan deze strijdkracht worden toegewezen. Als de Europese bondgenoten dat niet doen, is dat voor de Amerikanen een belangrijk signaal.
Helaas zijn de ervaringen met Europese moderniseringsprojecten ronduit negatief. De nieuwe snel inzetbare strijdkracht van de Europese Unie zou in 2003 operationeel moeten zijn, maar door de vereiste investeringen zal dat pas in 2012 het geval zijn, en zelfs dat lijkt optimistisch. Als Europeanen al niet in staat zijn in het EU-project te investeren, moet het ergste worden gevreesd voor de toekomst van de NAVO-macht.
De nieuwe NAVO macht lijkt een goed initiatief, maar er kleven ook bezwaren aan. Zo lijkt de NAVO-macht verdacht veel op de reeds genoemde Euro-macht. In Brussel valt te horen dat geld maar één keer kan worden uitgegeven en dat de Amerikanen met dit nieuwe initiatief willen voorkomen dat de Euro-macht een succes wordt, zodat Europa los van de Verenigde Staten militaire operaties kan uitvoeren.
Zeker is dat de NAVO-macht tot nieuwe verdeeldheid in Europa zal leiden. In landen met een sterk transatlantische oriëntatie, zoals Nederland, zal bij sommige beleidsmakers een bijna onbedwingbare neiging bestaan om alle kaarten op de NAVO-macht te zetten en de strijdkracht van de EU een zachte dood te laten sterven. Andere landen zullen precies het tegenovergestelde trachten te doen. Deze verdeeldheid kan ertoe leiden dat geen van beide initiatieven van de grond komt.
Maar stel dat beide strijdkrachten er toch komen. Dan zitten ze elkaar in de weg. Als het aan de Amerikaanse plannenmakers ligt zal de NAVO-strijdkracht als eerste worden ingezet, bijvoorbeeld om de vrede af te dwingen. De strijdkracht van de EU zou dan kunnen worden gebruikt voor een daaropvolgende vredesbewarende operatie. Door budgettaire problemen zullen Europese landen ervoor kiezen in eenheden te investeren die zowel voor de NAVO- als voor de Euro-macht kunnen worden ingezet. Als deze eenheden eerst in NAVO-verband worden ingezet, kunnen ze dan niet nog eens worden ingezet voor een EU-operatie. Ook dit kan een van beide initiatieven bij voorbaat overbodig maken.
Gelukkig is elke topontmoeting bij voorbaat een succes. In Praag zal de NAVO-macht met veel fanfare worden gelanceerd. Ook zal Lord Robertson zijn tevredenheid betonen met de toezeggingen van de lidstaten. De NAVO zal relevanter dan ooit worden verklaard, temeer omdat ook de commandostructuur van de NAVO wordt aangepast en maatregelen worden genomen voor de strijd tegen het internationale terrorisme.
Bedacht moet worden dat ook na de top van Washington in 1999 de stemming er goed in zat. Helaas heeft het toen aangenomen Defense Capabilities Initiative, het ambitieuze moderniseringsprogramma, weinig opgeleverd, zodat de NAVO nu in de gevarenzone zit. De ambities zijn nu weliswaar drastisch naar beneden bijgesteld, maar het probleem van verschillen in visie tussen Amerika en zijn Europese bondgenoten over de wijze waarop internationaal terrorisme en schurkenstaten moeten worden aangepakt, kan nimmer tijdens deze top worden opgelost.
In potentie is dat een grote bedreiging. Want nieuwe militaire capaciteiten zijn mooi, maar er moet wel politieke bereidheid zijn ze in te zetten. En als die bereidheid er niet is, is de NAVO in haar huidige vorm ten dode opgeschreven.