Research
Op-ed
Win-win ambassadeurs
Die bedacht zich natuurlijk en had geen zin om in een Russische cel te belanden ('dat was toch eigenlijk niet het doel van mijn reis') dus hij deed niet mee aan de homodemonstratie in Moskou. Dat hoefde geen verbazing te wekken, de principes van de zanger gaan waarschijnlijk niet verder dan zijn eigenbelang en dat was uitgespeeld na de halve finale waarin het Eurovisiegedrocht 'Shine' - na een wekenlange, tergende promotiecampagne - werd weggeblazen.
Maar wat wel duidelijk was, was dat Nederlanders om invloed te hebben in het grote buitenland niet langer achter hun regering moeten staan, maar dat regeringen achter bekende Nederlanders kruipen. Ga mee met uw tijd, gebruik de global civil society!
Marco Borsato gaat met Bert Koenders naar de Grote Meren en is er ineens voor de kindsoldaten, Kader Abdolah loopt de halve marathon in Uruzgan, Yolanthe douze points voor het Eurovisie Songfestival is in de weer met kindermishandeling, Emile Ratelband en Bennie Jolink knallen in Kamp Holland, en je struikelt in de rest van de wereld over Paul van Vliet, Katja Schuurman, Floortje Dessing en Helmut Lotti. Natasja Froger doet iets met Orange Babies, Ali B. slingert zich met Bolle Tim en Raymtzer 'around the world' voor Plan Nederland van Bangladesh via Sierra Leone tot Colombia om rappend namens ons te kijken 'hoe het gesteld is met de rechten van het kind'. Lange Frans en Baas B. werden gekroond tot 'ambassadeurs van de vrijheid'.
Niets kwaads daarover - al mag je best veronderstellen dat platte win-win-redeneringen waarschijnlijk al genoeg rechtvaardiging voor deze campagnes zijn. Eén vette lach van Gordon of een palingsoapnummer van een Volendams fotomodel en mijn twijfels over al die solidariteit slaan al weer toe. Ik kan het niet helpen, ik vind het allemaal reuze treurig dat mijn medeleven gemobiliseerd moet worden via BN'ers die ver boven de Balkenendenorm zitten. Emo-buitenlands beleid. Alles in mij verzet zich daartegen, zo mag de buitenlandse politiek eigenlijk niet werken. Mijn moeder van eenennegentig die nog nooit van Marco Borsato en Gordon heeft gehoord - dat zou ook slecht zijn voor haar gezondheid - koopt sinds 1963 elk jaar met Sinterklaas vier Novibkalenders (dat dat intussen Oxfam heet, weet ze ook niet) en vier pakketjes Unicefkaarten, en geeft die aan haar kinderen. Soms doet ze er nog een houtsnijwerkje uit Gambia bij. Zo moet het, daar zitten geen marketingadviseurs van artiesten en persoonlijke strategen van bewindslieden tussen die een stukje draagvlak op de kaart willen zetten.
Dat ministers zich vierkant achter de iconen van de Hollandse kleinkunst opstellen is intussen wel een mijlpaal. Veel invloed had Nederland toch al niet in het buitenland, en je moet toch wat. Een jaar of tien geleden werd de global civil society ontdekt, maar toen was het primaat van de regeringen nog duidelijk. De actiegroepen werden subtiel ingezet. Voor de poorten van het VN-gebouw in Genève werden ontwapeningsactivisten door de Nederlandse delegatie aangemoedigd stemming te maken toen de onderhandelingen over een wereldwijd kernstopverdrag in een beslissende fase belandden.
Het hielp. De Nederlandse regering moedigde de Britse pressiegroep Saferworld aan om een Europese Gedragscode tegen de wapenexport aan de man te brengen, omdat zij dat vaardig, neutraal en in goed Engels in alle hoofdsteden kon uitleggen. Het hielp. Maar de deskundigen die zich lieten inschakelen, waren wel selfmade 'professionals', geen passanten die een lekkere rap in de landmijnen zien.
Gaan we binnenkort Frans Bauer - 'Heb je even voor mij' - inzetten voor een Nederlands vredesoffensief in het Midden-Oosten? Sturen we Arie Boomsma - Veertig dagen zonder sex - als ambassadeur in buitengewone dienst naar Silvio Berlusconi? En waarom zet de Nederlandse regering Jomanda niet in tegen aids in zuidelijk Afrika? We hebben een fantastische parade aan win-win ambassadeurs die onze buitenlandse politiek stante pede kunnen overnemen.
Op de website van het ministerie van Buitenlandse Zaken staat de volgende mededeling: 'Sinds eind 1999 heeft Nederland een mensenrechtenambassadeur. De functie is bedoeld om een herkenbaar, zichtbaar en eigen profiel te geven aan het thema mensenrechten binnen zowel het bilaterale als het multilaterale beleid.' De huidige ambassadeur heet ... Doet er niet toe, we kennen hem niet - en ik geloof dat hij of zij ook maar beter anoniem kan blijven. Het ergste wat het mensenrechtenbeleid in Nederland kan overkomen, is dat de galerij van volkshelden, waar onze ministers nu 'pal achter staan', voor die herkenbaarheid, zichtbaarheid en dat eigen profiel gaan zorgen.