Research

Security and Defence

Articles

Voor VS is NAVO niet meer dan militaire supermarkt

15 Mar 2006 - 00:00

De NAVO heeft zich na de aanslagen in de VS op oneigenlijke gronden voor het karretje van Washington laten spannen. Voor de strijd tegen het terrorisme is het bondgenootschap bedoeld noch geschikt. De vraag is hoe lang de rijen nog gesloten blijven, aldus Peter van Ham.

Nu Amerikaanse en Britse vliegtuigen Afghanistan bombarderen, is het van groot belang dat de veelgeprezen westerse solidariteit standhoudt. Het is echter zeer de vraag of de huidige eensgezindheid binnen NAVO zal voortduren. Daarvoor zijn drie redenen.

Ten eerste was het besluit om Artikel 5 van het NAVO-handvest te activeren een politiek gebaar van transatlantische saamhorigheid, maar niet meer dan dat. Tijdens de Koude Oorlog bestond vooraf duidelijkheid over welke bijdrage iedere lidstaat aan de gemeenschappelijke verdediging van het NAVO-grondgebied zou leveren. Maar van zo'n taakverdeling in de strijd tegen het internationale terrorisme kan nu vanzelfsprekend geen sprake zijn.

Het is tot nu toe een Amerikaanse en Britse militaire campagne waarop andere NAVO-bondgenoten geen invloed hebben. De VS hebben Awacs-verkenningsvliegtuigen gevorderd, overvliegrechten en gebruik van militaire installaties, zee- en luchthavens geclaimd. Maar Frankrijk wacht tot op de dag van vandaag om direct bij de militaire actie te worden betrokken. Washington heeft uit de Kosovo-oorlog geleerd dat de NAVO de Amerikaanse handelingsvrijheid beperkt. Bovendien willen de VS de belangrijke propaganda-oorlog tegen het terrorisme winnen, en daarbij zijn pottenkijkers niet welkom.

Het is daarom onwaarschijnlijk dat de NAVO de nieuwe militaire spil wordt van een westers antiterrorisme beleid. De VS gebruiken de NAVO als een politieke en militaire supermarkt waar naar believen de nodige solidariteit en militaire steun kan worden gehaald zonder de bondgenoten volledig bij alles te betrekken.

Door Artikel 5 van toepassing te verklaren heeft de NAVO zichzelf een nieuwe missie gegeven. Maar het is een strijd waarvoor de NAVO niet is bedoeld, niet op voorbereid is, en waarvoor het slechts ontoereikende militaire middelen ter beschikking kan stellen. De strijd met het terrorisme kan niet door kruisraketten worden gewonnen. De activering van Artikel 5 is daarom niet alleen een oneigenlijk en loos gebaar. Het zet tevens de NAVO onder druk om 'iets te doen'.

Ten tweede is het zeker niet zo dat we nu een kentering in de Amerikaanse buitenlandse politiek zien. Slechts een maand geleden klaagden Europese regeringen over het Amerikaanse unilateralisme en haar destructieve houding ten aanzien van internationale verdragen zoals het Kyoto-protocol of het ABM-verdrag tegen antiballistische raketten.

Europa is nu dus blij verrast met de huidige Amerikaanse terughoudendheid, die wat voorbarig wordt geïnterpreteerd als een soort Saulus/Paulus-loutering. Washington heeft immers een brede coalitie van bondgenoten tegen Bin Laden en consorten op poten gezet en schijnt te begrijpen dat zoiets vaags en ongrijpbaars als het 'internationale terrorisme' niet door de VS alleen kan worden aangepakt. Cruciaal is een brede aanpak, een aanpak die alle beleidsinstrumenten en zo veel mogelijk betrouwbare partners omvat.

Toch is er al sluimerend onbehagen onder enkele Europese bondgenoten over Amerika's onbehouwen optreden binnen de NAVO. Vorige week werd de kersverse Nederlandse NAVO-ambassadeur Patijn tot de orde geroepen door zijn (officieel gelijkwaardige) ambtsgenoot Taylor. Patijn werd teruggefloten omdat hij enige bedenktijd wilde hebben om over het Amerikaanse bewijsmateriaal tegen Bin Laden na te denken. Die tijd werd hem niet gegund, omdat dit op zichzelf al een teken van interne kritiek en een gebrek aan onvoorwaardelijke solidariteit zou zijn.

Ook binnen de NAVO geldt klaarblijkelijk het motto 'wie niet voor ons is, is tegen ons'. Dit wijst erop dat de VS in hun 'oorlog tegen het terrorisme' dezelfde fout maken als in de strijd met het communisme. President Bush heeft de vernietiging van het terrorisme nu tot ultieme prioriteit verheven van zowel de NAVO als van de bredere 'internationale gemeenschap'. Tijdens de Koude Oorlog werden om soortgelijke redenen onappetijtelijke regimes als die van Franco, Mobutu en Pinochet ondersteund. Nu zijn de VS bereid het Russische staatsterrorisme in Tsjetsjenië door de vingers te zien in ruil voor Moskous hulp, en steunen ze de Afghaanse Noordelijke Alliantie en Pakistan, die beide openlijk terrorisme bedrijven of ondersteunen.

Het is zeer de vraag of alle Europese bondgenoten aan dit soort klassieke demonstraties van Realpolitik mee willen blijven doen. Bovendien vragen enkele Europese bondgenoten zich af waarom de NAVO moet optreden tegen terrorisme tegen de VS, maar niet tegen organisaties als de PKK en de ETA. Ook in de aanpak van het terrorisme volgen de VS klaarblijkelijk een beleid van multilateralisme à la carte.

Ten derde blijkt eens te meer dat de VS het management van Europa's veiligheid aan de Europeanen willen overlaten. Amerikaanse diplomaten en militairen hebben hun handen vol aan Bin Laden en consorten, en zijn maar al te blij dat de EU met haar Europees Veiligheids- en Defensiebeleid in regio's als de Balkan de leidende rol kan overnemen.

Aangezien de strijd met het terrorisme er een is van de lange adem, biedt dit de EU een unieke kans om te laten zien dat Europa ook op defensiegebied volwassen is geworden. Maar een militair daadkrachtige EU zal de relevantie van de NAVO verder ondermijnen. Het is slechts een kwestie van tijd voordat Europese NAVO-lidstaten vraagtekens zullen gaan plaatsen achter het hoe en waarom van de Amerikaans-Britse militaire acties in Afghanistan.