Research
Articles
Wapendeals
Het Midden-Oosten is al vijftig jaar de grootste slurper op de internationale wapenmarkt. De regio koopt meer dan het sterkste bondgenootschap ter wereld, de NAVO, al kunnen veel NAVO-landen hun eigen wapens maken en hoeven ze dus de markt niet op. De meeste Arabische landen zijn het kunstje nog steeds niet machtig, zwemmen in het geld, dus gaan voor hun raketten en straaljagers en tanks gewoon naar de supermarkt. De jaaromzet in grote wapensystemen is vijftig miljard dollar, een kwart daarvan vloeit sinds jaar en dag naar het Midden-Oosten.
Het is een buyer's market, wat vervelend is voor de landen die denken dat je via wapenexport ook je wil kunt opleggen aan de klant. Wapenexport is foreign policy writ large, luidde het adagium uit de jaren zeventig. Maar dat is zeer betrekkelijk in een markt waar de klant de leveranciers tegen elkaar uit kan spelen. Voorbeelden van pijnlijke mislukkingen zijn niet moeilijk te vinden.
Amerikaanse straaljagers die voor de sjah bestemd waren, vielen in 1979 pardoes in handen van enge ayatollahs die Amerikanen gijzelden en nog méér wapens eisten in ruil voor hun vrijlating. Steun aan moedjahedienstrijders die de sovjetsoldaten uit Afghanistan wilden verdrijven in de jaren tachtig was het zaad voor Al Qaida en de taliban in de jaren negentig. Wapensteun aan Saddam Hoessein in zijn oorlog tegen Iran pakte verkeerd uit toen de dictator even later ook Koeweit en de Saoedische olievelden wilde meepikken.
Camp David was nog niet eens zo'n beroerd voorbeeld. De Verenigde Staten wilden in de jaren zeventig de Arabische wereld en het OPEC-front splijten en dat lukte min of meer. In de jaren tachtig dienden grote wapenleveranties om de uitkomst van de oorlog tussen Iran en Irak te manipuleren: er mocht geen winnaar komen dus werd aan beide kanten het nodige geleverd. Het bijkomende 'voordeel' was in Amerikaanse ogen dat Israël in elk geval even uit de frontlinie lag. In de jaren negentig waren grote wapenleveranties aan de Golfstaten nodig om Saddam Hoessein te beteugelen. Pro-westerse vorstenhuizen hadden na de tijdelijke verovering van Koeweit de schrik in de benen en propten zichzelf vol met westers wapentuig.
En nu beproeft George Bush het oude recept opnieuw. De markt trekt aan, de olieprijs is hoog, de vijand heet Iran, er valt weer veel te verdienen en als de Amerikanen het niet doen, zullen de Britten of de Fransen of de Russen maar al te graag in het gat springen. De naar een succes snakkende president verlekkert nu de anti-Iran-krachten met een wapenpakket van meer dan zestig miljard dollar. De terugkeer van het realisme, zeggen sommigen, want de buitenlandse politiek van een 'democratisch Midden-Oosten' is nu ingeruild voor het sobere doel van (steun aan) een gematigd Midden-Oosten. Een enkeling ziet zelfs een alliantie van gematigde Arabische landen inclusief Israël, een Midden-Oostelijke versie van de NAVO, achter het plan van Bush en Rice. De oude politiek van containment, omsingeling van de vijand, zou daarmee het fiasco van het Amerikaanse avontuur in Irak moeten redden.
Het zal wel, in het Midden-Oosten heeft die politiek tot nu toe nooit meer opgeleverd dan wapenwedlopen en een bloedige status-quo. Maar de grootste fout die Bush nu maakt, is dat hij de cadeaus al uitdeelt voordat er iets te vieren valt. In het slechtste geval zet Iran de hakken in het zand en bewapent het zich verder, inclusief atoombom, wordt het niets met de vredesconferentie die Israël, Saoedi-Arabië en de Palestijnse leider Abbas dit najaar samen aan tafel moet brengen, en blijft Saoedi-Arabië gewoon het land dat weliswaar veel olie levert, maar ook de heimelijke financier achter terreurnetwerken is en vijftien van de negentien kapers leverde voor de aanslag op de Twin Towers.