We zijn steeds veiliger, al ervaren we dat anders
De wereld wordt echt veiliger. Maar in Europa heerst een algemeen gevoeld code oranje.
Het blijft een moeilijk te verkopen boodschap dat de wereld op de lange termijn bezien veiliger wordt. Het is als met het klimaat en de criminaliteit. De gemiddelde temperatuur stijgt, maar het ene jaar is kouder dan het andere. Er zijn ook plaatsen op de wereld waar het gemiddeld guurder wordt, op sommige stukken van Antarctica groeit de ijskap zelfs, maar dat wordt gecompenseerd door opwarming en smeltend ijs op andere plaatsen. De misdaad neemt af, maar het aantal afrekeningen in Amsterdam en xtc-laboratoria in Brabant groeit.
De oorlogsgrafieken schommelen ook. Er wordt nu meer oorlog gevoerd dan tien jaar geleden: gemiddeld veertig grote oorlogen nu, tien meer dan aan het begin van deze eeuw. Maar de langetermijntrend is neerwaarts. ‘We live in a decade of peace,’ stond tien jaar geleden in het verbazingwekkende Human Security Report, dat de onveiligheid in de wereld inventariseerde. Niemand wilde het geloven, maar de statistieken waren onverbiddelijk: minder grote oorlogen, minder kleine oorlogen, minder slachtoffers op het slagveld, minder burgerslachtoffers, minder militaire staatsgrepen. Er waren wel meer terreuraanslagen, maar er vielen veel minder slachtoffers bij die aanslagen dan bij de wegkwijnende, bijna geïndustrialiseerde interland-oorlogen. Want wat er nog aan oorlog was, was niet tussen maar vooral in landen, waarbij een steeds grotere rol was weggelegd voor losgeslagen bendes in plaats van georganiseerde legers.
Was de wereld volgens de boekhouders twee keer zo veilig aan het worden, de percepties van de wereldburger waren precies tegengesteld. Vergeleken bij de Koude Oorlog vonden veel meer mensen de wereld onveilig (40% om 20%). De reden lag voor de hand: de oorlog komt tegenwoordig real time bij ons de huiskamer binnen en was vroeger een ver-van-mijn-bed-show. Het begrip ‘onveiligheid’ is uitgedijd. Was het vroeger de angst voor de Duitse inval of , iets later, de Sovjetraket, de moderne bedreigingen werden de terreuraanslag om de hoek, het ebolavirus, de digitale meltdown, een Fukushima- of tsunamiachtige ramp, het neerstortende vliegtuig. Deskundigen spreken van human insecurity en global insecurity, extra lagen van onveiligheid die de herinnering aan de ouderwetse ‘invasie’ of het ‘bombardement’ hebben doen vervagen.
Onveiligheidsfile
Wat we nu meemaken is een soort onveiligheidsfile. De geruststellende cijfers lijken ons te bedriegen. Zoals springtij en zonneuitbarstingen soms samenvallen en voor weeruitschieters zorgen, zo vallen nu fenomenen samen die in Europa voor een algemeen gevoeld code oranje zorgen. De wereld schuift een periode in van neo-multipolaire orde. Op de breuklijnen van tanende en opkomende machten vindt machtsstrijd plaats. Het stuiptrekkende Rusland duwt tegen het wegzakkende Europa. Op dé breuklijn van de wereld, de gordel van het Midden-Oosten tussen Azië en het Westen, zakken restanten van het oude Ottomaanse rijk weg in de giftige chaos van sektarische haat en illusie (mislukte democratie en kalifaatterreur).
Europa is verlamd tussen de wil tot consolidatie (tegen welke prijs moeten de vrijheid en de euro worden verdedigd?) en de vlucht vooruit (de enige overlevingsstrategie in de neomultipolaire wereld). Aan de oostflank eisen lidstaten harde solidariteit tegen Poetin, anderen flirten met ontrouw aan Brussel (Hongarije, Griekenland). Aan de zuidflank eisen landen monetaire empathie. Van een gemeenschappelijk buitenlands beleid is daar weinig te merken: Italië staat op het punt zelf militair te interveniëren in Noord-Libië. En in de rest van het continent, of het nu Parijs of Kopenhagen is, blijkt Europa voorlopig alleen nog maar te kunnen reageren op jihadisme. Vier weken geleden Charlie Hebdo, drie weken geleden Syriza, twee weken geleden verdronken vluchtelingen, vorige week Baltsevo, deze week Kopenhagen, volgende week Libië?