Research

Op-ed

Wél restricties

02 Apr 2009 - 14:11
Krijgt de commissie-Davids, die het Irak-onderzoek uitvoert, alle informatie die zij wil? Ik denk van niet.

In het Instellingsbesluit van de commissie (6 maart) staat: 'De commissie is bevoegd om kennis te nemen van alle informatie die zij nodig acht en die zich binnen de relevante overheidsdiensten bevindt, inclusief de besluitvorming en de beraadslagingen van vergaderingen van de ministerraad, en inclusief informatie berustend bij de inlichtingen- en veiligheidsdiensten, Buitenlandse Zaken en Defensie.' Ook in het Kamerdebat had Jan Peter Balkenende gezegd: '(Davids) krijgt toegang tot alle informatie waartoe hij en zijn commissie toegang willen hebben.'

De Tweede Kamer houdt er een spoeddebat over. Als u dit leest, is het net achter de rug en zal premier Balkenende uitgelegd hebben dat hij het goed bedoelt en dat we geen spijkers op laag water moeten zoeken.

Maar wie het vorige week bekend geworden 'Protocol betreffende het kennisnemen van informatie' leest, moet tot een andere conclusie komen. Wie het precies wil nalezen: lees het artikel Commissie-Davids aan banden elders op deze website, of ga naar die van de commissie-Davids zelf (www.onderzoekscommissie-irak.nl).

Het komt erop neer dat personen die in 2009 niet meer in functie zijn, maar in 2003 wel een hoop wisten, niet verplicht kunnen worden hun informatie prijs te geven. Informatie die door buitenlandse diensten aan Nederland is verstrekt, bijvoorbeeld rapporten over massavernietigingswapens van Saddam Hoessein, kunnen alleen met groen licht van Londen/Washington/Berlijn worden verstrekt. En staatsgeheime informatie is in beginsel wel voor de commissie beschikbaar, maar onze regering kan wel degelijk dwarsliggen. In dat geval vindt er overleg met voorzitter Davids plaats en moeten we er maar het beste van hopen. En last but not least, ik herinner me dat de premier de Kamer beloofde dat hij geen voorinzage in de rapporten verlangde. Maar ik lees nu in het Informatieprotocol dat dat wél gebeurt, en dat 'de minister' openbaarmaking kan tegenhouden.

Voor onder andere de VPRO-radio heeft Davids gezegd dat hij zich niet beperkt voelt. Eigenlijk gebruikt hij twee argumenten. Voorzover er wel restricties gelden, zijn die heel normaal en zouden andere onderzoekscommissies - bijvoorbeeld een parlementaire enquêtecommissie - die ook moeten dulden. En als hij dan toch bepaalde informatie niet dreigt te krijgen, dan heeft hij een krachtig wapen achter de hand, want dan zou hij dat in zijn eindrapport melden: 'Als we één stuk niet kunnen inzien, dan zijn de rapen gaar.' Dat geef ik allemaal grif toe, maar het gaat mij om het feit dat er dus wel restricties zijn en dat Balkenende verzekerde dat er geen restricties zouden zijn.

Verder moet ik het doen met een ANP- bericht ('Davids: Irak-onderzoek niet aan banden') dat in alle dagbladen en op alle websites heeft gestaan en driedubbel gecheckt zal zijn, maar waarin argumenten staan die ik eenvoudigweg niet aan een rechtschapen mens als Davids kan toeschrijven. Ik ben het ook drie maal oneens met wat er in die ontkenning staat.

  • Er is geen sprake van dat de onafhankelijkheid van de onderzoekscommissie Irak in het geding is of dat de commissie zich aan banden laat leggen, schrijft het ANP. Aan de onafhankelijkheid van Davids c.s. twijfel ik niet. Ik betwijfel de garantie van 'volledigheid'.
  • Volgens dat bericht moet ik geloven dat Davids als commissievoorzitter altijd recht heeft op vertrouwelijke inzage. 'Ik krijg in elk geval alles te zien,' zegt Davids. Maar dat staat niet in het Informatieprotocol als het om gevoelige staatsgeheim informatie gaat: 'De mogelijkheid van vertrouwelijke inzage door de voorzitter' is nadrukkelijk aan de orde.
  • Dan zegt het ANP-bericht: 'Ook de inzage die het kabinet wil voor uiteindelijke publicatie van het rapport slaat volgens Davids louter op staatsgeheime stukken, en niet op de onafhankelijke conclusies en bevindingen van de commissie.' Maar ik lees in het Informatieprotocol toch echt iets anders. In lid 9 van het protocol staat '(Het) concept-verslag van de commissie en nadere door de commissie vervaardigde stukken worden voor openbaarmaking aan de minister ter inzage gegeven om te bezien of staatsgeheime informatie is vastgelegd.' Je zou die eis bijna als een motie van wantrouwen zien: heb je net overleg moeten voeren over staatsgeheime informatie, gelooft Balkenende je nog niet en wil hij nog even checken of je misschien toch niet, enzovoort. En heus, er staat letterlijk dat de regering het laatste woord heeft als er over 'staatsgeheime' informatie wordt gesoebat: '(tot) het moment dat de minister heeft ingestemd, blijft openbaarmaking van deze stukken achterwege.' Dat noem ik aan banden gelegd.
Enfin, wat we nu dan wel weten, is dat de rapen in dat geval gaar zijn.