Research
Op-ed
Voorspellingen
De enige leidraad die ik zelf heb, heb ik vorig jaar in mijn midzomercolumn prijsgegeven: steevast als ik met vakantie ga, breekt er ergens ter wereld de hel los. Bij Hazeldonk hoorde ik wegstervende nieuwslezers van Radio 1 nog net melden hoe de enclave Srebrenica was ingenomen, hoe de Russische kernonderzeeër Komsomoletsk zonk, hoe het Israëlische leger een ongelukkige oorlog tegen Hezbollah aanging en hoe Al-Qaida-volgelingen een aanslag pleegden op de Londense metro. Deze keer voltrok zich, op 8 augustus, op weg naar het zuiden ter hoogte van Jezus-Eik, de revanche van het Russische leger nadat Saakasjvili met open ogen in de Ossetische hinderlaag was getuind, die Poetin voor hem geprepareerd had.
Iets voorspellen mag dan een lastige uitdaging zijn (je weet zelden wát er precies gaat gebeuren of waar), je mag van degenen die ervoor doorgeleerd hebben toch wel verwachten dat ze het gewicht van een crisis als die rond Georgië op juiste waarde schatten en er achteraf een goede verklaring voor geven. Politiek commentator Robert Kagan wist het vorige week dinsdag al: de historici zullen 8 augustus 2008 als een keerpunt beschouwen, even belangrijk als de val van de Berlijnse Muur op 9 november 1989. 'De Russische aanval op het soevereine territorium van Georgië markeert de officiële terugkeer van de geschiedenis en van een haast negentiende-eeuwse stijl van grootmachtelijke competitie, virulent nationalisme, strijd om grondstoffen, invloedssferen en eigen grondgebied (...) de aanwending van militaire macht om geopolitieke doelen te bereiken.'
Deze analyse zal sympathie vinden bij neoconservatieve gelovigen, voor wie moralisme in de buitenlandse politiek een belangrijke drijfveer is en de actieve verbreiding van democratie in de wereld van een geheel andere orde is dan het vergroten van je invloedssfeer. Maar de oer-experts der internationale betrekkingen, de aanhangers van het rauwe realisme, zullen grote termen als van Kagan weglachen. Voor hen is er maar één doorslaggevende verklaring voor grote gebeurtenissen in de wereldpolitiek en dat zijn de naakte machtsverhoudingen. Wie de macht heeft (Amerika na 1989) breidt zijn invloedssfeer uit, wie hem niet heeft (Rusland idem) probeert dat verlies te corrigeren. De realisten vinden het zelfs een beetje dom om een machtsvacuüm ongebruikt te laten - de gedachte die Saakasjvili op 7 augustus zelf ook inspireerde - want anders zal de buurman niet aarzelen zijn kans te grijpen. Voor hen zijn het oostwaartse opschuiven van de NAVO, de ingreep in Irak, de onafhankelijkheid van Kosovo en het bijna-lidmaatschap van de NAVO voor Georgië en Oekraïne en het plaatsen van een Amerikaans raketschild in Oost-Europa gefundenes Fressen - machtsimperatieve zetten van de hegemoon die vroeg of laat reactie en correctie oproepen. Internationale politiek is amoreel, gejammer en goede bedoelingen zijn niet ter zake. De realisten beleefden vorige week dankzij Poetin hun finest hour. Ze gaan vaak kort door de bocht, maar in dit geval met verve.
Ook het optreden van president Sarkozy past in hun straatje. Hij handelde als Franse president namens Europa en de EU-ministers hadden geen keuze dan zijn akkoord met Rusland te slikken, achteraf. Dat akkoord was maar een afspiegeling van de krachtsverhoudingen. Condoleezza Rice moest Sarkozy achterna reizen om drie fatale zwaktes uit de deal te repareren, een vrijwel hopeloze opgave. Rusland heeft zich niet vastgelegd op de territoriale integriteit van Georgië, heeft het recht verworven om overal voor de belangen van Russen (in Oekraïne? Polen? De Baltische staten?) op te komen en onduidelijke 'aanvullende veiligheidsmaatregelen' te nemen op het gebied van buitenlandse mogendheid Georgië. Voor zo'n deal met de Russen bestond vijftig jaar geleden een metafoor: finlandisering.